Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest Robert Walser

Christophe Vekeman leest Robert WalserKunst & Cultuur

Robert Walser is een wat mysterieuze schrijver met een mysterieus oeuvre. Heel wat doorgewinterde lezers dragen hem daarom op handen. Maar zijn roman 'De bediende' stelt Christophe Vekeman teleur.

Christophe Vekeman: niet zo overtuigd van Robert Walser

De Zwitserse schrijver Robert Walser leefde van 1878 tot 1956, en in de loop van die jaren schreef hij onder meer de novelle De wandeling, waarover ik het eerder had in Pompidou, maar ook zijn in commercieel opzicht meest succesvolle, nu voor het eerst in ’t Nederlands vertaalde roman De bediende.

Naar verluidt was dat een van de lievelingsromans van Franz Kafka, en overigens werd Walser door nog andere collega’s van formaat op handen gedragen. Herman Hesse, bijvoorbeeld, gaf als zijn mening aangaande Walser het volgende te kennen: ‘Als hij honderdduizend lezers had, zou de wereld een betere plek zijn.’

De bediende uit de titel is de vierentwintigjarige, naar eigen zeggen in het leven achtergebleven Joseph Marti, die door het Bureau voor Arbeidsbemiddeling als klerk aan het werk gezet is, weliswaar op proef, bij ingenieur en uitvinder Tobler, de chef van een ‘technisch bureau’.

Tot de door Tobler ontwikkelde en aan de man te brengen producten behoren onder meer ‘de boormachine’, ‘de gepatenteerde ziekenstoel’ en ‘de schuttersautomaat’ – die laatste te plaatsen op weiden tijdens schuttersfeesten, zodat de deelnemers daaraan, wanneer zij verse munitie behoeven, eenvoudig een nieuw pak patronen kunnen draaien als was het een reep chocola.

Het paradepaartje van de jonge firma echter, waar Tobler zowat zijn hele vermogen in heeft gestoken, is ‘de reclameklok’, bestemd voor de horeca, stations en wat dies meer zij, en versierd met aan weerszijden zilveren of gouden adelaarsvleugels waarop reclameboodschappen kunnen worden aangebracht. Het zijn deze boodschappen die de klok zo lucratief moeten maken voor de bezitter ervan.

Foto via Koppernik
Robert Walser

Tot zover alles duidelijk dus. Minder duidelijk is waar dit boek wezenlijk over gaat. Het valt zelfs allesbehalve helder te noemen wat juist het verhaal is dat hier wordt verteld. Is dit het verhaal van een mislukking, in die zin dat Tobler naarmate de roman vordert alsmaar dieper in geldnood verzeilt, zozeer zelfs dat hij op zeker ogenblik zijn verwaarloosde moedertje om financiële hulp gaat smeken door per epistel met zelfmoord te dreigen? Gaat het over de gezinsproblemen van Tobler en zijn mysterieuze echtgenote en moeder van vier? Of toch over de verhouding tussen bediende en baas, knecht en meester, stand en bovenstand, en is bijgevolg een van de kernzinnen van het boek de vraag: ‘Waar waren ogen van een bediende trouwens anders goed voor dan voor ontwijken en neerslaan (…)?’ 

Feit is in elk geval dat zowel de schrijver als zijn bediendenpersonage nogal wat bespiegelingen wijdt aan de klassenverschillen, al moet gezegd dat die op geen enkele wijze echt interessant te noemen vallen in de doorsnee betekenis van dat woord.

Wat ze dan wel zijn? Neem een passage als ‘Haar moeder gedroeg zich verstandig en beschaafd. Hoe zou het mogelijk zijn een oudere welgestelde vrouw te zijn en een onuitstaanbaar gedrag te vertonen?’ Dat lijkt een ironisch-retorische vraag, van een enigszins smalend, satirisch karakter, maar de ten gronde vertwijfelde Joseph, onophoudelijk verdwaald in de complexe wereld van het sociale discours, piekert daadwerkelijk over dit soort dingen.

Nog: ‘Gewoonlijk spelen alleen mannen dit spel, maar het kwam geleidelijk aan ook bij vrouwen in de mode, en wel bij de zogenaamd beter gesitueerde, namelijk bij diegenen die niet zo heel erg hard hoefden te werken, de hele dag door, en dat zijn nou net de beter gesitueerden.’

Het is deze Biesheuvelachtige toon van als melige, naïeverige wereldwijsheid vermomde stille waanzin – Walser verbleef vele jaren in een psychiatrische instelling – die aan De bediende charme verleent en van Joseph én de schrijver Robert Walser aandoenlijke types maakt: mensen die hun best doen om de wereld te bevatten en begrijpen, welke wereld en welk begrip echter voortdurend buiten bereik en op afstand blijven.

En dat laatste geldt ook voor de roman zelf: een echt, wezenlijk contact tussen boek en lezer kwam althans bij mij absoluut niet tot stand. Zowel boek, schrijver als personages bleven steevast in de eerste plaats merkwaardig, even merkwaardig als de volgende metaforen, die zo voorzichtig en risicoloos zijn dat je bijna zou kunnen zeggen dat ze van ángst vanwege de schrijver getuigen: ‘Deze man foeterde op Tobler en diens hele familie als een heel bataljon van foeteraars’, en hij ‘rookte erop los als het lid van een rookclub.’ 

Een echt, wezenlijk contact tussen boek en lezer kwam althans bij mij absoluut niet tot stand.

De bediende is interessanter dan het verhaal dat erin verteld wordt, en fans van Kafka, maar ook van Jan Arends, Gogol en de genoemde Biesheuvel zullen er enigermate hun hart aan kunnen ophalen. Maar het allerinteressantste aan De bediende is wat mij betreft toch de vraag wat Herman Hesse in hemelsnaam kan hebben bedoeld met zijn uitspraak dat de wereld een betere plek zou zijn mocht Robert Walser honderdduizend lezers hebben…

Christophe Vekeman

De bediende van Robert Walser is verschenen bij uitgeverij Koppernik
Uit het Duits vertaald door Machteld Bokhove

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Heleen Debruyne

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.