Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest Karl May

Christophe Vekeman leest Karl MayKunst & Cultuur

De klassieker Winnetou van Karl May leest als een Sherlock Holmes van de 'Far West'. En daar zegt Christophe Vekeman geen nee tegen.

Christophe Vekeman met zijn kopie van Winnetou

Karl May Museum
Karl May

De Duitse schrijver Karl May kwam ter wereld in 1842, stierf in 1912 en leidde in de tussentijd een leven dat kan worden beschouwd als een ode aan de fantasie. Kort na zijn geboorte werd hij blind, wat hij zou blijven tot zijn vijfde jaar, en het is in deze periode, waarin hem naar verluidt door omalief talloze sprookjes werden voorgelezen, dat zijn verbeeldingskracht zich zo buitensporig sterk ontwikkelde dat hij later – weliswaar nadat hij ook nog verschillende jaren in de nor had gezeten wegens oplichting en diefstal – faam zou verwerven als vervaardiger van avonturenromans die zich nu eens in de Oriënt, dan weer in Latijns-Amerika, maar vooral toch in het Wilde Westen afspelen – en dit zonder dat hij op het moment van schrijven ooit al de Grote Plas was overgestoken.

Dat laatste zou hij pas doen in 1908, wat wil zeggen vijftien jaar nadat zijn Winnetou-trilogie, waarvan het eerste deel kortweg Winnetou heet, het licht had gezien. May was toen al hartstikke beroemd, en dat is hij natuurlijk nog altijd: van zijn werk werden tot nog toe wereldwijd om en bij de tweehonderd miljoen exemplaren verkocht, en minstens vijfenvijftig uitgeverijen hebben in de loop der tijden bewerkte, vaak verkorte werken van May in het Nederlands gepubliceerd, wat het des te verwonderlijker maakt dat het tot vandaag geduurd heeft eer van Winnetou een integrale en getrouwe Nederlandse vertaling verscheen…

Degene die in Winnetou het woord voert en ook ondubbelzinnig als hoofdfiguur fungeert, is niet Winnetou maar wel Karl May zelf, die het bijgevolg doet voorkomen – want eens een oplichter, altijd een oplichter – dat hij wel degelijk ‘the dark and bloody grounds’ van de Far West tijdenlang onder de voeten heeft gehad. Gelukkig maakt hij ons, zeg maar ter compensatie, in de inleiding tot zijn boek meteen al duidelijk dat hij voorts, en meer bepaald in moreel opzicht, toch echt wel uit het goede hout gesneden is: stellingen als zouden ‘de roodhuiden evenveel bestaansrecht als de withuiden’ hebben, of uitspraken als ‘het land dat ze bewoonden was ontegenzeglijk van hen, het werd hun afgenomen’ en ‘de withuiden beloofden liefde en vrede, maar gaven haat en bloed’ liegen er niet om – al klinken zij anderzijds toch ook weer bedrieglijk serieus.

De roman zelf is bij momenten immers redelijk geestig, wat onder andere te danken is aan de groteske portretteringskunst van May, die op dat vlak soms zelfs doet denken aan Gogol. De beroemde ‘westman’ Sam Hawkens, bijvoorbeeld, ‘zag er ongeveer als volgt uit: onder de mistroostig neerhangende rand van een vilthoed (…) stak uit een bos warrig, zwart baardhaar een neus van haast schrikwekkende afmetingen, die elke zonnewijzer tot schaduwgever had kunnen dienen.’ De man draagt een ‘strakke, rafelige broek, die zo hoogbejaard was dat het mannetje er twintig jaar geleden al uitgegroeid moest zijn en die daardoor een riant uitzicht bood op een paar indianenlaarzen waar de eigenaar desnoods van top tot teen in had gepast.

Wie in een indianenverhaal hopen cowboys verwacht komt hier van een kale reis thuis.

Overigens komt wie in een indianenverhaal tevens hopen cowboys verwacht hier van een kale reis thuis, want Old Shatterhand, zoals landmeter Karl dankzij zijn ijzeren vuist algauw wordt genoemd, zijn beschermheer Sam Hawkens en hun gevolg hebben niets met vee te maken, maar alles met de aanleg van ‘een weg voor het vurige ros’, een spoorlijn die van St-Louis tot aan de Californische kust moet lopen. Dat het treinverkeer onvermijdelijk meer ‘bleekgezichten’ met zich mee zal brengen, die de mustangs en de bizons vangen en achter het goud en de edelstenen van de indianen aan zullen zitten, ligt voor de hand, en vandaar het verzet van onder meer de – ook elkander vijandig gezinde – Apachen en Kiowa tegen het werk.

Op zeker ogenblik, bijvoorbeeld, probeert Winnetou Old Shatterhand te vermoorden. Dat zij niettegenstaande later bloedbroeders worden, draagt eens te meer bij tot de stichtelijke strekking van het boek, waarin dialogen als de volgende schering en inslag zijn: ‘Het opperhoofd van de Apachen moet niet vergeten dat je overal dappere en laffe, goede en slechte mensen hebt.' 'U hebt gelijk en ik wilde u niet beledigen, maar dan moet het ene volk ook niet denken dat het beter is dan het andere omdat het een andere huidskleur heeft.'

Het voornaamste minpunt van de roman is dat Old Shatterhand een man zonder gebreken is, een gruwelijk volmaakte heilige boon in vergelijking met wie Jezus Christus zelf een kleinzielige, opvliegende relschopper lijkt. Geen greintje lafheid, hypocrisie of eerloosheid heeft hij in dat gespierde lijf van hem, helaas, wat niet alleen een erg ongeloofwaardig maar ook een vrij vermoeiend personage van hem maakt.

Toch staat dit alles het leesplezier niet echt in de weg, en dat heeft dan weer te maken met de vele listige plannen, sluwe strategieën en geniale ideeën die Shatterhand in het boek tot ontwikkeling brengt, en met de levensbelangrijke omzichtigheid die hij aan de dag legt bij het in de praktijk brengen daarvan. Soms lijkt hij warempel een Sherlock Holmes van het Wilde Westen te zijn. Als vlak voor een messengevecht zijn tegenstander uitroept dat de gieren zijn ingewanden zullen vreten, is dat een enorme blunder van hem, want daaruit leidt Shatterhand af, bijvoorbeeld, dat de betreffende roodhuid op zijn buik zal mikken, en niet op zijn hoofd of hart…

Ondergetekende bleeksmoel heeft dan ook, tussen het bij zichzelf formuleren van zijn aanmerkingen door, aangename uren doorgebracht met Winnetou. Ik heb gesproken.

Christophe Vekeman

Winnetou van Karl May verscheen bij uitgeverij IJzer
Uit het Duits vertaald door Josephine Rijnaarts en Elly Schippers

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram