Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Anita Brookner, Hotel du Lac

Anita Brookner, Hotel du LacKunst & Cultuur

Christophe Vekeman begon sceptisch aan Hotel du Lac van Anita Brookner (Xander uitgevers), een vergeten winnaar van de Man Booker Prize in 1984. Maar gaandeweg nam zijn enthousiasme toe ...
Anita Brookner, Hotel du Lac, Xander Uitgevers

Anita Brookner, Hotel du Lac, Xander Uitgevers

De mooiste literaire roman van de twintigste eeuw,’ zo staat te lezen op het achterplat van Hotel du Lac van Anita Brookner, alsook: ‘de meest tijdloze roman van de twintigste eeuw’. Voeg daarbij het citaat uit The Times dat op de voorflap prijkt – ‘Een klassieker die nog honderden jaren gelezen zal worden’ – en je weet: deze roman kan enkel tegenvallen.

Maar dat valt wonderwel mee. Dit ‘vrouwenromannetje’ dat in 1984 de literaire wereld radicaal onthutste door zomaar de Man Booker Prize te winnen en op die manier onder meer Flaubert’s Parrot van Julian Barnes en Empire of the Sun van J.G. Ballard de loef af te steken, is namelijk – en dit in schril contrast met de voormelde, pastelblauwe voorflap, waarop een knobbelzwaan staat afgebeeld die erin slaagt om in haar dooie eentje het wezen van weemakende kitsch te symboliseren – een lust voor elk lezersoog, en zeker voor het lezersoog dat toebehoort aan mensen die net als ik dol zijn op boeken die zich afspelen in treinen, op schepen of in hotels. 

Hoofdfiguur van de geschiedenis is een Edith Hope genaamde ‘schrijfster van romantisch proza’ die zopas gearriveerd is in het etablissement uit de titel, dat is gelegen aan het Meer van Genève. ‘Mensen die denken me te kennen, beschouwen me als een onopvallende figuur en men is het erover eens dat dat zo moet blijven,’ zegt ze, en de reden waarom zij eind september hier een maand lang zal verblijven heeft daar in zekere zin mee te maken: na het begaan van een zekere misstap van amoureuze aard is zij door de goegemeente hierheen, zoals zij het zelf uitdrukt, ‘verbannen’. Ze moet weer saai en deftig worden, even saai en deftig, zou je kunnen stellen, als het hotel: ‘Tegenover de gasten schepte men een pervers gevoel van trots in het ontbreken van alle attracties, zodat bezoekers die toevallig een kamer zochten hun ogen niet konden geloven en door de geringe afmetingen van het terras, de gedempte stilte van de foyers, het ontbreken van achtergrondmuziek, openbare telefoons, advertenties voor pittoreske rondleidingen of aanplakborden waarop de aantrekkelijkheden van de plaats werden aangeprezen, van hun voornemen afzagen.’

Geen wonder dat Edith het spel speelt waarmee waarschijnlijk iedereen die voor iets langere duur verblijft in een hotel zich af en toe amuseert, en dat er uit bestaat dat je verleden, achtergrond, professie, liefdeleven en karakter van je wildvreemde medegasten probeert te raden of in te vullen. Zo is er bijvoorbeeld ‘de vrouw met het hondje’, een duidelijke knipoog naar het beroemde overspelverhaal van Tsjechov, of zo zijn er de evenzeer tot de verbeelding sprekende bejaarde mevrouw Pusey en haar iets te mollige, opvallend aanhankelijke dochter Jennifer. Menselijk materiaal genoeg, kortom, voor Edith om zich door te laten afleiden van haar eigen besognes, het boek dat zij aan het schrijven is én haar pijnlijk verliefde gevoelens voor een zekere David, aan wie zij brieven stuurt waarin zij verslag uitbrengt van haar wedervaren in het hotel. 

Het is allemaal niet wereldschokkend, maar het blijft wel prikkelen.
Christophe Vekeman

Hotel du Lac biedt ons het enigszins treurige portret van een vrouw die zo beschaafd mogelijk – op waarlijk ouderwetse wijze – aan de liefde lijdt, maar die vooral opvallend spits is, zowel wanneer zij doet aan introspectie als wanneer ze de scherpe blik op anderen richt. ‘Ze was een knappe vrouw van vijfenveertig,’ observeert ze op een gegeven ogenblik, ‘en dat zou ze nog jaren blijven.’

Toch is het in de eerste plaats Anita Brookner die met de pluimen gaat lopen. ‘Achteroverleunend deed ze een ogenblik haar ogen dicht en liet tot zich doordringen hoezeer ze tegen de avond die voor haar lag opzag’ is een mooi voorbeeld van hoe Brookner haar stijl weet op te bouwen uit wat je ‘frisse clichés’ zou kunnen noemen: het is allemaal niet wereldschokkend, maar het blijft wel prikkelen. Op een bepaald moment krijgt Edith te horen uit de mond van haar disgenoot: ‘Ik hoop niet dat je het soort vrouw wordt dat over de tafel heen leunt en met haar kin op haar handen steunend zegt: “Waar denk je aan?”’ Heerlijk toch?

Het nawoord bij het boek is van de hand van de genoemde Julian Barnes. Hij schetst Brookner, die hij dertig jaar lang heeft gekend, voor zover ze zich tenminste kennen liet, als een bijzonder geestige, krachtige, onvergelijkbare persoonlijkheid. Op basis van Hotel du Lac zal iedereen dat kunnen beamen. 

Christophe Vekeman

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Vincent Goris

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram