Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest Nanne Tepper

Christophe Vekeman leest Nanne TepperKunst & Cultuur

Tien jaar na de dood van schrijver Nanne Tepper is zijn debuutroman De eeuwige jachtvelden opnieuw verkrijgbaar. 'Vanaf de eerste bladzijden wordt duidelijk dat Tepper kon schrijven en persoonlijkheid had', aldus Christophe Vekeman.

Christophe Vekeman nam er graag nog eens het werk van Nanne Tepper bij

De Nederlandse schrijver Nanne Tepper, die zich in 2012 op 50-jarige leeftijd verhing, verwierf postuum grote erkenning met het 750 pagina’s dikke epistolarium De kunst is mijn slagveld, maar mocht er ook bij leven al niet over klagen dat de literaire kritiek en het juryvolk hem niet zouden lusten. Zijn debuutroman De eeuwige jachtvelden, bijvoorbeeld, werd in 1996, een jaar na verschijning, met de Anton Wachterprijs bekroond, en het is dat boek ook dat vandaag een achtste druk kent.

Vanaf de eerste bladzijden weet elke lezer die naam waard meteen dat Tepper ‘kon schrijven’, zoals dat heet, en bovendien persoonlijkheid had. ‘Echte reizigers, dacht hij terwijl hij een routebeschrijving bestudeerde, voelen niet die toeristische behoefte zich te mengen met de plaatselijke bevolking. Een echte reiziger wenst een aura waar de autochtoon van schrikt en voor terugdeinst. De eenzame die vragen oproept: “Waar komt die man vandaan?”, “Wat is hem overkomen?”, “Wat wil hij toch?”’

Nu goed, niet dat de 29-jarige Groninger Victor Prins, die op dat moment net in Parijs is aangekomen, waar hij zal logeren bij een oud vakantieliefje, als ‘een echte reiziger’ kan worden gekenschetst. Trouwens, ook het antwoord op de vraag ‘wat hij wil’, deze literaire inspiratiezoeker die daarnaast hoopt ‘de bewusteloosheid’ te vinden, krijgt in de roman ruimschoots zijn beslag…

Foto © Harry Cock
Nanne Tepper

De seksuele aantrekkingskracht tussen hem en Lisa, de oudste van zijn beide zussen, begon toen hij vijftien en zij veertien was, en natuurlijk ving tezelfdertijd de strijd aan die zij er, althans in eerste instantie, beiden tegen leverden.

Op zeker ogenblik nam Victor zelfs de gewoonte aan op zoek te gaan ‘naar zusjes die hij te allen tijde kon beloeren. In boeken, maar vooral op de televisie en in bioscopen.’ Het mocht allemaal niet baten, de geest is gewillig, het vlees echter zwak – óók dat van Lisa, die zich in de loop der jaren nochtans allengs meer geplaagd weet door de vrees dat ze frigide (‘niet goed aangesloten’) is – en in het tweede van de vier delen waaruit de roman bestaat zijn broer en zus allebei jonge twintigers en wonen ze samen.

Stelt u zich evenwel van deze samenwoonst niets al te rozekleurig voor: zoals zij vroeger hun vader – een verlopen dokter, getrouwd met een vrouw die zowat al haar tijd spendeert aan pogingen om eindelijk de moed te vinden hem te verlaten – elke ochtend drank serveren moest om hem uit bed te lokken, zo dient Lisa nu haar broer elke dag weer diens ochtendslok te brengen om zijn lichaam aan de praat te krijgen.

Het verschil is dat de dokter van cognac houdt, en dat Victor prijs stelt op een half waterglas Jack Daniel’s, ‘Old Number Seven’. Ook kettingrookster Lisa zelf, overigens, giet bepaald niet naast haar ‘wrede mond’. Jonge zus Anna dan weer leidt, ook wanneer zij de puberteit heeft bereikt, een aanzienlijk gezonder leven en houdt meer van wat zij zelf ‘bolderkarren’ noemt dan van drugs, drank en sigaretten… 

Nog altijd een zeer lezenswaardig en gedurfd boek.

Hillbilly fever in Holland, kortom, en de sfeer van het boek komt goed tot uiting in de volgende scène, als Victor en Lisa hand in hand zitten in een restaurant met hun ouders erbij en de dienster opmerkt: ‘“Gut, u zou toch werkelijk broer en zus kunnen zijn, zoals u op elkaar lijkt, maar dat hoort u zeker wel vaker.” “Ik heb het hun geregeld verteld,” zei de dokter, “maar ze geloven er niets van.” “O, nou, de gelijkenis ís treffend, hebt u al een keuze gemaakt?” “Meerdere,” zei Victor, “wij gaan ze zo bespreken.” “Uitstekend,” zei de dame, “wenst u nog iets van de bar?” “Ontrieven wij u ernstig,” Victor – op zijn allerzoetst – “als wij om de fles zelve verzoeken?”’ Waarop de dienster, daar het hier andermaal over Jack Daniel’s gaat, beleefd riposteert: ‘Maar natuurlijk, een kan ijs erbij?’

De eeuwige jachtvelden is nog altijd een zeer lezenswaardig en gedurfd boek, waarin het erg opvallend wemelt van de geuren (van nachtzweet, slaap, haren, oksels, pis, stront, klieren, sloten, gras, dood, water, ‘ordinaire meisjes’ en onder nog heel veel meer natuurlijk ook drank) en dat zelf een vreemd, complex en ook nogal aanlokkelijk miasma van perversie en fundamentele onschuld ademt: juist de verboden en verdoemde liefde tussen broer en zus wordt, problematisch en ongelukkig makend als zij zijn mag, als een soort van welriekende lelie op een mesthoop voorgesteld.

Zeker zijn er thematisch parallellen te trekken met het vroege werk van Hugo Claus – zie bijvoorbeeld het toneelstuk Een bruid in de morgen –, al is het oeuvre van Tepper met de paar boeken waar het uit bestaat vanzelfsprekend te beperkt om ook in zíjn geval van een groot schrijverschap te kunnen spreken. 

Christophe Vekeman

De eeuwige jachtvelden van Nanne Tepper is verschenen bij Pluim

Wie vragen heeft over zelfmoord kan terecht bij zelfmoord1813.be

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Heleen Debruyne brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Heleen Debruyne

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.