Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest Adeline Dieudonné

Christophe Vekeman leest Adeline DieudonnéKunst & Cultuur

De Brusselse schrijfster Adeline Dieudonné wordt op handen gedragen in de Franstalige wereld en ook internationaal breekt ze potten. De verwachtingen voor haar nieuwe roman Kerozine zijn dan ook hooggespannen. Maar Christophe Vekeman vindt er maar niks aan ...
© Céline Nieszawer/Leextra

De Brusselse schrijfster Adeline Dieudonné

Het is twaalf over elf ’s avonds, het is zomer, en waar bevinden wij ons? Aan een ‘benzinestation langs de snelweg’. Zijn er nog mensen in de buurt? Jazeker. ‘Als je het paard meetelt maar niet het lijk, zijn er op dit moment veertien aanwezigen.’

Zie daar de setting van de tweede roman van de Franstalige, in Brussel woonachtige schrijfster, actrice en stand-upcomedian Adeline Dieudonné, geboren in 1982. Wie zonet echter bij het woord stand-upcomedian is opgeveerd terwijl hij handenwrijvend uitriep: ‘Joepie, dat wordt lachen geblazen!’, gaat beter meteen weer zitten, want het boek is waarlijk om te huilen zo slecht.

Dat komt, ondanks de hierboven geschetste zeer aantrekkelijke plaats van handeling, omdat Adeline Dieudonné, wier debuut Het echte leven met prijzen overladen is, schrijft als een bijzonder matig getalenteerde puber die in haar vrije tijd opstelletjes bij elkaar pent die gezien de zeer choquant bedoelde inhoud en teneur ervan nooit in handen van haar ouders of de leraars mogen vallen. 

Kerozine, zoals het pulpboekje heet, is een zogenaamde roman-in-verhalen, en speelt zich af in de loop van twee minuten: aan het einde is het veertien over elf. Die twee minuten duren in de roman ruim 180 pagina’s, die de schrijfster gebruikt om ons over de genoemde aanwezigen beurtelings wat meer te vertellen: een stukje voorgeschiedenis, een straffe anekdote of hun gehele leven in het kort, dat hangt ervan af.

Deze hoofdstukken beginnen met zinnen als ‘Voordat ik u dit verhaal vertel, wil ik erop wijzen dat ik nooit last heb gehad van erectiestoornissen’ of ‘Ik was nog nooit klaargekomen bij mijn man’. Ook het paard komt aan het woord. Het blijkt een sympathiek dier te zijn, en dit in tegenstelling tot de dolfijn die een rol speelt in het verhaal over het vijfentwintigjarige fotomodel Victoire, die in geen jaren nog water heeft gedronken, uitsluitend rauwe melk, en er zelfs een hekel aan heeft zich te wassen.

Kerozine

Hoe dat zo? ‘Sinds ze een artikel over het geheugen van water had gelezen, wilde ze zich voor een vrachtwagen gooien bij het idee alleen al dat haar huid in contact kon komen met moleculen die ooit de glibberige, grijze huid van een dolfijn hadden aangeraakt.'

Waar deze dolfijnenhaat vandaan komt, die overigens zo ver gaat dat Victoire nu op weg is naar een ‘grindadráp’, een rituele slachting van dolfijnen op de Deense eilandengroep de Faeroër? Wel, ‘Victoire wist niet precies hoe ze zo’n hekel aan dolfijnen had gekregen.’ Even later, dat zal je altijd zien, herinnert zij het zich gelukkig wel: tijdens een shoot in een zwembad is zij ooit ei zo na verkracht door een dolfijn. ‘Hij wilde haar geslachtsdeel, en ze was alleen dat nog. Een geslachtsdeel.’ Maar dat was ze dus, op weg naar die dolfijnenslachting waaraan zij gaat meedoen, vergeten. 

Chelly dan weer, de hoofdfiguur van het eerste verhaal, slacht geen dolfijnen af, maar wel haar man. Omdat hij haar verkracht heeft? Nee, omdat de zeurpiet alsmaar klaagt over zijn werk. Dus gooit ze in een opwelling een mes naar hem. ‘Chelly had op zijn hals gemikt. Maar voor een worp van drie meter afstand, zonder enige voorbereiding, was ze toch tevreden over het resultaat. Het gaf haar een uitgelaten gevoel’.

Hoofdfiguur Chelly vermoordt haar man. Omdat hij haar verkracht heeft? Nee, omdat de zeurpiet alsmaar klaagt over zijn werk.

Waarop een heuse rollercoaster van gevoelens volgt. De tevreden uitgelatenheid, immers, verkeert eerst in geduldige hoop: ‘Ze wachtte een paar seconden om MacGyver de kans te geven zich te manifesteren. Een optater, een erectie, een flikkering van haat in zijn ogen’.

Maar de MacGyver in haar echtgenoot laat het afweten, hij krijgt wonder boven wonder géén erectie met dat lemmet ‘vlak onder zijn linkersleutelbeen’, en ‘Chelly voelde een golf van zwarte droefheid over zich heen spoelen. Het was alsof er mestgier in haar dijslagader werd gespoten.’

Oei. Een alinea of drie verderop is het weer afgelopen met de melancholie, alsmede met het geduld: ‘Ze vond het spel wat saai worden, zoals wanneer een wip iets te lang duurt.’ Dus vermoordt ze hem. Met ‘een zekere seksuele opwinding’ nu tot gevolg. Een zekere? ‘Ze had dolgraag ter plekke seks met hem willen hebben.’ Maar dat gaat niet, helaas, en deemoed daalt thans over Chelly neder. ‘Chelly stond toen maar op’, ten prooi plots aan een gouwe ouwe huisvrouwenreflex: ‘Ze keek naar haar met bloed besmeurde trainingspak en dacht bij zichzelf dat ze het misschien weer schoon zou krijgen als ze het nu meteen in de week zou zetten.’

Een zeker luiheid blijkt dit complexe, door en door levensechte personage evenwel niet vreemd te wezen: ‘Al dat bloed was op het moment zelf lollig geweest, maar het wegschrobben zou andere koek zijn.’ En dan moet ‘het moeilijkste deel’ nog komen: ‘hem naar de kofferbak van haar Hummer dragen.’

Wat ze daarna met het lijk eigenlijk aan moet, weet Chelly niet, maar ‘daar maakte ze zich niet al te veel zorgen over. Dat was bijzaak. Ze wist alleen,’ deze vrolijk-weemoedige geilerd die zonet de man gedood heeft met wie zij elf jaar geleden in het huwelijk trad, ‘dat ze op dat moment meteen koffie wilde.’

Gezondheid, Chelly, laat het je smaken.

Zelf ben ik, na lezing van deze onvergetelijke flutzooi, toe aan iets sterkers, eerlijk gezegd.

Christophe Vekeman

Kerozine van Adeline Dieudonné is verschenen bij Atlas Contact
Uit het Frans vertaald door Nathalie Tabury en Annelies Kin

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Heleen Debruyne brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Heleen Debruyne

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.