Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest Max Porter

Christophe Vekeman leest Max PorterKunst & Cultuur

Christophe Vekeman las deze week De dood van Francis Bacon van Max Porter, een boek over het leven van Francis Bacon, maar niet die bekende filosoof uit de 16e en 17e eeuw. Tegen de verwachting in gaat het over een nazaat van de bekende Francis Bacon. Samengevat omschrijft Vekeman het boek als 'Het laatste lijden van vleesmeester van het macabere'.
De Bezige Bij

cover van De dood van Francis Bacon

Nee, de man in de titel De dood van Francis Bacon is niet de filosoof en wetenschapper die in 1626 stierf en omtrent wie vandaag nog steeds soms wordt beweerd dat híj het geweest is, híj en niemand anders, die het oeuvre van Shakespeare bijeen heeft geschreven, maar wel een verre nazaat van hem, die dus, meer bepaald in 1909, naar zijn befaamde voorvader Francis Bacon genoemd werd. 

Een treffend staaltje ouderlijke ambitie, zeg maar, die evenwel niet kon verhinderen dat Bacons gewelddadige pa, die noch het kunstenaarschap, noch de homoseksuele geaardheid van zijn zoon wist te verteren, al vroeg met hem zou breken. 

Na een jarenlange periode van armoe en artistieke vertwijfeling zou Francis Bacon niet enkel een van de bekendste en beruchtste schilders van de tweede helft van de twintigste eeuw worden, maar ook, alvorens in 1992 op 82-jarige leeftijd aan een hartstilstand te overlijden in een privékliniek in Madrid, een leven leiden dat bij mensen met een net iets zwakker gestel dan het zijne tot een veel vroegere dood pleegt te leiden. 

Hij was met name een legendarische drinker, en het was niet louter in zijn werk dat aardedonker geweld een rol van importantie speelde, iets wat het hoofdpersonage in de novelle, ‘het lichaam op het bed gepind door ziekte’, ironisch doet vaststellen: ‘en ik altijd maar denken dat je zomaar vermoord zou kunnen worden, je keel doorgesneden of gewurgd, in een zijsteegje van Frith Street’.

Een wild wervelende verzameling mentale stuiptrekkingen annex notities van de laatste adem.
Christophe Vekeman

Het is aan de dood van deze ‘leeghoofdige wereldberoemde vleesmeester van het macabere’, zoals Bacon in de novelle zichzelf omschrijft, dat Max Porter, geboren in 1981 en vooral bekend van zijn debuut uit 2015, Verdriet is het ding met veren, een geschrift wijdt dat wederom uitblinkt in afwijkerigheid en verbrokkeling, en dat je zou kunnen omschrijven als een wild wervelende verzameling mentale stuiptrekkingen annex notities van de laatste adem. 

Op de valreep, op een piepende zucht van diens dood, kruipt Porter in het hoofd van deze astmatische verkenner en uitbeelder van de gruwelijke menselijke binnenwereld, en dat levert proza op dat bij momenten haast even afschuwelijk en prachtig is als het werk van Bacon zelf

De dood van Francis Bacon is een portret van een kunstenaar tot in de kist, een man die zelfs wanneer hij zelf bezig is te worden vernietigd zijn eigen befaamde vernietigingsdrang ten aanzien van tot ontevredenheid stemmende schilderijen niet kan onderdrukken en dus aan onzekerheid, scheppings- én destructiedrang ten prooi blijft: ‘Hopeloos perspectief, kin aangeplakt als een knoedel, wang als een karbonade, maar het afgesneden witte zeil van de kap en de manier waarop de onderarm grenst aan de messcherp gesteven manchet bevallen met wel. Moet ik allemaal nog eens goed naar kijken.’

Elders de nietsontziende zin: ‘Ik vraag me af of ik die nek van je zal wegpoetsen en opnieuw zal beginnen.’ En de echte kunstenaar is, over onzekerheid gesproken, uiteraard onafgebroken en op elk gebied bezeten door stijl en dus per definitie een dandy: ‘Moedertjelief, zuster o Dios, Mercedes, mijn haar zit vast volkomen belachelijk.’ Twijfels zijn er ook aangaande de mate waarin zijn succes al dan niet welverdiend valt te noemen: ‘Zijn vervormingen zijn geen gewichtigdoenerij, of vernieuwing, het zijn leugens. Hij is een flamboyante en briljante leugenaar die de bof had het juiste medium te vinden.’ Wat niet wegneemt dat ook zelfverheerlijking zijn plaats vindt in de psyche van de stervende: ‘Noem me één levende schilder die kan wat ik kan in de tijd waarin ik het kan, zonder hulp. Alleen.’ 

Dat laatste woord is wellicht de kernterm die leven en werk van Bacon het best samenvat, en dat blijkt ook uit deze novelle, die uiteraard de nodige basiskennis van dat leven en dat werk vereist om voluit te kunnen worden gesmaakt. Als Bacon aanstipt dat ‘Sylvester’ er ‘altijd heel goed in’ was ‘me het gevoel te geven dat wat ik zei interessant was’, is het handig te weten dat de Britse kunstjournalist David Sylvester de schilder vanaf eind jaren vijftig met grote regelmaat interviewde, zoals ook minnaars van Bacon als ‘Peter’ en ‘George’ voorbijkomen zonder dat hun achternamen daarbij worden vermeld of er verder enige informatie over hen wordt verstrekt. Natuurlijk niet: de stervende, lijdende, ijlende Bacon steekt in dit boek geen monoloog af, wil niets kwijt aan ons en houdt – in tegenstelling, bijvoorbeeld, tot de verteller in Brouwers’ Cliënt E. Busken – dan ook geen enkele rekening met de lezer.

Het is onmogelijk dit dunne boekje niet langzaam te degusteren.
Christophe Vekeman

Dat dit niet voor evidente lectuur zorgt, ligt voor de hand: het is onmogelijk dit dunne boekje niet langzaam te degusteren. Wat ook weer niet betekent dat we hier te maken hebben met een geschrift dat de vergelijking oproept met een exquis snoepje waarop het zeer genoeglijk sabbelen is. ‘Ja,’ denkt Bacon op zeker moment, ‘een korst lospeuteren. Het hele klonterige geval lostrekken en de wortel zien. Wratten aanstippen. Dat zijn zo van die dingen waar ik van hou.

Chirstophe Vekeman

De dood van Francis Bacon verscheen bij De Bezige Bij

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Heleen Debruyne

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.