Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest Emmanuel Carrère

Christophe Vekeman leest Emmanuel CarrèreKunst & Cultuur

Yoga en meditatie, daar hoef je Christophe Vekeman doorgaans niet mee lastig te vallen. Tenzij de Fransman Emmanuel Carrère er een boek over schrijft.

Christophe Vekeman koestert het werk van Emmanuel Carrère

Voor wie mij een beetje kent, zal het wellicht vrij duidelijk zijn: ik ben bepaald niet ter wereld gekomen in kleermakerszit, niet in de wieg gelegd om halve dagen lang met een kaarsrechte rug en met geloken oogleden op een pastelkleurig kussentje met mijn kruin naar de hemel te zitten reiken terwijl ik naar mijn eigen ademhaling luister, en al ben ik net als iedereen mijn malende gedachten soms flink zat, toch lijkt de neurose mij nog steeds te prefereren boven de leeghoofdigheid.

Een boek dat Yoga is getiteld zou mij normaal gesproken dan ook niet erg aantrekken, maar als het de nieuwe Emmanuel Carrère is die zo heet, dan is het natuurlijk een andere zaak. Met name diens vroege boeken De tegenstander en Op drift, zijn mij bijzonder lief.

Gelukkig voor mij, trouwens, en ik vermoed ook voor nog andere lezers, heeft de nieuwe roman van Carrère in het geheel niets te maken met het ‘lichtvoetig en fijnzinnig boekje over yoga’ dat hij in oorsprong zinnens was te schrijven, daartoe gedreven door geestdrift, maar ook door commerciële overwegingen. In zijn ‘op succes beluste hart’ meende hij dat zo’n geschriftje, gezien de populariteit van yoga in onze wereld, weleens een bestseller zou kunnen worden…

De bekentenis typeert de eerlijkheid en openhartigheid die Carrère aan de dag legt in zijn autobiografische roman, waarin hij bijvoorbeeld ook zonder veel misbaar, alsof het de gewoonste zaak is van de wereld, toegeeft dat hij jaloers is op zijn collega Michel Houellebecq, maar waarin hij de lezer vooral bij de hand neemt en hem met zich mee leidt naar de diepste krochten van de psychische hel die hij de afgelopen jaren de zijne moest noemen.

Emmanuel Carrère

Het begon allemaal met een tiendaagse stilteretraite waar Carrère zich, mede met het oog op het voormeld ‘lichtvoetig en fijnzinnig boekje’, voor inschreef, maar die hij ten gevolge van de Charlie Hebdo-aanslag in 2015, waarbij een vriend van hem omkwam, abrupt en voortijdig afbreken moest. Voor hij het goed en wel besefte bevond hij zich in psychiatrisch ziekenhuis Sainte-Anne, kreeg hij elektroshocks toegediend en was het allergrootste probleem in zijn leven dat hij, hoe graag hij zulks ook mocht willen, zelf maar niet doodging.

Haaks op het doel van yoga, dat zoals Carrère schrijft ‘het tot stilstand brengen van mentale schommelingen’ is, wordt hij gediagnosticeerd als zijnde manisch-depressief. Zo’n bipolaire stoornis, schrijft hij, is buitengewoon verraderlijk, en met name de manische fase is uiterst geniepig, ‘omdat je je niet realiseert dat het een manische fase is’: ‘De ziekte liegt me voor, de ziekte bedriegt me. Hoe meer ik denk dat het goed met me gaat, dat ik mijn leven in de hand heb, dat ik de golf berijd, hoe groter de kans dat ik me vergis en de weg vrijmaak voor de diepe depressie die zal volgen op die periode van welbehagen en vertrouwen.’

Naarmate de roman vordert, meer naar het einde toe, gaat het godlof weer beter met de schrijver, onder meer dankzij vrijwilligerswerk bij vluchtelingen op een Grieks eiland, maar vooral toch dankzij de geschikte medicatie, en van dat hele proces is het nog steeds vrij fijnzinnige maar waarlijk weinig lichtvoetige Yoga dus het intieme, nauwgezette verslag.

Al is ‘verslag’, met al zijn associaties met rechtlijnigheid en nuchterheid, niet echt het juiste woord. Carrère definieert zichzelf terecht als een artistieke anti-controlefreak, het tegendeel van grote regisseurs als Hitchcock of Kubrick: ‘hoe minder de film of het boek lijkt op wat ze (dit wil zeggen: schrijvers als hijzelf, cv) zich hadden voorgesteld, hoe langer en grilliger de weg tussen het begin- en het eindpunt blijkt te zijn, hoe meer het resultaat hen verrast, des te tevredener ze zijn. Het is de reis die telt, niet de bestemming – of in de woorden van Chögyam Trungpa: “De weg is het doel”.’

De openhartigheid van Carrère creëert de gewaarwording van heel dicht bij iemand te zijn die echt de moeite waard is

Dat die door dit boek afgelegde weg naar de hel en weer terug tevens, en ondanks alles dus, langs onverwachte plaatsen als daar zijn ‘humor’, ‘plezier’ en ‘geluk’ passeert, moge dan wonderlijk klinken – maar Yoga is ook een wonderlijk boek.

Carrère zelf geeft aan Dostojewski waardevoller te vinden dan wat de dalai lama heeft te zeggen, maar weet desondanks, of juist daardoor, zelfs bij iemand als ik interesse te wekken in de – soms vernietigende – kracht van meditatie, en al vreest hij dikwijls ‘narcistisch en ijdel’ te zijn in al zijn gerichtheid op zichzelf (‘ja, inderdaad, ik hou van Rembrandt. Hoe zou iemand die zijn leven lang zijn eigen gezicht onder de loep heeft genomen, niet mijn lievelingsschilder kunnen zijn?’), juist deze gerichtheid en deze openhartigheid creëren de gewaarwording van heel dicht bij iemand te zijn die echt de moeite waard is en heel wat goeie tips in petto heeft. Zo is het bijvoorbeeld onmogelijk deze roman te lezen zonder op zeker ogenblik op Youtube te gaan luisteren én kijken naar de inderdaad fantastische uitvoering van ‘de heroïsche polonaise’ van Chopin door pianiste Martha Argerich

Christophe Vekeman

Yoga van Emmanuel Carrère is verschenen bij De Arbeiderspers
uit het Frans vertaald door Floor Borsboom

 

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Heleen Debruyne

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.