Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest Jennifer Egan

Christophe Vekeman leest Jennifer EganKunst & Cultuur, Pompidou

Wanneer is een mens nog authentiek in een tijd van virtual reality? Christophe Vekeman las 'Het snoephuis' van de Amerikaanse schrijfster Jennifer Egan, een stilistisch experimenteel vervolg op 'Bezoek van de knokploeg'. De roman stopt het authenticiteitsvraagstuk in een licht futuristisch jasje.
© De Arbeiderspers

'Het snoephuis' van Jennifer Egan

Inmiddels schreef de zestigjarige Jennifer Egan ook nog de roman Manhattan Beach, maar toch stond zij tot dusverre vooral bekend als de auteur van het in 2010 verschenen Bezoek van de knokploeg, zoals het boek in het Nederlands heet. Dat Het snoephuis op deze riante en gerenommeerde bestseller een vervolg is, maakt haar jongste worp dus vanzelf extra belangwekkend.

Dát Het snoephuis een vervolg is, blijkt behalve uit de inhoud ook uit de vormelijke gelijkenissen tussen de twee boeken. Egan experimenteert graag, op even gewaagde als geslaagde wijze, met vertelmanieren: valt er in Bezoek van de knokploeg een hoofdstuk aan te treffen dat geheel bestaat uit powerpointpresentaties, dan komen wij in Het snoephuis bijvoorbeeld tientallen pagina’s tegen die geheel uit mailconversaties bestaan, of die in de wij-vorm zijn geschreven of in een instructieve je-vorm, waarbij de lezer geheel overeenkomstig de bedoeling van de schrijfster het gevoel krijgt dat hij luistert naar een stem in zijn hoofd waar niet aan valt te ontsnappen. Beide boeken, ook, spelen zich kriskras af in de loop van enkele decennia, zowel in het verleden als in wat nu nog de toekomst is (of wat in het geval van Knokploeg in 2010 nog de toekomst wás, namelijk het jaar 2022; Het snoephuis reikt tot 2032). Maar het meest opvallende is natuurlijk de narratieve mozaïekstructuur van de twee romans, waarin wij heel wat personages en bijpersonages leren kennen die vervolgens in de levens van weer andere tijdelijke hoofdfiguren en voormalige figuranten opgedoken komen. In de lijn hiervan kunnen wij de meeste personages in Het snoephuis trouwens kennen uit Bezoek van de knokploeg, al is het natuurlijk ook weer niet écht evident om ons de mensen die een roman van twaalf jaar geleden bevolkten, hoe onvergetelijk die toentertijd ook mag hebben geleken, stuk voor stuk keurig te herinneren. Geen paniek, echter, want kijk, over het belang en de gebrekkigheid van ons geheugen gáát Het snoephuis nu juist.

"Egan experimenteert graag, op even gewaagde als geslaagde wijze, met vertelmanieren: valt er in 'Bezoek van de knokploeg' een hoofdstuk aan te treffen dat geheel bestaat uit powerpointpresentaties, dan komen wij in 'Het snoephuis' bijvoorbeeld tientallen pagina’s tegen die geheel uit mailconversaties bestaan"
Christophe Vekeman

Wat de personages in Bezoek van de knokploeg, waarin de muziekwereld plaats van handeling was, met elkaar verbond, was niet alleen de rock-’n-roll maar ook de ‘knokploeg’ uit de titel: de tijd die geen verweer duldt, de verwoestende toekomst. Al was er, getuige het volgende citaat, eveneens hoop: ‘“Dat we elkaar in de toekomst weer zullen ontmoeten, op een andere plek,” zegt Bix. “Iedereen die we hebben verloren, zullen we terugvinden. Of we zullen teruggevonden worden.”’

Inmiddels is die toekomst in Het snoephuis aangebroken, meer bepaald sinds het internet in onze wereld geïntroduceerd werd en wij met z’n allen verstrikt zijn geraakt, natuurlijk, in het Wereldwijde Web. Aan het begin van de roman, in 2010, is de genaamde Bix inmiddels veertig jaar oud en schatrijk. Hij heeft zijn toekomstdroom waargemaakt en het socialmediabedrijf ‘Mandala’ opgericht, wat genoeg was om van hem een heuse ‘tech-god’ te maken. Maar daarbij zal het niet blijven: in de loop van de jaren die volgen op 2010 zal hij revolutionaire technologieën commercialiseren en op de markt brengen onder de naam ‘Greep op uw onbewuste’, dat iedere koper in staat stelt zijn bewustzijn te externaliseren in een zogenaamde ‘Mandalakubus’, die vervolgens naar hartenlust kan worden gemanipuleerd – zo kan je bepaalde herinneringen gaan wissen –, maar waarvan de inhoud bovendien kan worden geüpload naar wat ‘het Collectief Bewustzijn’ heet. Dat laatste biedt, als tenminste maar genoeg mensen bereid zijn hun diepste innerlijk te delen met de rest van de wereld, elkeen de mogelijkheid om pakweg zichzelf op kleuterleeftijd in de tuin te zien spelen door de herinneringen van zijn moeder of zijn vader of de toenmalige buurvrouw te bezichtigen.
Dat niet iedereen er even happig op is om zijn individualiteit en bijbehorende geheimen zomaar prijs te geven ten dienste van het grotere geheel, ligt voor de hand, en sommigen gaan er zelfs toe over aan deze nieuwe wereld te ontsnappen door een virtueel schijnbestaan op te bouwen en in werkelijkheid onder te duiken. In de ogen van weer anderen getuigt dat evenwel alleen maar van morele lafheid: ‘Menselijk gedrag heeft niets origineels. (…) Wij leven vergelijkbare levens en hebben vergelijkbare gedachten. Wat de ontduikers willen herstellen is het idee uniek te zijn, dat ze hadden voordat onze tellingen aantoonden dat ze bijzonder sterk op ieder ander leken.’ Alle personages in Het snoephuis worstelen op hun eigen manier met het bepalen van hun persoonlijke positie tegenover wat de ene nog altijd ‘authenticiteit’ noemt, maar wat voor de andere alleen maar zelfbedrog en ijdelheid mag heten. Want wat ís authenticiteit? Heeft authenticiteit te maken met wie je bent, jij en niemand anders, of juist met je bereidheid het beeld van jezelf als een uniciteit op te geven? Social media zullen in de toekomst hoe dan ook in een zeer kwaad daglicht staan: ‘zelfpresentatie was inherent narcistisch, propagandistisch of allebei, en schromelijk inauthentiek.’

Klinkt dat allemaal al veelbelovend, en mag het duidelijk zijn dat Jennifer Egan een dystopie geschreven heeft die, anders dan bijvoorbeeld Hanya Yanagihara met haar Naar het paradijs, de vele valkuilen van het genre vernuftig omzeilt, toch is het knapste nog dat Het snoephuis helemaal niet in de eerste plaats een treffende, genuanceerde dystopie, maar wel een meeslepende, ontroerende psychologische roman is, over echte mensen en echte gevoelens, die bijgevolg op de vragen die hij stelt zélf het antwoord vormt. En dat antwoord luidt: juist het feit dat wij onszelf in andere individuen kunnen herkennen en dat zij sterk op ons lijken, maakt onze medemensen in onze ogen zo interessant. En ‘het Collectief Bewustzijn’? Wat is dat in wezen anders dan de literatuur?

Het snoephuis is verschenen bij De Arbeiderspers.

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Heleen Debruyne brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Heleen Debruyne

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.