Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Carl Maria von Weber: Oberon

Carl Maria von Weber: OberonBlijf verwonderd!

Uitvoerders: Hillevi Martinpelto, sopraan (Reiza)/ Jonas Kaufmann, tenor (Huon)/ Steve Davislim, tenor (Oberon)/ Marina Comparato, mezzo-sopraan (Fatima)/ William Dazeley, bariton (Sherasmin) Monteverdi Choir Orchestre Révolutionnaire et Romantique o.l.v. John Eliot Gardiner Label: Philips 475 6563
Carl Maria von Weber: Oberon

Carl Maria von Weber: Oberon

Programma: Carl Maria von Weber: Oberon

Carl Maria von Weber wordt vooral geassocieerd met zijn opera Der Freischütz en het klarinetconcerto. Van “Oberon” is alleen de ouverture populair en opera’s als Euryanthe of Abu Hassan horen thuis in het hoofdstuk rariteiten. De opname die John Eliot Gardiner van de opera Oberon gemaakt heeft, is dus meer dan welkom en bij deze klanktovenaar is dit sprookje dan ook in goede handen. Als voorvechter van authentieke uitvoeringen kiest Gardiner uiteraard voor de originele Engelstalige versie eerder dan de Duitse vertaling. De Duitse versie heeft Weber zelf nooit gehoord, want twee maanden na de première in Londen (april 1826) sterft Weber aan tuberculose. Weber krijgt in 1824 van de directeur van de Londense Royal Opera de opdracht voor een nieuwe opera, nadat Der Freischütz daar met groot succes is opgevoerd. Weber wordt zelfs tegelijk voor een paar seizoenen als dirigent uitgenodigd, maar die opdracht wijst hij af. Weber volgt een spoedcursus Engels en kiest als onderwerp Oberon, gebaseerd op Midsummer Night’s Dream van Shakespeare. Kort samengevat komt het verhaal hierop neer: Oberon, koning van de elfen heeft een twistpunt met zijn vrouw Titania over de trouw tussen koppels. Puck doet het verhaal van de ridder Huon van Bordeaux die naar het hof van de Kalief van Bagdad reist en er verliefd wordt op Reiza, die tegen haar zin uitgehuwelijkt zal worden. Het verliefde koppel ontsnapt, valt ten prooi aan kapers en schipbreuk, maar wordt uiteindelijk met elkaar verenigd, niet in het minst met de hulp van de hoorn die Oberon als een tovermiddel aan Huon heeft meegegeven. Oberon moet dus inzien dat liefde ondanks tegenspoed kan standhouden. De twee verhaallijnen lopen voortdurend door elkaar, zodat het libretto niet van de sterkste is, maar de muziek redt het geheel en wordt hier door Gardiner op lichtvoetige wijze vertolkt zodat Weber veel dichter bij Mozart staat, dan bij Wagner, van wie hij wel eens als directe voorloper wordt beschouwd. Gardiner treft met zijn transparant klinkende Orchestre Révolutionaire et Romantique zowel op heerlijke manier het sprookjesachtige van het verhaal, als het Oosterse parfum aan het hof van de Kalief en verbindt de lyrische en de verhalende (soms grappige) elementen met elkaar op een manier die de gaten in het libretto doen vergeten. Natuurlijk zijn de hevige momenten door Gardiner sterk geaccentueerd, zoals het wilde slagwerk als Reiza beslist te ontsnappen of het huldelied voor de Kalief aan het begin van het tweede bedrijf. Het motief van de hoorn dat als een soort leidmotief door de opera loopt, klinkt hier niet als heroïsch jachtinstrument maar is inderdaad betoverend telkens het opduikt. Op het einde van de opera evoceert Gardiner het motief ook fijn in de fluiten en klarinetten. De stemmen zijn soepel en licht en dat geldt zowel voor Jonas Kaufmann als een jeugdige en stralende Huon als voor Hillevi Martinpelto als Reiza, die werkelijk angst uitdrukt in haar aria “Ocean thou mighty monster!” – misschien beter bekend als “Ozean du Ungeheuer” uit de Duitse vertaling. Haar timbre kleurt bovendien mooi met dat van haar gezelschapsdame Fatima (Marina Comparato). Ook de kleinere partijen van Oberon en Sherasmin zijn egaal mooi bezet met tenor Steve Davislim en bariton William Dazeley. De structuur van dit Engelse “Singspiel” sluit aan bij de traditie van de masks, waarbij de zangnummers afgewisseld werden met dans en gesproken dialogen en monologen. Gardiner bindt de verhaalepisodes met gesproken tekst op prachtige manier gereciteerd door een verteller (Roger Allam). Deze opname gaat terug op een concertante versie die Gardiner van de opera presenteerde in het Théâtre du Châtelet in 2002 en ze geeft Gardiner gelijk als hij zegt dat we er beter aan doen “Webers magische partituur te prijzen dan ze te begraven”. Gardiner levert bovendien de allereerste opname van het werk in de originele Engelse versie. Bij de opname heb ik eigenlijk maar één negatieve bedenking: de prachtige verteller is veel te stil opgenomen in vergelijking met de klank van de muziek, zodat je voortdurend aan de volumeknop moet draaien.

Lucrèce Maeckelbergh

Klara's oordeel