Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Nu op Klara:

Christophe Vekeman over Edna O'Brien

Christophe Vekeman over Edna O'BrienKunst & Cultuur

Christophe Vekeman las 'De rode stoeltjes' van Edna O'Brien, verschenen bij De Bezige Bij. Maar het jongste boek van de grand old lady van de Ierse literatuur is geen onverdeeld succes.
Edna O'Brien, De Rode Stoeltjes, De Bezige Bij

Edna O'Brien, De Rode Stoeltjes, De Bezige Bij

De jongste roman van de oude Ierse schrijfster Edna O’Brien (1930) draagt een titel die, hoewel letterlijk vertaald, in het Engels een enigszins andere uitstraling heeft dan in het Nederlands: The Little Red Chairs klinkt althans in mijn oren onheilspellender en bedreigender dan De rode stoeltjes. Maar zelfs de Engelse titel dekt een lading die nog veel gruwelijker is dan de vier woorden op zich kunnen doen vermoeden, en daar komen wij meteen al achter dankzij de korte mededeling die O’Brien aan haar boek laat voorafgaan: op 6 april 2012, twintig jaar na het begin van het beleg van Sarajevo door Bosnisch-Servische troepen, werden er in de hoofdstraat 11541 rode stoelen geplaatst, evenveel als er tijdens de belegering dodelijke slachtoffers waren gevallen – de 643 kleine stoelen stonden symbool voor de kinderen onder hen… 

Toch is De rode stoeltjes, dit ‘meesterwerk’, dixit Philip Roth, van ‘de grote Edna O’Brien’, geen oorlogsroman. Het boek begint op de manier waarop bij wijze van spreken alle goede boeken beginnen, of in elk geval toch alle goede griezelverhalen: een vreemdeling komt in een dorpje aan en blijft ‘op de oever staan, als gebiologeerd door het water.’ Hij heeft lange witte haren en een baard, en draagt een lange zwarte jas en witte handschoenen. ‘Nog lang daarna,’ weet O’Brien ons te vertellen in haar geladen, lyrische stijl, ‘kwamen bewoners met verhalen over vreemde gebeurtenissen op die winteravond: wild blaffende honden, als bij onweer, en een zingende nachtegaal, wiens melodie en trillers nooit zo ver westwaarts waren gehoord.’ 

De vreemdeling heet – of laat zich noemen – ‘Dr. Vladimir Dragan’, is afkomstig van Montenegro en oefent volgens zijn kaartje het beroep uit van ‘Genezer en sekstherapeut’. Later, wanneer hij zich in het dorp heeft gevestigd en door de inwoners – vooral de vrouwelijke – op handen wordt gedragen, schrapt hij op aanraden van de plaatselijke, jonge priester het woord ‘sekstherapeut’ en opent hij een kliniek waarin hij de ‘holistische geneeswijze volgens oosterse en westerse methoden’ beoefent. Zelfs Zuster Bonaventure, een non van het zuiverste water, kan zich van dan af aan met goed fatsoen door Dr. Vlad onder handen laten nemen, al spelen er zich in de betreffende kliniek evengoed bepaalde zaken af die het daglicht niet kunnen verdragen. Zo laat de genezer zich op een bepaald moment overhalen door de mooiste vrouw van het dorp, Fidelma McBride, ongelukkig getrouwd met een veel oudere man, om haar ‘compleet te maken’ door haar te bevruchten. Wanneer zij na gedane daden thuiskomt vindt er deze omineuze scène plaats, die meteen duidelijk maakt dat haar echtgenoot zo zijn vermoedens heeft over wat er gebeurd is, zeker als je de associatie tussen ‘Vladimir’ en ‘Dracula’ in rekening brengt: ‘Toen hij zijn handpalm strekte, zag ze de brij van een vleermuis die hij had doodgemept. Er waren er die nacht twee binnengekomen, vertelde hij, en toen hij na het opstaan zijn handen ging wassen, zaten ze in de wasbak, als vampiers aan elkaar geklonken.’ En even later: ‘het tweede rotbeest, het vrouwtje, was door het open raam ontsnapt.’ 

 

Edna O'Brien, Foto: De Bezige Bij

Edna O'Brien, Foto: De Bezige Bij

Van ontsnapping blijkt algauw evenwel geen enkele sprake te zijn: ongeveer tezelfdertijd komt de lezer erachter dat Dr. Vladimir Dragan ‘de meest gezochte man van Europa’ is (zijn naam wordt nergens genoemd, maar hij is duidelijk geïnspireerd op de Bosnisch-Servische oorlogsmisdadiger Radovan Karadzic, die als vluchteling van 1996 tot 2008 onder de schuilnaam Dragan David Dabic als alternatief geneeskundige aan de kost kwam). Wanneer Vladimir Dragans ware identiteit aan het licht komt, barst de hel los, en kantelt het zwart-romantische griezelsprookje-voor-volwassenen na een sadiaanse ‘climax’ die in staat is gevoelige zieltjes voor misschien wel weken van hun melk te krijgen naar een hard-realistische vertelling van een vrouw die eenzaam, arm en voor het leven getraumatiseerd in Londen een vorm van voortbestaan voor zichzelf tracht te vinden. Het contrast tussen de eerste en de tweede helft van het boek is net iets te scherp om goed te zijn: waar O’Brien er in het eerste deel schitterend in slaagt om stilistische grandeur, een griezelsfeer én satire evenwichtig met elkaar te vermengen, daar staan de beide helften van de roman, met de grote nadruk op psychologisch realisme in het tweede deel, toch enigszins haaks op elkaar. Een ‘meesterwerk’ is dus te sterk uitgedrukt. Maar een krachtige roman is De rode stoeltjes zeker.

Christophe Vekeman

 

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laat ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: pompidou@klara.be

Pompidou wordt als podcast aangeboden.