Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest Hanya Yanagihara

Christophe Vekeman leest Hanya YanagiharaKunst & Cultuur

De Amerikaanse schrijfster Hanya Yanagihara leverde met 'Een klein leven' één van de meest besproken boeken van de voorbije jaren, maar ook één van de pijnlijkste om te lezen. Je hebt het ervoor of je walgt ervan. Nu heeft ze haar derde roman uit: Naar het paradijs. Een even uitgesproken boek? Het woord is aan Christophe Vekeman ...

Het nieuwe boek van Hanya Yanagihara

Weinig romans zijn er de afgelopen jaren in geslaagd om zo tegenstrijdige lezersreacties op te roepen als het in 2015 verschenen A Little Life van de Amerikaanse, deels in Hawaii, deels in Texas opgegroeide Hanya Yanagihara: waar heel wat mensen groot genot wisten te puren uit deze eindeloze opeenstapeling van horribiliteiten en doffe ellende, daar keerden mensen die in literair opzicht meer geporteerd waren voor het wat subtielere werk zich gaande hun lectuur vaak vol walg af van wat zij definieerden als ‘emoporno’.

Helaas heb ik voor beide groepen geen goed nieuws te brengen. In Naar het paradijs, immers, haar nieuwe, derde roman, lijkt Yanagihara amper op de traanklieren van haar lezers te mikken, zodat mensen die zich handenwrijvend opmaken voor opnieuw een periode waarin zij tijdens en na hun lectuur ‘volledig van de plank’ zullen zijn, een riant gevoel van honger en teleurstelling te wachten staat.

De andere groep dan weer zal, mocht zij bereid zijn deze schrijfster nog een kans te geven (tenslotte viel haar eerste roman, Notities uit de jungle, eertijds heel goed mee), eens te meer weinig plezier beleven aan een boek dat een hoop ambieert en lijkt te beloven, maar inhoudelijk bijzonder schraal is en op compositorisch vlak schijnt te zijn gestoeld op de bereidheid van de lezer om zaken die hem nooit helemaal duidelijk worden te interpreteren als diepzinnig of op zijn minst suggestief.

© David Levenson
Hanya Yanagihara

Het grootste probleem aan deze bijna 700 pagina’s tellende roman is dat hij uit drie verschillende romans bestaat, die weliswaar – net zoals dat dikwijls het geval is in de betere verhalenbundel – een en ander met elkaar te maken hebben. Zo spelen zij zich alle drie voor een belangrijk deel af in het jaar ’93, het eerste boek in 1893, het tweede in 1993, het derde weer honderd jaar later. In de drie boeken komen onder meer ook telkens personages voor die David Bingham, Charles Griffith en Edward Bishop heten, in de drie boeken spelen grootvader-kleinkind-relaties een belangrijke rol, net als gearrangeerde huwelijken, de Hawaiiaanse identiteit, bij uitbreiding raciale identiteit, en bij nog meer uitbreiding het belang van afkomst, familiale rijkdom, koninklijk bloed et cetera.

Daarnaast toont Hanya Yanagihara zich meer dan ooit geobsedeerd door mannelijke homoseksualiteit. In het eerste boek, bijvoorbeeld, is het in het New York van eind negentiende eeuw mannen toegestaan met elkander in het huwelijk te treden, en vrouwen trouwens ook. Een homoseksuele steenrijke opa tracht zijn weinig daadkrachtige, verveelde kleinzoon David te koppelen aan een wat oudere, eveneens welgestelde weduwnaar, maar David wordt verliefd op de straatarme, zeer aantrekkelijke Edward, een garçon fatal die zich mogelijks meer aangetrokken weet tot Davids achternaam en bijbehorend familiefortuin dan tot zijn fysieke verschijning en/of persoonlijkheid. Het eindigt ermee dat David zich op sleeptouw laat nemen door Edward ‘naar het paradijs’, en als je weet dat daarmee in dit geval Californië bedoeld wordt, waar homoseksualiteit allesbehalve legaal is, dan begrijp je dat de term ‘paradijs’ met een korreltje zout dient te worden genomen. Dit is in de drie boeken, die trouwens alle eindigen met de woorden van de titel, een terugkerende pointe: het paradijs, of dat nu Californië, een woud in Hawaii of ‘Nieuw-Brittannië’ is, zal vermoedelijk blijken te zijn opgetrokken uit zelfbedrog, en de weg ernaartoe wordt altoos uitgestippeld door iemand die hoogstwaarschijnlijk niet valt te vertrouwen…

Hanya Yanagihara schrijft voor lezers die bereid zijn om zaken die hem nooit helemaal duidelijk worden te interpreteren als diepzinnig of op zijn minst suggestief.

Is dat dus waar deze roman over gaat, is het dat wat Yanagihara ons op drie verschillende manieren wenst te vertellen? Dat geluk niet weggelegd is hier op aard, zeker niet voor mensen die de pech hebben naar liefde te snakken?

Misschien, ja, maar gelukkig gaat het toch nog over net iets meer in deze omnibus. Wat de drie boeken namelijk nog gemeen hebben met elkaar, is de prominente plaats die ziekte erin inneemt: ziekte op het persoonlijke vlak – personages hebben te kampen met toevallen, met hartfalen of met gevoelsverwoestende en verstandsverbijsterende, levenslange bijwerkingen van medicijnen – maar ook in epidemische vorm. In 1893 gaat het nog eerder zijdelings over ‘de epidemie van vijfentachtig’, maar in 1993 is op volle kracht aids heersende – het grootste deel van het tweede boek speelt zich af tijdens het afscheidsfeest, daags voor zijn geplande zelfmoord, van de uitgeteerde Peter –, en weer honderd jaar later is de wereld een bijzonder treurigstemmend oord dat is overmeesterd door onophoudelijk muterende griepvirussen.

Dit derde boek, dat de helft van Naar het paradijs beslaat, is kortom een dystopie, en zoals in de meeste dystopieën, of ze nu gisteren of tachtig jaar geleden zijn geschreven, wemelt het ook hier van de hoofdletters (‘de Ceremonie’, ‘de Oude Bibliotheek’,…), van de ‘controleposten’, de ‘verboden boeken’, de ‘Zones’ waar mensen wonen, de hordes, de verschoppelingen, de vluchtelingen, het rare eten en alles wat je maar bedenken kan qua belegen clichés. Toch is dit derde boek het meest lezenswaardige van de drie, vooral omdat de schrijfster hier een ik-personage opvoert – voor één keer een vrouw, Charlie, getrouwd met de homoseksuele Edward – dat in al haar onbeholpenheid waarlijk aandoenlijk is en ontroering en ons medelijden weet te wekken.

De onderliggende basisgedachte van Naar het paradijs lijkt na dat derde boek de volgende te zijn: het verleden mag dan misschien niet volmaakt zijn geweest, verre van, maar de toekomst ziet er nog een héél pak slechter uit: ‘Het virus onthulde wie we werkelijk waren, het legde de fabeltjes bloot die we allemaal over ons leven hadden verzonnen. (…) Het toonde aan hoe broos de poëzie van ons leven werkelijk is’.

En zo heeft Naar het paradijs dan toch zijn momenten. 

Christophe Vekeman

Naar het paradijs van Hanya Yanagihara is verschenen bij Nieuw Amsterdam
Uit het Engels vertaald door Inger Limburg en Lucie van Rooijen

De schrijfster is op 9 maart 2022 te gast bij Passa Porta in Brussel

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Heleen Debruyne brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Heleen Debruyne

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.