Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Nu op Klara:

Het nieuwe museum Voorlinden in Wassenaar

Het nieuwe museum Voorlinden in WassenaarKunst & Cultuur

Jeroen Laureyns trok naar het nieuwe museum Voorlinden in Wassenaar.
De Voorlinden

De Voorlinden

Vlakbij Den Haag is in het residentiële Wassenaar een nieuw privémuseum open gegaan. Aan de basis van het museum ligt de collectie van Joop Van Caldenborgh (°1940), een Nederlandse industrieel en kunstverzamelaar die fortuin vergaard heeft met zijn chemiebedrijf Caldic, waarvan de hoofdzetel in Rotterdam gevestigd is, maar als producent en distribiteur van chemicaliën en voedingsadditieven wereldwijd actief is. De kunstverzameling die van Caldenborgh heeft aangelegd is ook bekend onder de naam de 'Caldic Collection.' Het nieuwe privémuseum past in een globale trend waarin industriëlen met hun collectie een nieuw museum uit de grond stampen: denk maar aan François Pinault en Bernard Arnault in Frankrijk, Eli Broad in Los Angeles, Sheikha Al Mayassa in Quatar, of dichter bij huis Fernand Huts, maar ook Prada en Max Mara in Italië. Het past ook in een lange traditie, niet alleen in de VS en daarbuiten met de Guggenheim musea en het Getty Center, maar ook Kröller-Muller in Nederland. Het bracht de oude BRT-producers Ludo Bekkers op een blog in Knack tot de vraag: 'Maken kunstminnende miljonairs officiële musea overbodig?' Dat ze meer middelen hebben dan de meeste publieke musea, is in Wassenaar in een oogwenk duidelijk: er is niet alleen geld om een indrukkwekkende kunstverzameling aan te leggen, maar ook meer dan genoeg kapitaal (15 miljoen euro) om een oude villa op een groot groen domein (40 hectare) aan te kopen, en er op vier jaar tijd een volledig nieuw museumgebouw op te trekken.

 

Het oude en nieuwe gebouw.

De oude prachtig gerenoveerde villa (nu het restaurant) werd in het begin van de 20ste eeuw gebouwd in Engelse stijl door een Nederlandse industrieel (Hugo Loudon), één van de medeoprichters van Shell.

Het nieuwe gebouw is een ontwerp van Kraaijvangers Architects: een prachtig licht gebouw in natuursteen en grote glaspartijen dat zonder sokkel naadloos overloopt in de nieuw ontworpen tuin van Piet Oudolf.

Het belangrijkste kenmerk van het gebouw is het overkoepelende en uitkragende dak, waarin de gaten en ledverlichting, voor een optimale lichtinval van boven moeten zorgen. Door het gebouw in natuursteen (beide travertijn) te bekleden en het zo nadrukkelijk in een landschap in te werken, doet het heel erg denken aan het Getty Center van Richard Meier in LA. Ook binnenin is het gebouw tot in alle details afgewerkt in de kleuren en stijlen die erg hedendaags en hip zijn (wit gecombineerd met natuurhout en strak meubilair). De bouwheer heeft er persoonlijk op toe gezien dat het strakke karakter van de ruimtes tot in het extreme werd doorgedreven door alle stopcontacten, spotjes, camera's of rookmelders weg te werken. Ook bij de presentatie mag niets voor afleiding zorgen: er zijn geen zaalteksten voorzien, enkel tekstbordjes en een bezoekersgids, zodat de werken door hun visuele kracht de toeschouwer kunnen raken, aldus de verzamelaar.

 

Alle, mogelijke fondsen, middelen en mensen.

Dat dit een instelling is die op alle mogelijke manieren wil laten zien dat het een superieure standaard kan hanteren, wordt ook duidelijk aan de mensen die van Caldenborgh heeft aangetrokken. Als directeur werd Wim PIJBES (1961) aangetrokken die met de uiterst succesvolle heropening van het Rijksmuseum in Amsterdam zijn naam meer dan gevestigd had. Als samensteller van de eerste tijdelijke tentoonstelling werd dan weer een beroep gedaan op de legendarische oud-museumdirecteur Rudi FUCHS (1942). Artistiek directeur is Suzanne SWARTS (1979) die al sinds 2006 hoofdconservator is van de Caldic Collection. Dat werkelijk niets aan het toeval wordt gelaten, bleek toen het meisje dat ons toegang moest verschaffen aan Sint-Lucas in Gent gestudeerd had. Kwestie dat ook de zaalwachters niet onbeslagen op het ijs komen.

 

Ook bij de presentatie mag niets voor afleiding zorgen: er zijn geen zaalteksten voorzien, enkel tekstbordjes en een bezoekersgids, zodat de werken door hun visuele kracht de toeschouwer kunnen raken.

 

Full Moon + collectiepresentatie.

Een eerste collectiepresentatie werd op een ahistorische manier bijeengebracht en werd afgetrapt en gethematiseerd door het schilderij MAANNACHT IV (1912) van JAN SLUIJTERS, een prachtig kleurrijk maanlandschap waarin achter een waterpartij het silhouet van een boerderij en de bomen in rode kleuren oplichten en dat heel erg dicht bij de landschappen van Mondriaan ligt uit zijn Domburgse periode. Daarnaast hangt een schitterend klein schilderijtje van FRANCIS AlÿS uit 2011-2012, waaronder een Afghaans landschap schuil moet gaan dat door zeven verticale kleurblokken overschilderd is. De andere werken in die zaal zijn een pak minder sterk zijn zoals ABITO van ORNAGHI en PRESTINARI die een blauwe schilders overall met verfvlekken nauwgezet hebben nagemaakt in blauwe wol, verfvlekken inbegrepen of een installatie met liggende en staande houten panelen in monochrome kleuren van ESTHER TIELEMANS. Twee werken die tamelijk eendimensionaal en daardoor nogal leeg zijn. Een karakteristieke die in de andere werken van de permanente collectie die bijna elk hun eigen zaal hebben gekregen nog eens terugkomt. Zo is het blauwe zwembad van LEANDRO ERLICH niet meer dan een vondst: een zwembad ingewerkt in de vloer, waarop water drijft en je dan als toeschouwer een verdieping lager in het blauwe bad onder het water kan gaan staan, waardoor kijkers boven en onder naar elkaars vervormde beeld kunnen kijken, terwijl de nieuw ontworpen SKYSPACE van JAMES TURRELL (een variante op wat er in het MUHKA staat). Een prachtige hedendaagse variante op waar het om te doen was in een hortus conclusus: de hemel, in dit geval de wolken en het licht.

Niet dat alles 50% zou zijn (de helft goede, de helft slechte werken), want daarvoor zijn er teveel werken en combinaties van werken die het hart doen sneller slaan. Wat te zeggen van de laatste zaal in Full Moon waarin Marcel BROODTHAERS met zijn 'LA MALEDICTION DE MAGRITTE' het schone weer mag maken tegenover een 'MALEDICTION' van MAGRITTE: een ingekaderde Margrittiaanse wolkenlucht, tegenover het schapje dat Broodthaers op de reproductie van een wolkenlucht gevezen had met daar weckpotjes met watten op die als dingen de beelden moeten vervangen waarover Magritte volgens Broodthaers een vloek had uitgesproken. In die laatste zaal gaat het beeldscepticisme verder met INVERSE, REVERSE, PERVERSE van Cerith Wyn EVANS: een concave spiegel waarin, als je je hoofd erin durft steken het spiegelbeeld omgekeerd wordt.

Nog een Belg die schoon weer maakt is MICHAËL BORREMANS die met een vijfdelige serie van een jonge vrouw die met haar handen boven een ei dat op een tafel ligt, zweeft en mijn these dat er van Magritte over Broodthaers een rechtstreekse lijn van Belgisch beeldscepticisme loopt naar Tuymans en Borremans: wie kent niet 'La clairvoyance' van Magritte waarin de schilder voor zijn ezel een vogel aan het schilderen is, terwijl op tafel een ei ligt waar hij naar kijkt? Maar nog beter wordt het bij de werken van de Nederlandse magisch realist PYCKE KOCH met een prachtig klein en enigmatisch schilderij van DAPHNE, de nimf die door Apollo achterna gezeten en begeerd werd en in een olijfboom veranderde. Een prachtig donker schilderij uit 1948, net zoals VROUW MET DODE VOGEL uit 1978, diezelfde aantrekkelijk lugubere sfeer bezit, die heel erg dicht bij de realistische duisternis van Paul Delvaux ligt.

Ik hoop echt dat Voorlinden een grote KOCH tentoonstelling organiseert, want in het open restauratieatelier stonden ook twee schilderijen op een ezel klaar om gerestaureerd te worden.

 

Ellsworth Kelly

'Bloemlezing Ellsworth Kelly'.

Maar het absolute hoogtepunt, de hoogmis van Voorlinden is de grote ELLSWORTH KELLY (1923-2015) tentoonstelling die Rudi Fuchs heeft samengesteld van past heel recent overleden grootmeester van het Amerikaans modernisme. Het is tegelijkertijd de ontmoeting en botsing van twee werelden: van Caldenborgh kocht het schilderij 'BLUE RIPE' uit 1959 als privéverzamelaar, Fuchs kocht voor 'BLUE CURVE' uit 1982 voor een publieke verzameling, het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het blijft onwaarschijnlijk om zien hoe het dit monochrome, uitgepuurde werk erin slaagt om de meeste sceptische verwachtingen te overwinnen. Kelly doet in 'BLUE RIPE' niet meer dan een vol lichtblauw vlak, zonder enige vorm van schaduw of dieptewerking op een witte vierkante ondergrond plaatsen, waarbij het lijkt alsof het blauwe vlak bijna de gehele ruimte van het schilderij vult, terwijl de afgeronde hoeken en de onregelmatige omtrek van dat blauwe vlak zich net als een bewegende vorm aan de mal lijken aan te passen.

Ook het reusachtige 'BLUE CURVE' (2 meter hoog, drie meter breed) is met zijn bijna driehoekige, maar toch nooit volledig geometrische vorm (een asymmetrisch punt onderaan dat naar boven uitloopt in recht lijnen en afgesneden wordt door een bolle lijn), een schilderij waarvoor je het hoofd buigt en je afvraag waar zo'n grote kracht en impact vandaan kan komen, zoals dat bij bijna elk schilderij het geval is waarin hij met kleuren en vormen (rechthoek, vierkant, cirkel, ovalen) uiterst eenvoudige werken maken, die toch elke keer uniek en niet-reproduceerbaar zijn. Voor een stuk heeft dat te maken met hun kunsthistorische en artistieke voorgeschiedenis: Kelly is de Amerikaan die door en door beïnvloed is door de Europese avant-garde (Jean Arp) op kop, maar ook in zijn bijna absoluut autonoom lijkende werken, altijd weer geïnspireerd werd door vormen die op de natuur en de waarneming gebaseerd zijn. Vandaar ook de prachtige eenlijnstekeningen van BLOEMEN en FRUIT in de tentoonstelling en de voelbare aanwezigheid van hun oorsprong in de visuele realiteit van de werken. Kijk naar één foto van Kelly waarin een schaduw te zien is in de nis van een deur en je weet meteen dat de vormen van zijn schilderijen aan de wereld zijn onttrokken.

Elk schilderij is een modern icoon waarin de spirituele ervaring de toets van ons modern, atheïstisch scepticisme kan doorstaan. Je staat voor een altaar, buigt het hoofd en denkt: is hij nu chirurg of demiurg? Waar haalt hij het lef vandaan om aan de grenzen van het conventionele rechthoekige kader van het oude schilderij of het hedendaagse scherm te raken, ze open te breken, om daarmee het gevoel te geven dat hij tegen alle fysieke en sociale wetten ingaat en daarmee de toeschouwer naar een nieuwe orde overbrengt, alsof je in de ideële wereld van Plato bent terecht gekomen. Of op zijn minst het sacrale fundament van alle leven op aarde in ere wordt hersteld. Het is een mysterie hoe hij daarin slaagt met zo'n ogenschijnlijk simpele en formalistische werken, die evengoed als artistieke oplichterij zouden geklasseerd kunnen worden, maar het omgekeerde doen. Het leidt geen enkele twijfel dat Kelly zijn plaats in de kunstgeschiedenis verdient onder de noemer van de POST-PAINTERLY ABSTRACTION, al is SPIRITUEEL FORMALISME misschien toepasselijker.

 

Postscriptum.

De tentoonstelling en het nieuwe museum doen wat Grote Kunst moet doen: een tempel bouwen voor iets wat ons overstijgt en verbindt, maar in een grotere historische en sociologische analyse van het fenomeen van de opkomst van de privéverzamelaar en het privémuseum kunnen we enkel kritisch zijn. Deze vogue toont aan dat de geschiedenis de verkeerde kant uitgaat. Het wijst op een onmiskenbare HERFEODALISERING VAN DE SAMENLEVING waarin langzaam maar zeker de superrijken, niet alleen het reële kapitaal rond een paar individuen en bedrijven concentreren, maar ook het symbolische. De illusie die we voor de crisis van 2008 hadden, namelijk dat het ene in perfecte symbiose zou kunnen bestaan naast het andere (de privécollectie naast de publieke collectie) is in duigen gevallen. Het ene gaat wel degelijk ten koste van het andere. Wanneer er nu met grote sier en trom deze nieuwe prachtige privé-tempel opengaat zijn er ondertussen, zowel in België als in Nederland, door een zondebok beleid allerlei belangrijke instellingen gedecimeerd of verdwenen.

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn nodigt een ‘guest of honour’ uit en laat ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn

Contact: pompidou@klara.be

Pompidou wordt als podcast aangeboden.