Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest Joe Brainard

Christophe Vekeman leest Joe BrainardKunst & Cultuur, Pompidou

Een Amerikaanse cultklassieker die door Paul Auster de hemel in geprezen wordt, dat klinkt veelbelovend. Of Christophe Vekeman het boek ook de hemel in prijst, lees je hier.

Voor het eerst naar het Nederlands vertaald, deze klassieker van Joe Brainard

Toen zijn bepaald onconventionele memoir I Remember in 1975 verscheen, was de in Tulsa, Oklahoma geboren, 33-jarige Joe Brainard al geruime tijd bekend als de schrijver van dagboeknotities, korte prozateksten en gedichten, maar vooral als beeldend kunstenaar die niet zelden gebruikmaakte van collages en assemblages.

En die aanpak vinden wij ook terug in I Remember, waarin elke – vaak uit slechts één of twee, zelden meer dan zes of zeven regels bestaande – alinea in de Nederlandse vertaling met de woorden ‘Ik herinner me’ begint en waarvan de structuur doorgaans behoorlijk willekeurig lijkt te zijn: soms brengt de ene herinnering weliswaar duidelijk de andere met zich mee, maar even vaak is dat niet merkbaar het geval.

Het boek geldt inmiddels als een bescheiden Amerikaanse klassieker, met dien verstande dat het, in al zijn bescheidenheid, ongewoon veel invloed uitgeoefend heeft en heel wat andere schrijvers heeft geïnspireerd.

Een liedje als ‘Voor ik vergeet’ van Spinvis, bijvoorbeeld, om eens in ons eigen taalgebied te kijken, doet plots enigszins aftands en tweedehands aan als je het meer dan 200 pagina’s dikke Ik herinner me zit te degusteren, en passages als ‘Ik herinner me dat ik ooit met mijn nagels schrammen op mijn gezicht heb gemaakt, zodat de mensen me zouden vragen wat er was gebeurd, en ik zou dan zeggen dat een kat het had gedaan, en zij zouden natuurlijk weten dat het geen kat was geweest’ of ‘Ik herinner me dat ik buiten wilde slapen in de achtertuin en dat ze me ermee plaagden dat ik het niet de hele nacht zou volhouden en dat ik buiten sliep en het niet de hele nacht volhield’ krijg ik persoonlijk niet gelezen zonder er de typische stem en voordracht van mijn gewaardeerde Nederlandse collega Tjitske Jansen bij te horen.

Het moet dan ook erg plezierig zijn een boek als dit te schrijven en voortdurend, in de onbeperktheid van de vrije associatie, de ene inval door de andere te laten volgen – maar het moet verschrikkelijk zijn het te hébben geschreven: het ding is nog maar net richting drukker of een nieuwe stroom herinneringen brengt gouden vondsten met zich mee die helaas dus, hoe goed zij ook zijn, en hoe feilloos zij er ook in zouden hebben gepast, aan de publicatie zullen ontbreken… Maar hoe prettig is het om Ik herinner mij te lézen?

Je hoeft niet hetzelfde hebben meegemaakt als Brainard om precies te weten wat hij bedoelt.

In al zijn bezwerende kracht zou je het boek kunnen omschrijven als een gebed voor het verleden – het verleden van Joe Brainard, uiteraard, al stijgt de tekst uit, zoals Paul Auster in zijn voorwoord schrijft, ‘boven het zuiver particuliere en persoonlijke’, het wordt ‘een werk dat over iedereen gaat’, ook wanneer je dus zelf, bijvoorbeeld, in 1975 nog in de babyschoentjes stond, niet in Oklahoma bent ter wereld gekomen enzovoort.

Die herkenbaarheid is soms het gevolg van wat bij momenten op gemakzucht van de schrijver lijkt, zoals wanneer hij zonder meer te kennen geeft dat hij zich ‘de herfst’ of ‘Love Me Tender’ of het feit dat hij valsspeelde bij patience herinnert (wie niet?), maar vaker, gelukkig, leidt zij tot de troostvolle vaststelling dat je niet hetzelfde moet hebben meegemaakt als iemand anders om toch precies te weten wat hij bedoelt of hoe hij zich in een bepaalde situatie voelde.

Je hoeft nooit predikant te hebben willen worden om instemmend te knikken bij het laconieke ‘Ik herinner me dat ik besloot predikant te worden. Ik herinner me niet dat ik besloot dat niet te worden’, zoals ook heteroseksuelen van een bepaalde leeftijd zich mutatis mutandis wel zullen herinneren ‘hoeveel andere bladen ik moest kopen om één homoblad te kunnen kopen’. Wat daarnaast opvalt is hoe de tijden op sommige gebieden ondanks alles en geruststellend genoeg nooit écht veranderd blijken te zijn. ‘Ik herinner me hanenkammen,’ schrijft Brainard in de eerste helft van de jaren zeventig, en : ‘Ik herinner me beugels (aan tanden) en hoe die op een bepaald moment op de middelbare school bijna een statussymbool werden’. Prachtig in zijn weemoedige verveling is ook: ‘Ik herinner me inkervingen in schoolbanken en dat ik er met mijn balpen in heen en weer ging.’ Het verleden, jawel, bestaat dikwijls uit stil en onbestemd, nooit rechtstreeks te formuleren verdriet. ‘Ik herinner me de snikhete zomerdag dat ik ijsblokjes in mijn aquarium deed en alle vissen doodgingen.’ 

Joe Brainard

Zuurdere krenten in de pap vallen er aan te wijzen wanneer Brainard, die van de hak op de tak springend de meest verscheidene registers bespeelt, zodat de lezer geen moment de kans krijgt al te langdurig boven de bladzijden weg te dromen richting zijn eigen hiervoormaals, pijnlijk gênante bekentenissen doet als ‘Ik herinner me dat ik op de middelbare school een sok in mijn onderbroek stopte’ of ‘Ik herinner me dat ik medelijden had met zwarte mensen, niet omdat ik dacht dat ze vervolgd werden, maar omdat ik ze lelijk vond’.

Waarna hij er echter in slaagt je gemoed weer te verheffen door pakweg de kapper op te voeren, die eeuwige, ingoede kapper, die waarlijk door en door brave borst die ‘voortdurend knippende bewegingen maakte met zijn schaar, ook als hij niets knipte.’

‘Ik kan me niet herinneren,’ aldus begint Paul Auster zijn voorwoord, ‘hoe vaak ik I Remember heb gelezen.’ Een keer of zeven, acht, schat hij. Aan dat aantal zal ik niet geraken, maar ik raad het boek met veel plezier aan en wil u tot slot, over plezier gesproken, het uit één zin bestaande ‘No Story’ van Brainard, dat in zijn geheel door Auster in zijn voorwoord geciteerd wordt, alvast niet onthouden: ‘Ik hoop dat u er evenveel van heeft genoten dit verhaal niet te lezen als ik ervan genoten heb het niet te schrijven.’

Christophe Vekeman

Ik herinner me van Joe Brainard is verschenen bij uitgeverij Oevers
Uit het Engels vertaald door Johannes Jonkers

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Heleen Debruyne brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Heleen Debruyne

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.