Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest Edouard Levé

Christophe Vekeman leest Edouard LevéKunst & Cultuur

De Franse schrijver Edouard Levé leverde bij zijn uitgever een manuscript in met de titel 'zelfmoord' en stapte tien dagen later zelf uit het leven. Hoe begin je als lezer aan een boek met zo'n onthutsende voorgeschiedenis? Christophe Vekeman brengt verslag uit.
© Koppernik

Edouard Levé

Edouard Levé (1965-2007) was een Franse kunstenaar en fotograaf die tevens als schrijver actief was. In 2002, bijvoorbeeld, verscheen zijn eerste boek, Oeuvres, waarin hij vijfhonderd conceptuele kunstwerken van zichzelf oplijstte die op dat moment geen van alle reeds in fysieke vorm bestonden – al zouden sommige ervan later wél door hem worden vervaardigd.

Enkel al op basis van deze summiere informatie kan je geredelijk concluderen dat voor Levé de grens tussen fictie en werkelijkheid lang niet per definitie onoverschrijdbaar mocht heten, en datzelfde blijkt, zo zullen wij straks zien, ook uit het laatste boek dat hij schreef, Suicide, waarvan hij het manuscript aan zijn uitgever gaf tien dagen voordat hij zich het leven benam.

Wie zou denken dat het boek in kwestie de aankondiging van een zelfgekozen dood is, vergist zich, want Zelfmoord, zoals de titel van de pas verschenen Nederlandse vertaling luidt, gaat over een vriend van Levé – of althans een vriend van de ik-figuur – die op de een of andere augustuszaterdag in tennistenue met zijn vrouw door hun tuin loopt, haar mededeelt dat hij zijn racket heeft vergeten, vervolgens naar de kelder van hun huis afdaalt en zich daar, vijfentwintig jaar oud, een kogel door het hoofd jaagt.

Waarom? Het antwoord op die vraag wil weleens gevonden worden in een achtergelaten afscheidsbrief, maar tot overmaat van tragiek bestaat die allerlaatste boodschap in onderhavig geval uit een op een bepaalde pagina openliggend stripverhaal, dat door vrouwlief in al haar consternatie van de tafel op de keldervloer gegooid wordt en onherroepelijk dichtklapt…

Levé beweerde dit boek op het verhaal van een jeugdvriend te baseren

Naar verluidt is het verhaal in Zelfmoord gebaseerd op dat van een jeugdvriend van de schrijver, en zo wordt het ook in het boek zelf gepresenteerd. Een héél goede vriend was hij ten tijde van zijn dood al niet meer: ‘Ik heb je vrouw niet teruggezien, ik kende haar nauwelijks. Ik heb haar een keer of vijf ontmoet. Toen jullie trouwden spraken we al niet meer af. Haar gezicht verschijnt weer voor me. Het is twintig jaar hetzelfde gebleven.’

En kijk, door een soortgelijke onvergankelijkheid wordt sedert diezelfde twintig jaar voornoemde vriendschap tussen de schrijver en de dode gekenmerkt: waar ándere vriendschappen verwaterd zijn of opgeslokt door de mist van de tijd, blijft de gestorvene een constante: ‘Jij bent de grote aanwezige.’ Het maakt dat de schrijver zich afvraagt: ‘Is dat wel vriendschap, van iemand houden sinds zijn dood?’

U merkt het: aanvankelijk heeft het er alle schijn van dat Zelfmoord een late afscheidsbrief is, niet van een overledene maar van een overlevende: een poging in epistelvorm om alsnog zin te verlenen aan wat toch algemeen en onvermijdelijk gezien wordt als een volkomen zinloze daad. Soms lijkt het erop, zelfs, dat de schrijver de dode als het ware wil troosten of geruststellen: ‘In jouw plaats geniet ik van wat jij niet meer meemaakt. Nu je dood bent, geef je mij meer leven.’

Nu, met de zelfmoord van Levé zelf in gedachten, krijgen zinnen als de vorige natuurlijk een gruwelijk cynische lading, en ontberen ze bovenal elke vorm van geloofwaardigheid – maar de achterdocht van de oplettende lezer is op dat moment sowieso al even gewekt door bijvoorbeeld mededelingen als ‘Dat je je ongeschikt voelde voor de wereld verbaasde je niet, wel verbaasde het je dat de wereld een wezen had kunnen voortbrengen dat zich daar niet thuis voelde.’

Met fictie tracht Edouard Levé het echte leven te bestrijden.

De vraag werpt zich hier immers op hoe de schrijver, die dus toch niet zó goed bevriend was met de gestorvene, op de hoogte kan zijn geweest van de wat diepere, geheimere gedachten en gevoelens van degene die bijgevolg van lieverlede meer de hoofdpersoon van een roman lijkt te worden dan dat hij centraal staat in een autobiografische herinnering. Nog veel prangender wordt zij, deze vraag, wanneer er plots opvallend sterk gedetailleerde passages opduiken als ‘De volgende ochtend werd je wakker in de tweesterrenhotelkamer die ze voor jou hadden geboekt. Het behangselpapier was geel en het kamerbrede tapijt koningsblauw, met als motief het logo van de goedkope hotelketen.’ Hoe kan de schrijver dit allemaal weten?

Het antwoord is gelegen in een passage als ‘Het leven uit boeken, of dat nu verzonnen was of gedocumenteerd, leek je échter dan wat je om je heen hoorde en zag. Als je naar het echte leven keek, stond je alleen’: het is met fictie dat Édouard Levé op zijn beurt ‘het echte leven’, zijn eenzaamheid en wanhoop trachtte te bestrijden in dit boek. Via de fictie roept hij empathie en begrip op bij de lezer voor wat zijn hoofdpersoon gedaan heeft, en voor wat hij zelf op het punt stond te doen. Via de fictie probeerde Levé niet alleen het echte leven de baas te zijn, maar ook de dood, die van dat echte leven natuurlijk onlosmakelijk deel uitmaakt.

Je was van plan je eigen graf te laten bouwen. (…) Op een stèle zou je naam staan, je geboortedatum maar ook je sterfdatum – vijfentachtig jaar oud. (…) Als je vóór de geplande datum stierf, kon je (…) worden begraven zonder wijziging van het opschrift. De bezoeker zou dan denken dat het om een grap ging en staan lachen bij je graf, terwijl er een dode in lag.’

Veel te lachen valt er niet met Zelfmoord, maar een aangrijpend, uitdagend geschrift is het zeker.

Christophe Vekeman

Zelfmoord van Edouard Levé is verschenen bij Koppernik
uit het Frans vertaald door Katrien Vandenberghe

Wie met vragen zit over zelfdoding kan terecht op de Zelfmoordlijn, op het gratis nummer 1813, of op www.zelfmoord1813.be.

 

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Heleen Debruyne

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.