Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest Godfried Bomans

Christophe Vekeman leest Godfried BomansKunst & Cultuur

Godfried Bomans, die kennen we toch als de auteur van kolderieke nonsensstukjes? Maar vergis je niet: de Nederlandse schrijver kon ook serieus uit de hoek komen. Een selectie uit zijn essayistisch werk kunnen we ontdekken in de bloemlezing In alle ernst. Bomans-fan Christophe Vekeman was er als de kippen bij om die bundel te lezen.

Christophe Vekeman: blij met een Bomans-bloemlezing

Een kleine dertig jaar geleden tourde er een door Behoud de Begeerte georganiseerde voorstelling door Vlaanderen en Nederland die En nu serieus was geheten. Hoe verneukeratief deze titel wel was, blijkt meteen al na een snelle blik op de toenmalige line-up: onder meer de jonge Tom Lanoye, Herman Brusselmans en Hugo Matthysen stonden de showbijwoners te woord…

Met het bovenstaande in gedachten, is het natuurlijk heel verleidelijk om ook In alle ernst, de titel van een nieuwe bloemlezing uit het werk van Godfried Bomans, enigszins argwanend en behoedzaam tegemoet te treden. Heeft Bomans immers niet zichzelf vereeuwigd, vooral, door het schrijven van kolderieke nonsensstukjes als bijvoorbeeld ‘De brandmeester’, meteen ook de titel van een dundrukbundel die met werk van Bomans in 2019 nog uitkwam?

Is het niet de dekselse komediant Godfried Bomans, zo bedreven in het geestig uitweiden over rakkers, rekels, guiten, schalken, schelmen en schavuiten, die wij vandaag nog altijd innig beminnen en die voortleeft in onder andere het werk van de voornoemde Matthysen, maar die ook Guy Mortier en daarmee verscheidene generaties Humo-medewerkers heeft beïnvloed?

Godfried Bomans in 1965

Klopt, zeker, het is de geestige, absurdistische Bomans die heden het bekendst en het geliefdst is, maar juist daarom vond de Nederlandse columnist, acteur en presentator – bijvoorbeeld van de quiz Met het mes op tafel – Joost Prinsen het de hoogste tijd om toch ook nog eens, in alle ernst, jawel, de serieuze, essayistische kant van Bomans volop in de schijnwerpers te plaatsen.

Niet dat de door hem geselecteerde stukken, verschenen tussen 1945 en 1971, het jaar van Bomans’ dood, volledig van humor gespeend zijn, natuurlijk, laat staan van lichtvoetigheid – de stelling van Mulisch dat Bomans niet écht een groot schrijver mocht heten omdat hij het ofwél grappig, ofwél ernstig bedoelde, terwijl een groot schrijver volgens Mulisch grappig en ernstig tezelfdertíjd was, wordt door het boek in danige mate ontkracht. Eerder wekt de bundel instemming met wat Simon Carmiggelt beweerde, en wat door Joost Prinsen in zijn voorwoord geciteerd wordt: ‘Bomans is een groot schrijver. Je mag het alleen niet zéggen.’

Waarover gaan de stukken zoal? Bomans was een romanticus, die zich bijgevolg graag uit ‘de kille wind der werkelijkheid’ zette en, al meende hij bijwijlen dat ‘het geluk van onze kinderjaren niet bestaan’ had, graag teruggreep naar de ‘zomers van toen’ en dergelijke.

Niet dat de lagereschooltijd zijns bedunkens volledig peis en vree kon worden genoemd – op zeker ogenblik memoreert hij ‘de angstaanjagende geur van een pas geslepen potlood’ –, maar wel blijkt regelmatig uit dit boek hoezeer hij was doordrongen van ‘de psychologische waarheid’ die stelde ‘dat alles wat tot het verleden behoort, louter door het feit, dat het er nú niet meer is, met een zeker waas van schoonheid overtrokken wordt.’

Dringt het ‘nú’ zich bij momenten dan weer ontegenhoudelijk op, dan treedt er een vluchtmechanisme in werking zoals Bomans dat ervoer, schrijft hij, op 10 mei 1940, toen de Duitsers Nederland binnenvielen: ‘Er was geen sprake van verzet, woede of zelfs maar smart. Hier voltrok zich een gebeurtenis uit een geschiedenisboek, pagina zoveel. Ik stond in de marge van die bladzijde en las de tekst, terwijl de beschreven gebeurtenis zich tevens voor mijn ogen afspeelde.’

Let op de erg geestige, ironische manier van formuleren

Toch valt bezwaarlijk vol te houden dat de actualiteit van zijn dagen hem volledig ontging, en bijvoorbeeld zijn bespiegelingen aangaande zekere politieke partijen hebben vandaag de dag weinig aan relevantie ingeboet – let trouwens ook weer op de als altijd erg geestige, ironische manier van formuleren: ‘En hier raken wij meteen aan de charme van deze partij. Die ligt in een alles overrompelende en dan ook intens gelukkig makende simplificatie. Ik voelde mij teruggebracht tot een tobber, die na jaren duisternis de zon aanschouwt.’

Het verhindert Prinsen niet om Bomans, geboren in 1913, in zijn inleiding te kenschetsen als ‘een negentiende-eeuws schrijver’, wat in zoverre terecht is dat zijn literaire idolen mensen als Charles Dickens en Piet Paaltjens waren, aan welke laatste hij een hoogst gevoelvol en ontroerend artikel wijdde, net zoals er prachtstukken te lezen vallen in In alle ernst over zijn veel oudere tijdgenoot Lodewijk Van Deyssel – Bomans mocht ‘Thijm’ zeggen –, terwijl hij zich met het ‘schrikbarend boek’ De avonden in 1947 duidelijk veel minder goed raad wist: ‘Ik heb zelden een boek gelezen, zó naargeestig, zó zeer van iedere positiviteit verstoken, zó grauw, cynisch en volstrekt negatief, als dit. Het wurgt iemand de keel toe.’

Wervender woorden zijn natuurlijk nauwelijks denkbaar, maar goed, wanneer Bomans zijn bespreking afsluit met de waarschuwing dat Simon van het Reve moet letten op zijn ‘geestelijke gezondheid’, daar die ‘bij een langer aanhouden van deze gesteldheid ernstig gevaar loopt’, komt een dergelijke raad – een dergelijke érnst – ons thans inderdaad voor als uitermate gedateerd, ouderwets en zelfs een beetje lachwekkend, net als wanneer de schrijver het elders heeft over de ‘bereidheid om het probleem, waarom wij eigenlijk leven en hoe dit nu gebeuren moet, gezamenlijk weer van de grond te tillen.’

Het mag dan ook opmerkelijk heten dat juist de – dikwijls toch dolkomische absurdist – Bomans de hedendaagse lezer met de neus op het feit weet te drukken dat het leven wel degelijk ooit als een zaak van gewicht werd ervaren…

Christophe Vekeman

In alle ernst van Godfried Bomans, samengesteld en ingeleid door Joost Prinsen, is verschenen bij Meulenhoff

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Heleen Debruyne

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.