Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest George Saunders

Christophe Vekeman leest George SaundersKunst & Cultuur

De Amerikaanse schrijver George Saunders kijkt naar de verhalen van de grote Russen, en leert ons zo iets over schrijven èn lezen. 'Een prachtboek', vindt Christophe Vekeman.

Christophe Vekeman heeft genoten van de masterclasses van George Saunders

Wat is een schrijver? Iemand die er maar niet in slaagt, hoezeer hij ook zijn best doet, zijn gevoel van wezenlijk miskend te zijn de baas te worden. Het is geen leven, kortom, het schrijversbestaan, maar toch lopen er nog altijd heel veel mensen rond die ervan dromen om het te leiden: schrijver willen zij worden, en anders niet.

Dat het nieuwe boek van de Amerikaanse topauteur én sinds twintig jaren literaircollegegever George Saunders, Een duik in een vijver in de regen, een heuse must read is voor deze mensen, staat dan ook buiten kijf. Dat het echter eveneens bestemd is, goddank, voor iedereen met een hart voor literatuur, valt meteen al af te leiden uit de ondertitel: Waarin vier Russen een masterclass geven over schrijven, lezen en het leven.

Die vier negentiende-eeuwse Russen zijn de minsten niet, het gaat hier over Anton Tsjechov, Ivan Toergenjev, Nicolaj Gogol en Lev Tolstoj, van wie samen zeven – voor de gelegenheid trouwens nieuw vertaalde – verhalen integraal zijn opgenomen in dit bijna 500 bladzijden tellende prachtboek.

Wat deze verhalen, die weinig verwonderlijk alle zeven behoren tot de all-time favorites van Saunders, met elkaar gemeen hebben, is niet dat zij allemaal even bekend zijn – zo beroemd Gogols ‘De neus’ is, zo obscuur is bijvoorbeeld Tolstojs ‘Aljosja de Pot’ –, maar wel het volgende: zonder uitzondering, schrijft Saunders, zijn zij ontsproten aan ‘wellicht het radicaalste idee van allemaal: dat ieder mens aandacht verdient’. 

© Zachary Krahmer
George Saunders

Zo maakt de schrijver ons in zijn inleiding onmiddellijk al duidelijk hoe uitgebreid en eindeloos het raakvlak is tussen de literatuur en het leven, en in welke zin fictie genoemd kan worden: ‘een essentieel ethisch gereedschap’.

Goede literatuur slaagt erin ‘de wereld een ander, interessanter verhaal te laten vertellen, een verhaal waarin je een zinvolle rol’ kan spelen en waarin je bijgevolg verantwoordelijkheden draagt. Er staat heel wat op het spel, met andere woorden, wanneer wij ons bezighouden met literatuur, en het is dan ook zeker voor iedereen de moeite waard om aandachtig te kijken naar wat verhalen ons nu juist vertellen, en dit in het besef dat literair-technische vragen als ‘hoe doet de schrijver het’? en ‘waardoor blijft een lezer lezen?’ een belangrijk hulpmiddel kunnen zijn om een verhaal wezenlijk te doorgronden.

Als Saunders opmerkt, bijvoorbeeld, dat onze bereidheid om bij de les te blijven als wij ‘Op de kar’ van Tsjechov lezen veel te maken heeft met het feit dat de auteur de zaak voortdurend compliceert door van zijn personages noch pure heiligen, noch onverbeterlijke zondaars te maken, dan gaat die ambachtelijke appreciatie voor de schrijfkunsten van Tsjechov hand in hand met een niet-literaire vaststelling: mensen zijn niet zomaar goed of slecht.

Verhalen trouwens ook niet, en de zeven geselecteerde vallen dan ook sowieso niet allemaal perfect of gave schoolvoorbeelden van doelmatigheid te noemen.

Saunders maakt ons duidelijk hoe uitgebreid en eindeloos het raakvlak is tussen literatuur en het leven.

Het al te wijdlopige Jagersverhaal van Toergenjev dat hier opgenomen is, brengt Saunders ertoe te vergoelijken: ‘Ik ben ontroerd door dit klunzige kunstwerk dat ervoor lijkt te pleiten dat kunst klunzig mag zijn als het ons maar ontroert’, en naar aanleiding van ‘De baas en de werkman’ van Lev Tolstoj wijst Saunders erop dat zelfs uitgesproken moralistische literatuur indrukwekkend kan zijn, zolang zij maar grote emoties bij de lezer oproept, in dit geval een gevoel van opluchting: het is blijkbaar niet onmogelijk een beter mens te worden, het is misschien zelfs niet eens per definitie erg moeilijk: ‘onze kijk hoeft alleen maar bijgesteld te worden, onze natuurlijke energie hoeft alleen maar in de juiste banen te worden geleid’.

Gogol, tenslotte, leert ons hoe belangrijk het is, in de literatuur en dús in het leven, om ‘de vreugde voorop te stellen’, al valt hij daarnaast tevens de meest ontregelende en dus gevaarlijkste schrijver van de vier te noemen. Saunders vindt hem, in weerwil van wat de opinion chic wil, allesbehalve een absurdist, maar juist ‘een eersteklas realist, die voorbij de schijn kijkt hoe de dingen echt zijn’.

Hoe de dingen echt zijn: dat te zien, is voor gewone stervelingen niet of slechts zelden weggelegd, en ook Saunders zelf beweert met nadruk de waarheid niet in pacht te hebben en nodigt meermaals uit om het niet met hem eens te zijn. Er bestaat niet zoiets als een vaste, universele, algemeen geldende waarheid. Dat is wellicht de belangrijkste les nog die de literatuur in het algemeen, en Een duik in een vijver in de regen in het bijzonder, ons heeft te leren.

Christophe Vekeman

'Een duik in een vijver in de regen' van George Saunders is verschenen bij De Geus
Uit het Engels vertaald door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Heleen Debruyne brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Heleen Debruyne

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.