Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Cancel culture avant la lettre

Cancel culture avant la lettreKunst & Cultuur

De Japanse schrijfster Yoko Ogawa is te gast op het Passa Porta Festival in Brussel. Christophe Vekeman las zich alvast in.
Yoko Ogawa, De geheugenpolitie

Yoko Ogawa, De geheugenpolitie

In 1948, ter gelegenheid van diens vijftigste verjaardag, sprak Adriaan Roland Holst de gevierde Simon Vestdijk aan met de gevleugelde woorden ‘o gij, die sneller schrijft dan God kan lezen’. De Nederlandse Vestdijk zou in zijn drieënzeventigjarige leven uiteindelijk een tweehonderdtal boeken – waaronder tweeënvijftig romans – bijeen pennen, wat magistraal is, maar wat op ons, Belgen en bijgevolg landgenoten van Georges Simenon, misschien toch net iets minder indruk maakt: laatstgenoemde schreef, naast honderden verhalen en novellen, meer dan tweehonderd romans onder zijn eigen naam alleen al.

Aan beide heren kan de Japanse, in 1962 geboren Yoko Ogawa vooralsnog niet tippen, al blijkt ook zij uit vlijtig hout te zijn gesneden, want sinds haar debuut in 1988 publiceerde zij reeds meer dan vijftig titels. In 1994 verscheen De geheugenpolitie, dat nu in het Nederlands is vertaald, wat in zekere zin volkomen terecht of althans begrijpelijk is. De dystopie in kwestie, immers, moet vandaag helaas relevanter heten dan de voorbije kwarteeuw het geval is geweest.

De dystopie in kwestie, immers, moet vandaag helaas relevanter heten dan de voorbije kwarteeuw het geval is geweest.

Zoals alle dystopieën is ook De geheugenpolitie een ráár boek, dat duidelijk mikt op appreciatie vanwege de meer verbeeldingskrachtige literatuurliefhebber, die zijn leespret niet door een gebrek aan fantasie wil laten begrenzen. Het speelt zich af op een eiland waar iets heel bijzonders en ook onrustbarends aan de hand is: dingen verdwijnen de hele tijd. Enfin, niet zomaar dingen, of niet alléén dingen, dieren of voorwerpen, maar ook het idee erachter, het concept, het fenomeen, het Ding an sich, om met Kant te spreken. Of om het te zeggen met de romanschrijfster die de ik-figuur in het boek is:

‘Bij elke uitwissing is het eiland even in rep en roer. Alle mensen verzamelen zich her en der op straat en halen herinneringen op aan wat verloren is. Ze zijn weemoedig en verdrietig, en ze troosten elkaar. Als het om iets tastbaars gaat, brengen ze het met z’n allen mee, om te verbranden, te begraven of in de rivier te gooien. Maar die kleine storm gaat na een paar dagen liggen. Iedereen gaat weer over tot de orde van de dag. Ze kunnen zich niet eens meer herinneren wat ze hebben verloren.’

Dat laatste geldt tenminste voor de meerderheid der eilandbewoners, want er zijn wel degelijk uitzonderingen, mensen die ondanks alles in het bezit blijven van een feilloos geheugen, om die reden ook worden beschouwd als staatsgevaarlijk en dus onophoudelijk ten prooi dreigen te vallen aan de opsporingen van de ‘Geheime Politie’ en de ‘Geheugenjagers’, wier optreden metterdag ‘autoritairder en gewelddadiger’ wordt. Zowel de – waarschijnlijk vermoorde – moeder van de vertelster als haar met ‘R’ aangeduide redacteur behoort tot die groep van ongenaakbare geheugenbewaarders, en op zeker ogenblik beslist de hoofdpersoon dan ook om R op gevaar van eigen leven bij haar thuis te verstoppen, met alle gevolgen, relationeel en anderszins, van dien.

Yoko Ogawa© Philippe Matsas
Yoko Ogawa

Maar wat is het nu dat er zoal uitgewist wordt? Vrij doordeweekse en, zo je wil, onschuldige dingen als de paraplu, de smaragd, parfum, de ferry en – toch echt wel rampzalig – de hoed, maar ook vogels, rozen en de kalender, die helaas in de winter verdwijnt, zodat het altijd koud zal blijven. Toch kan het altijd nóg erger, want was als woorden zouden verdwijnen? Zover komt het niet, maar wel worden op zeker ogenblik warempel romans uitgewist, wat vergezeld gaat door het in brand steken van de bibliotheek. Wat dan weer de vraag opwerpt:

‘En stel dat ze mensen uitwissen?’

Immers: ‘Ik herinner me dat lang geleden iemand zei: “Wie boeken verbrandt, zal uiteindelijk mensen verbranden”.’

Die iemand was uiteraard Heinrich Heine, die zijn toneelstuk Almansor, waarin de betreffende waarschuwing valt aan te treffen, in 1821, dus precies tweehonderd jaar geleden, voltooide. Voorspelde Ogawa kortom in 1994 met haar roman over ‘uitwissingen’ de huidige cancel culture op dezelfde wijze als waarop Heine het nazisme en de holocaust lijkt te hebben voorzien? En valt dus inderdaad te vrezen dat op het cancellen van kunstwerken het cancellen van mensen zal volgen?

Het zijn zulke vragen, die door Ogawa indirect worden gesteld, die van De geheugenpolitie, zoals ik al zei, een zeer relevante roman maken: een boek dat als startschot kan dienen voor ernstige gesprekken. Dat het daarnaast ook een behoorlijk langdradig boek is, met een einde zó perfect dat het van de weeromstuit haast amateuristisch en een beetje knullig aandoet, bewijst alleen maar dat ‘relevant’ en ‘hoogkwalitatief’ in de literatuur lang niet per definitie hand in hand gaan – of misschien is ook dat weer voer voor discussie…

Christophe Vekeman

'De Geheugenpolitie' van Yoko Ogawa is verschenen bij Uitgeverij Cossee

Uit het Japans vertaald door Luk van Haute

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Heleen Debruyne

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.