Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Nu op Klara:

Jeroen Brouwers - De laatste deur

Jeroen Brouwers - De laatste deurKunst & Cultuur, Boek

Zijn ‘levenswerk’: zo worden Jeroen Brouwers’ De laatste deur en het bijbehorende Supplement, samen goed voor een twaalfhonderdtal pagina’s, door de uitgever omschreven. En terecht, vindt Christophe Vekeman.
Jeroen Brouwers, De laatste deur, uitgeverij Atlas Contact

Jeroen Brouwers, De laatste deur, uitgeverij Atlas Contact

Zijn ‘levenswerk’: zo worden Jeroen BrouwersDe laatste deur en het bijbehorende Supplement, samen goed voor een twaalfhonderdtal pagina’s, door de uitgever omschreven. En terecht, want mag De laatste deur – ondertitel: Essays over zelfmoord in de Nederlandstalige letteren – toen het in 1983 verscheen al hebben gegolden als het essayistische magnum opus van Brouwers, waar hij vijftien jaar aan had gearbeid, dan is de vijfde druk die heden in de winkel ligt nog eens flink bijgeschaafd, herwerkt en bovenal gul uitgebreid – al zijn er ook een paar stukken verdwenen, bijvoorbeeld omdat over deze of gene pennenvoerder niet langer vaststaat of hij wel degelijk, zoals eertijds gedacht, eigener beweging het bestaan de kont heeft toegekeerd… 

Het boek is nog altijd opgedragen aan de nagedachtenis van Brouwers’ ex-geliefde en dochter van de Vlaamse schrijver Jan Walravens ‘Anne W.’, die in 1973, nog geen drieëntwintig jaren oud, zichzelf het leven ontnam en zodoende de reeds bij de schrijver aanwezige fascinatie voor zelfmoord deed opvlammen tot een vuur dat nooit zou doven of nog maar in kracht zou afnemen. Zij heet Aurora in de roman Zonsopgangen boven zee, Iris in het verhaal De Exelse testamenten, waaruit bij aanvang van De laatste deur het volgende wordt geciteerd: ‘Ik wil het wel op mij nemen, de geschiedenis van al dezen te schrijven, mijn toon is die van solidariteit’. En ‘al dezen’ zijn dan de door zelfmoord om het leven gebrachte Nederlandstalige schrijvers van 1700 tot vandaag die in De laatste deur worden geportretteerd en herdacht in een voortdurende poging – ondernomen tegen beter weten in – om niet alleen de ‘reden’ van hun beslissing te achterhalen, maar ook om een antwoord te ontdekken op de eeuwige ‘waaromvraag’: om een goede reden om zelfmoord te plegen, citeert Brouwers een cynicus, heeft nog nooit iemand verlegen gezeten, maar waarom doet de ene het, en laat de andere, evenzeer tot aan de haargrens in de stront zittend, het koelbloedig na? 

Brouwers heeft in verschillende geschriften benadrukt dat de drie wezensingrediënten van zijn schrijverschap dood, literatuur en liefde zijn, welke liefde in dit boek juist in de voormelde ‘toon van solidariteit’ tot uiting komt, bijvoorbeeld in het magnifieke stuk over Jan Emiel Daele, geschreven vier dagen nadat deze, in 1978, eerst zijn geliefde en vervolgens ook zichzelf doodschoot, een essay overigens waaruit Brouwers voorlas, over liefde gesproken, toen hij in 1992 deelnam aan Saint-Amour. Wees niet bang, echter, voor tranerigheid of sentimentaliteit, want als Jeroen Brouwers liefheeft, spaart hij bepaald niet de roede: ‘Jan Emiel Daele was niet “een goed schrijver” – in zekere zin kon hij niet schrijven.’ Andere schrijvers die in 1983 reeds in De laatste deur waren vereeuwigd, zijn François Haverschmidt, Menno ter Braak, Jan Arends, Jotie T’Hooft en Dirk de Witte, die laatste eveneens een goede bekende van Brouwers. 

Als Jeroen Brouwers liefheeft, spaart hij bepaald niet de roede.
Christophe Vekeman

Tussen deze portretten in vinden we ook nog eens algemenere beschouwingen aangaande zelfmoord en literatuur, en ontkracht Brouwers bijvoorbeeld overtuigend de mythe als zou een door zelfmoord om het leven gekomen auteur vanzelf langer kunnen buigen op postume faam dan wanneer hem een natuurlijke dood was toegevallen, heeft hij het over de onzinnigheid van het eufemisme ‘zelfdoding’, verwerpt hij de stelling dat ‘doodgaan aan drank’ een soort van ‘trage zelfmoord’ zou wezen, en maakt hij komaf met de vaak door psychiaters, ‘deze onheilbezweerders, deze onheilbevestigers, deze kletsmeiers’, geponeerde lulkoek als zouden schrijvers vatbaarder zijn voor zelfmoordgedachten dan beoefenaars van andere beroepen: minder dan vijftig schrijvers telt Brouwers die in de loop van drie eeuwen Nederlandse letterkunde door eigen hand gestorven zijn, in de Vlaamse literatuur zijn het er minder dan tien.

Wat niet wegneemt dat er sinds 1983 en ook de jongste jaren een aantal schrijvers-zelfmoordenaars is bijgekomen, helaas. Dichter Wim Brands, bijvoorbeeld, voornamelijk bekend als radio- en televisiefiguur, Nanne Tepper en uiteraard Joost Zwagerman, aan wie het sluitstuk van het boek gewijd is, een stuk waarin milde polemiek, persoonlijke herinneringen, collegiale waardering en literair essay prachtig met elkaar worden vervlochten.

In het Supplement worden een aantal verspreide stukken samengebracht met de bundel De zwarte zon, waarin Brouwers zich buiten onze taalgrenzen begeeft en leven, werk en dood van onder meer Harry Crosby en Stig Dagerman onder de loep neemt, en het dossier De versierde dood, waarin hij het onder meer heeft over zelfmoordclubs en Russische roulette, maar ook over zelfmoord in popmuziek en strips. In de oorspronkelijke uitgave uit 1989 wordt de tekst gretig verlucht met krantenknipsels, foto’s, filmstills en Lucky Lukebladzijden, illustraties die zijn weggevallen nu. Het is het enige spijtige aan dit magistrale, diep doorleefde, van de grootste eruditie blijk gevende en vanzelfsprekend stilistisch onvergelijkbare monument dat zelfs de zonderling die nog nooit de minste interesse voor het onderwerp zelfmoord bij zichzelf heeft gewaargeworden de leestijd van zijn leven zal doen beleven. 

Christophe Vekeman

Wie vragen heeft over zelfmoord kan terecht op het telefoonnummer 1813 of de website www.zelfmoord1813.be

 

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn nodigt een ‘guest of honour’ uit en laat ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn

Contact: pompidou@klara.be

Pompidou wordt als podcast aangeboden.