Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Bezielde knuffeldieren

Bezielde knuffeldierenKunst & Cultuur

De Argentijnse schrijfster Samantha Schweblin wordt met literaire prijzen bedolven. Reden genoeg voor Christophe Vekeman om haar boek 'Duizend ogen' met argusogen te lezen.

Samantha Schweblin tovert snoezige knuffeldieren om in horrorfiguren

Stel je een knuffeldier voor – een mol, een panda, konijn, kraai of draakje – dat zich op batterijen en op wieltjes voortbeweegt en dat bij je thuis elke dag eigener beweging over de vloer rijdt, tenzij je natuurlijk zelf zou beslissen om het op de tafel te plaatsen of waar dan ook.

Beeld je vervolgens in dat het stuk speelgoed niet alleen een nu eens brommend, dan weer krijsend geluid kan voortbrengen, maar ook oogjes heeft waarmee het kan zien, en dat degene die kan zien en ook verder het doen en laten van de knuffel bepaalt een onbekende is die zich, waar ook ter wereld, achter zijn computer bevindt.

Stel je bovendien voor dat je je van die onbekende bewust bent, en dat het zelfs meer bepaald zijn ‘aanwezigheid’ in het dier is die gemaakt heeft dat je voor je nieuwe kameraadje in de winkel 279 dollar neergeteld hebt. Als dat allemaal gelukt is, dan heb je een idee waarover Duizend ogen van de Argentijnse, heden in Berlijn woonachtig zijnde schrijfster Samanta Schweblin (1978) over gaat.

Samantha Schweblin

De knuffelrobots in kwestie heten kentuki’s, en wie bij de klank van dat woord vanzelf aan het dromen gaat van een geheel en al uit vingervlugge banjogeluiden en blauw gras opgetrokken mistig halfgebergte vol van tijdloze mysteriën, wordt door het boek vanzelf met de voetjes op de grond gedwongen: deze roman speelt zich af in de wereld van nu en straks, een wereld dus die alsmaar kleiner, vlakker en ook gelijkvormiger geworden is, en waarin alle mensen met elkander in verbinding staan via de meest vernuftige communicatiemiddelen, zonder dat dit ook maar het geringste bijdraagt aan verlossing van de eenzaamheid.

Een wereld, ook, in dit boek dus, waarin de kentuki’s gaandeweg tot een echte rage zijn uitgegroeid, en die bijgevolg voor een belangrijk deel bevolkt wordt door mensen die hetzij een kentuki hébben, hetzij, gezeten dus achter die computer van hen, een kentuki zíjn – al sluiten de beide elkaar niet uit. Wat hebbers en wezers allen met elkaar gemeen hebben, is dat zij elkaar niet kunnen kiezen. Je hebt dus geen enkele weet, als je je pakweg een panda aanschaft, van de medemens die je bijgevolg naar believen toegang tot je privé-leven verstrekt, zoals je omgekeerd ook geen idee hebt, op voorhand, waar je als bestuurder van een kentuki – als gedoogde voyeur, kan je zeggen – zult terechtkomen. Zo zijn er kentuki’s die zelfmoord plegen – eenmaal de verbinding is verbroken, bijvoorbeeld omdat de batterijen van het dier niet bijtijds opgeladen geraken, maar ook omdat het dier pakweg te pletter stort, is de kentuki onherroepelijk dood – daar zij blijken te ‘ontwaken’ in een bejaardentehuis…

Dat is precies wat Samantha Schweblin wil doen: tot nadenken stemmen.

Samanta Schweblin volgt in haar boek een flink aantal personages, enerzijds de ‘baasjes’ (die, in tegenstelling tot wat het woord suggereert, de minste macht hebben of althans het kwetsbaarst zijn) en anderzijds degenen die de knuffels van thuis uit bezielen en besturen – en wat er daarbij zoal gebeurt, kan iedereen op basis van de bovenstaande informatie ongetwijfeld zelf verzinnen of althans vermoeden.

Zo komt het voor dat baasjes gechanteerd worden met wat kentuki’s hebben gezien; dat een kentuki machteloos getuige is van een ontvoering; dat kentuki’s verliefd worden op hun baasje; dat kentuki’s verliefd worden op elkaar; dat mensen seks hebben met hun kentuki of het dier mishandelen (vanzelfsprekend, dat begrijpt u, zijn kentuki’s gedroomde handlangers van pedofielen aller landen) en dat er een geldruiker op het idee komt in te spelen op het verlangen van mensen om zelf te bepalen waar zij als kentuki zullen belanden. ‘Je had mensen die bereid waren een fortuin uit te geven om een paar uur per dag in armoede te kunnen leven, en je had er ook die betaalden om te reizen zonder hun huis uit te komen, door India te trekken zonder een keer diarree te krijgen, of op blote voeten en in pyjama de poolwinter te leren kennen.’

Maar zover is het dus nog niet in het boek, getuige ook de volgende dialoog:

‘“Het doet er niet toe, mama,” zei Alina ongeduldig.
“Dan koop ik toch gewoon een andere kentuki en stuur die naar jou. Dat zou toch mooi zijn? Zo kunnen we meer tijd samen doorbrengen.”
“Je kunt niet kiezen met wie je verbinding legt, mama. Dat is het grappige.”
“En waar is het dan goed voor?”
“Ach, mama!” zei Alina, hoewel die opmerking haar eigenlijk tot nadenken stemde.’

Dat laatste is precies wat deze roman van Samanta Schweblin wil doen: tot nadenken stemmen. Maar met dit al te cerebrale, al te slap en slordig gestructureerde, weinig meeslepende boek als voedsel voor de geest is de lezer al snel uitgedacht, helaas. Zowat de volledige wereldliteratuur gaat erover dat de mensen eenzaam zijn. Maar met grote nadruk schrijven over de menselijke eenzaamheid brengt duidelijk niet vanzelf met zich mee dat je wereldliteratuur bedrijft.

Christophe Vekeman

'Duizend ogen' van Samantha Schweblin is verschenen bij Meridiaan Uitgevers
Uit het Spaans vertaald door Eugenie Schoolderman en Arie van der Wal

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram