Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest Lieneke Frerichs

Christophe Vekeman leest Lieneke Frerichs Kunst & Cultuur

Christophe Vekeman las onlangs Nescio: Leven en werk van J.H.F. Grönloh. Lieneke Frerichs schetst aan de hand van niet eerder gepubliceerde documenten een portret van de auteur J.H.F. Grönloh die jarenlang achter het pseudoniem Nescio verscholen zat.

Nescio

Titaantjes’ is natuurlijk een titel die de Klara-luisteraar nog altijd erg vertrouwd is, en al even vanzelfsprekend is het dat diezelfde luisteraar wel weet dat de titel in kwestie er een van Nescio is en meer bepaald bij het verhaal hoort met een van de beroemdste openingszinnen uit de Nederlandstalige literatuur: ‘Jongens waren we – maar aardige jongens.' Een ander verhaal van Nescio, ‘De uitvreter’, eindigt dan weer met een van de beroemdste, wellicht dé beroemdste zelfmoordscène uit voornoemde letterkunde, als het titelpersonage van de Waalbrug stapt: '"Maak je niet druk, ouwe jongen,” had Japi gezegd, en toen was i er afgestapt met zijn gezicht naar het Noord-Oosten. Springen kon je het niet noemen, had de man gezegd, hij was er afgestapt.' Ook andere zinnen en passages uit de verhalenbundel Dichtertje, De uitvreter, Titaantjes waarmee – zijn ware naam – Jan Hendrik Frederik Grönloh in 1918 debuteerde behoren tot het collectieve geheugen der literatuurliefhebbers. ‘Doelloos zit ik,’ bijvoorbeeld, ‘Gods doel is de doelloosheid. Maar voor geen mensch is het weggelegd dit bij voortduring te beseffen.’ Of, uit ‘Dichtertje’, deze wens: ‘Een groot dichter zijn en dan te vallen.

 

Voor velen, tot wie je ook mijzelf mag rekenen, gelden Nescio’s verhalen als een weergaloos hoogtepunt in onze letterkunde.
Christophe Vekeman

Een dichter was Nescio niet, hij beperkte zich tot proza, en dan nog tot bijzonder weinig proza. Afgezien van voornoemd, legendarisch debuut bestond de schaarse productie die hij tijdens zijn 79-jarige leven bijeen schreef uit een klein bundeltje verhaaltjes, Mene Tekel geheten, dat in 1946 het licht zag, en een door uitgever Geert van Oorschot gepubliceerde verzameling oude verhalen, schetsen en fragmenten die in 1961, vlák voor Grönlohs dood, verscheen als Boven het dal, toen ‘Nescio’ al geruime tijd algemeen werd aanzien, ondanks zijn zeer weinig omvangrijke oeuvre dus, als een tijdloze literaire grootheid: voor velen, tot wie je ook mijzelf mag rekenen, gelden Nescio’s verhalen als een weergaloos hoogtepunt in onze letterkunde.

Uitgeverij Van Oorschot
Nescio

Raar dus, zal je zeggen, dat het tot op heden geduurd heeft eer Grönlohs biografie werd geschreven.
Dat heeft te maken, legt Lieneke Frerichs uit aan het eind van Nescio. Leven en werk van J.H.F. Grönloh, met het feit dat de eertijds nog in leven verkerende dochters van de schrijver, geheel in de geest trouwens van hun publiciteitsschuwe vader, die overigens om wel meer redenen zou kunnen worden omschreven als de Nederlandse J.D. Salinger, niet erg happig waren op het op de straatstenen tentoon laten spreiden van al te persoonlijke details uit Grönlohs leven.

Het moge zo wezen, natuurlijk, al zou je je ook wel kunnen afvragen hoe groot en dringend de behoefte al die tijd was aan een Nescio-biografie, zélfs wanneer je mederekent hoe geliefd zijn werk onverminderd was en is. Algemeen bekend is immers altijd geweest dat Grönloh nog veel minder meemaakte dan dat hij schreef, wat ook tot uiting komt in de volgende anekdote: ‘Afstandelijk, dat was Grönloh inderdaad, en dat maakte hem tot een eenling. In later jaren is hij nog eens begonnen aan een korte poging om zijn levensgeschiedenis te schrijven. Hij zette het woord tussen aanhalingstekens omdat hij vond dat zijn uitwendige leven in feite van weinig belang was geweest en dat zijn ware “ik” in zijn werk te vinden was.

Met ‘werk’ wordt hier uiteraard zijn oeuvre bedoeld, en uitdrukkelijk niet zijn loopbaan als kantoorjongen en later zakenman en directeur van de ‘Handelsvereeniging Holland-Bombay’. Hij was blijkbaar een plichtsbewuste werknemer, maar de verwoede wandelaar en landschapsliefhebber die ooit te kennen gaf ‘meer om sommige boomen dan om de meeste menschen’ te geven háátte wel degelijk zijn kantoorbestaan, dat hem als een graf was waarin hij dag in dag uit afdalen moest. Zijn werkende bestaan stond niet alleen zijn schrijven in de weg, maar leidde ook tot zenuwlijden en mettertijd fel toenemende grimmigheid, iets waaraan zelfs zijn vervroegde pensionering op vijfenvijftigjarige leeftijd niet veel leek te kunnen verhelpen.

Wel was hij zijn leven lang gelukkig getrouwd, genoot hij in latere jaren van de erkenning die hem allerwegen te beurt viel, ook vanwege jongere schrijvers als Simon Vinkenoog, Remco Campert en Gerard Reve, en wist hij het hoofd te bieden aan de grote drama’s die het bestaan zelfs voor hem in petto had: het overlijden aan een longziekte van een van zijn vier dochters toen ze drieëndertig was, en later de dood van zijn lievelingskleinzoon die onder een auto terechtkwam.

U merkt het: furore als de jongste biografie over Philip Roth zal Nescio niet maken, en zoals bijvoorbeeld het door Gerald Clarke eertijds op schrift gestelde levensverhaal van Truman Capote heel goed kan dienen als locomotief voor het eigenlijke werk van de schrijver van Breakfast at Tiffany’s en In Cold Blood, zo zou ik het niet bepaald een schitterend idee vinden om de volslagen Nescio-leek te laten beginnen met dit boek van Lieneke Frerichs: Nescio. Leven en werk van J.H.F. Grönloh is voer voor de vele Nesciofanaten die zeker Nederland godlof nog altijd rijk is, en die zelfs, gretig als de liefde maakt, zullen smullen van het bladzijdenlange verslag van een fietstocht die Grönloh op zeker ogenblik samen met twee van zijn dochters door Vlaanderen en Noord-Frankrijk onderneemt, zoals zij ook plezier zullen beleven aan de linken die Frerichs overtuigend weet te leggen tussen Nescio’s fictie en Grönlohs veel grauwere werkelijkheid. En dan zijn er uiteraard nog de vele brieven, brieffragmenten en aantekeningen van Grönloh waarop de lezer van deze biografie wordt getrakteerd. Die maken van dit boek een echte schat. Immers: elke zin extra van Nescio is een cadeau.

Christophe Vekeman

Nescio: Leven en werk van J.H.F. Grönloh van Lieneke Frerichs verscheen bij Uitgeverij Van Oorschot.

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram