Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman leest Tamsin Calidas

Christophe Vekeman leest Tamsin CalidasKunst & Cultuur

Christophe Vekeman las 'Ik ben een eiland' van Tamsin Calidas. Daarin vertelt Calidas het verhaal van een vrouw die eenzamer is dan Robinson Crusoe... tot ze besluit het tij te keren.

Tamsin Calidas schreef een zeer zintuiglijk boek, stelt Christophe Vekeman vast

Al van bij de allereerste bladzijde van Ik ben een eiland is het klip-en-klaar dat wij hier te maken hebben met een zeer zintuiglijk boek: de zee wordt omschreven als ‘merkwaardig plomp, een vormeloze massa traag, rusteloos water’ die maakt dat je ‘de frisse scherpte van zout in de lucht proeft’ terwijl je ‘de na-ijlende roep van de ganzen’ aanhoort.

Even later vertelt schrijfster en fotografe Tamsin Calidas ons dat zij er vele jaren van droomde, toen zij nog in Notting Hill woonde en daar het drukke, succesvolle bestaan van zovelen leidde, om naar ‘een ruige, open horizon te turen’, een verlangen dat niet zelden in gang werd getrapt in de gang van haar appartement, als zij de oude kaart van Schotland zag die daar tegen de muur hing geprikt en waar zij, zeg maar tot overmaat van zintuiglijkheid, dikwerf haar neus tegenaan drukte teneinde de ‘dompige geur’ ervan op te snuiven.

Terwijl ik mijn ogen sloot, vervlogen op zulke ogenblikken het verkeer, het geschreeuw op de straat, de buren die deuren dichtknalden, in aanstormend vers vlokschuim, de dikke krullende toppen van brandingsgolven die de zoutdronken lucht verzadigden, de meeuwen die de hemel openscheurden met een hunkerende, krijsende kreet.’ 

Het leven is aan de dromers, zeg maar, en aan de romantici, maar wanneer de schrijfster betrokken raakt bij een zeer zwaar auto-ongeluk dat haar bewust maakt van haar sterfelijkheid, zij vervolgens een man ontmoet, Rab, die niet bepaald het type is om zich te laten afschrikken door wetten en al zeker niet door praktische bezwaren, en de buurt waar zij woont in toenemende mate wordt geteisterd door vandalisme en inbraak, is haar verbeeldingskracht niet langer sterk genoeg om voldoende tegenwicht te bieden aan de realiteit en wil zij haar droom bijgevolg waarlijk in vervulling zien komen: Rab en zij laten alles achter en kopen een huisje zonder elektriciteit, stromend water of verf op de muren, en dit op een héél afgelegen Schots eilandje zonder winkels, horeca, huisarts of politieagent.

Striking Faces
Tamsin Calidas

Het vervolg van het verhaal lijkt lange tijd op bijzonder schrijnende wijze te illustreren dat Willie Nelson nu eenmaal altijd gelijk heeft, ook dus toen hij in de jaren zeventig zong: ‘Be careful what you’re dreaming, or soon your dreams will be dreaming you’… Wat er allemaal gebeurt, is te veel en te erg om op te noemen, dus ik doe slechts een willekeurige greep. Het begint ermee dat Rab, die sinds de aanvang van het eilandavontuur aanzienlijk meer rookt en drinkt dan voorheen, op een dag zich hardop afvraagt of ‘dit het nu’ is, waarna Tamsin haar kinderwens maar niet in vervulling ziet gaan, na haar breuk met Rab door haar mede-eilandbewoners nog minder geaccepteerd wordt dan al het geval was, haar beide handen breekt, haar stem verliest, bloed ophoest, blutter dan blut is en zelfs zo’n honger lijdt, op zeker ogenblik, dat zij zich genoopt ziet bladeren te eten: ‘Het duurt verrassend lang om een blad op te eten dat je net van een boom hebt geplukt. Het dikke esdoornblad is het taaist. Beuk is zacht, verkreukt, met haartjes als een donsvelletje.’

Een vrouw die het bij momenten om de een of andere masochistische reden echt nódig lijkt te hebben net niet te bezwijken aan de eisen die zij aan het leven stelt

Ook verliest zij nog haar enige vriendin, en regent het voortdurend. Dat Tamsin besluit om, ondanks de liefde die zij ondervindt vanwege de vele dieren – honden, schapen, vogels – die haar gezelschap houden en haar helpen in een soort van levensonderhoud te voorzien, te sterven in de zee, is dan ook niet echt een geweldige verrassing. Dat zij in diezelfde zee haar wedergeboorte meemaakt, echter, is dat wel degelijk wel…

Ik ben een eiland van Tamsin Calidas, die in 2004 naar het onherbergzame, barre oord in kwestie verhuisde, is vele bladzijden lang het relaas van een vrouw die je zou kunnen omschrijven als nog vele keren eenzamer en geïsoleerder dan Robinson Crusoe zich ooit voelde, een vrouw die het bij momenten om de een of andere masochistische reden echt nódig lijkt te hebben net niet te bezwijken aan de eisen die zij aan het leven stelt – tot zij het tij weet te keren en het boek niet langer het voornoemde Wille Nelsoncitaat illustreert, maar daarentegen twee andere befaamde stellingen in gedachten brengt: Nietzsches ‘Wat mij niet ombrengt, maakt mij sterker’, en ‘The darkest hour is just before dawn’…

Christophe Vekeman

Ik ben een eiland van Tamsin Calidas is verschenen bij uitgeverij Pluim
Uit het Engels vertaald door Hans Kloos

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram