Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Nu op Klara:

Christophe Vekeman over een erg poëtisch ziektegeval

Christophe Vekeman over een erg poëtisch ziektegevalKunst & Cultuur

Christophe Vekeman buigt zich tijdens Klara in de Singel over vier fascinerende vrouwenfiguren in evenveel Nederlandse romans, en eentje ervan is 'Van de koele meren des doods' van Frederik van Eeden.
Frederik van Eeden, Van de koele meren des doods

Frederik van Eeden, Van de koele meren des doods

Eén van de vier Nederlandse klassieke romans die op 28 januari in ‘Christophe Vekeman en de nerveuze liefde’ tijdens ‘Klara in de Singel’ onder de loep zullen worden genomen door literatuur-historicus Nop Maas, Klaramedewerkster en schrijfster Heleen Debruyne, telkens een andere special guest – in dit geval Dirk de Wachter – en mezelf draagt meteen ook, naast onder meer Ik heb altijd gelijk van Hermans en Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan… van Couperus, één van de mooiste titels uit onze letteren, namelijk Van de koele meren des doods. De roman van de hand van Frederik van Eeden, de Haarlemse psychiater en schrijver van De kleine Johannes, meteen een beetje een mindere titel trouwens, verscheen in 1900 en behandelt opgroeien, leven en ten slotte, op drieëndertigjarige leeftijd, sterven van de genaamde Hedwig Marga de Fontayne, kortweg Hettie genoemd, een vrouw zoals ze wel vaker voorkomen in de naturalistische romans uit die periode – denk bijvoorbeeld aan Eline Vere –, met dien verstande dat Van de koele meren des doods zelf helemaal geen naturalistische roman ís. Nogal wat critici vonden het boek sowiesó geen echte roman, maar wel een ziektegeschiedenis. In 1906 zou ene L. van Loon in ‘De kroniek’ bijvoorbeeld schrijven dat het ‘haast vergeten boek’ eerder in een medisch tijdschrift thuishoorde dan in de boekenkast van een literatuurliefhebber, maar los daarvan onderscheidde Van Eeden zich van de naturalisten – van wie hij bijvoorbeeld Lodewijk Van Deyssel, schrijver van Een liefde, bepaald onzedelijk vond – doordat hij hun genadeloze waarheidsliefde niet volledig deelde en een afschuw had van de kille nuchterheid waarmee zij literatuur bedreven als was het een soort van wetenschap. Van Eeden vond met name dat literatuur een kwestie was van ethiek. 

Frederik van Eeden in zijn werkkamer in Walden, 1920, Foto: Hans van Eeden

Frederik van Eeden in zijn werkkamer in Walden, 1920, Foto: Hans van Eeden

Dat klinkt weinig aantrekkelijk, om niet te zeggen dat een en ander een ronduit afstotelijke bijklank heeft, en ik kan mij perfect voorstellen dat je op basis hiervan zou uitroepen: ‘Dat boek en die schrijver zijn niets voor mij!’ Maar dan heb je Van de koele meren des doods dus nog niet gelezen…

Van Eeden, immers, mocht dan weerzin gevoelen ten aanzien van zijn schrijver-collega’s die het naturalisme aanhingen, maar zulks wil geenszins zeggen dat hijzelf met een blad voor de mond schreef. De psychische moeilijkheden die Hettie haar hele leven lang – en dus ook en vooral haar hele liefdeleven lang – moet ondervinden, voert Van Eeden namelijk ten dele terug op het genot dat zij vanaf haar twaalfde ervaart wanneer ze zich eerst nog met het onderlijf tegen een boomstam aandrukt, vervolgens echter eigenhandig de extase weet te bereiken. De verwarring is enorm: ‘Zij sprak met God en vroeg: “Vader, jij weet het, wat is er gebeurd? Het was niet mooi en niet heerlijk, hoe kwam dat, Vader God?” Doch er kwam niet die innerlijke zekerheid en rust die zij door hare moeder geleerd had als antwoord te verstaan. En zij liep met haar onzekerheid rond, als met een lossen tand dien zij niet trekken kon en waaraan zij telkens voelen moest. (…) In ditzelfde jaar nu, na hare terugkomst in de stad, vingen áán de eerste kleine storingen en verwarringen in haar tot nog toe zo zuiver en effen zielsleven.’ 

Aan de toon van deze korte passage alleen al merk je dat de critici misschien wel ten dele gelijk hadden toen ze het woord ‘ziektegeschiedenis’ gebruikten, maar juist het feit dat Van Eeden dikwijls schrijft alsof hij ons een casus presenteert, draagt bij tot het hoogst realistische en geloofwaardige gehalte van de roman, waarbij het bovendien de erg interessante vraag nog maar is in hoeverre Hettie het slachtoffer is van haar tijd en de toenmalige maatschappij. Met andere woorden: is de oudere, aan psychoses ten prooi zijnde Hettie zonder meer ‘ziek’, of verschilt zij misschien heel wat minder sterk dan je zou denken van de lezers, toen en nu, van dit boek? Is het grote verschil tussen ‘ziek’ en ‘normaal’ misschien wel voor een belangrijk deel een verschil in seksuele voorlichting? Wanneer Hedwig bij de zelfbevrediging betrapt wordt, gebeurt er bijvoorbeeld dit: ‘En ’t allerwreedste wat men haar in dat uur van verschrikking aandeed, was niet pijn, noch de grenzeloze vernedering, maar een woord, achteloosweg over haar heen gegooid, als een kleine voltooying van het voltrokken vonnis: “Nu kun je ook nooit kinderen krijgen”.’

Is het grote verschil tussen 'ziek' en 'normaal' misschien wel voor een belangrijk deel een verschil in seksuele voorlichting?
Christophe Vekeman

Daarnaast, en dat is helemaal het mooie, vind ik, streeft de niet-naturalist Van Eeden dus welbewust ook iets heel anders na dan al te zeer doorgedreven nuchterheid of objectiviteit, wat hem de ruimte biedt om hier en daar een prachtige poëtische sfeer vol van geheimenis in zijn roman te creëren. Neem de openingszinnen: ‘De geschiedenis van een vrouw. Hoe zij zocht de koele meren des Doods, waar verlossing is, en hoe zij die vond.’ Enkel dit begin al vind ik het einde. 

Christophe Vekeman

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn nodigt een ‘guest of honour’ uit en laat ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn

Contact: pompidou@klara.be

Pompidou wordt als podcast aangeboden.