Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Christophe Vekeman over een weinig onberispelijk boek

Christophe Vekeman over een weinig onberispelijk boekKunst & Cultuur

Wie mij een beetje kent, zal het probleemloos kunnen beamen: het respect dat ik de wat oudere medemens pleeg toe te dragen, grenst schier aan het eindeloze, zéker wanneer de man of vrouw in kwestie datzelfde respect ook nog eens doeltreffend weet af te dwingen door bijvoorbeeld op achtentachtigjarige leeftijd een kloeke roman te publiceren die op de koop toe het eerste deel van een trilogie zou moeten worden.
Cover van het boek 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam (Uitgeverij Cossee)

Een onberispelijke man van Jane Gardam (Uitgeverij Cossee)

En laat dit nu exact zijn wat de Britse Jane Gardam zo-even gedaan heeft met een boek waarvan de oorspronkelijke, nogal onvertaalbare titel Old Filth luidt. Onvertaalbaar, daar in het Britse advocatenmilieu het acroniem ‘Filth’ al zo’n tweehonderd jaar lang staat voor ‘Failed In London, Try Hong Kong’. In het Nederlands heet het boek bijgevolg gewoon Een onberispelijke man. De roman is, na een dertigtal andere titels, de grote doorbraak van Gardam en schijnt inmiddels al een jaar of twee in de Duitse bestsellerlijsten te staan.
Dat laatste is, om meteen maar de waarheid te zeggen, vrij onbegrijpelijk voor mij. Een onberispelijke man is immers een roman die toch werkelijk een heel pak minder opzienbarend is dan de leeftijd van degene die hem heeft geschreven.

Ook de hoofdpersoon van het boek, de bijgenaamde ‘Old Filth’ dus, is aan de bejaarde kant, wat wil zeggen op een haar na tachtig, maar ziet er nog altijd aantrekkelijk uit. Het enigszins overmoedig geponeerde ‘Clothes always fit you, when you’re a boy’ uit David Bowies ‘Boys Keep Swinging’ is in elk geval geheel van toepassing op hem: ‘Hij bezat de elegantie van de jaren twintig, want zijn kleding, hoe die er vooraf ook uitzag, stond hem altijd goed.’ Tot zover het mooie nieuws wat Edward Feathers betreft, want helaas voor hem is daarstraks zijn vrouw Betty gestorven. Haar laatste woorden, uitgesproken tijdens het in de grond steken van tulpenbollen, waren: ‘Honderd in de grond en nog honderd te gaan. Ik wil geen gin. Kunnen we de lunch overslaan?’ Waarna ze dood neerviel.

Ten gevolge van een en ander wordt Edward begrijpelijkerwijs heel wat zwaarmoediger, en tot overmaat van ramp wordt niet lang hierna zijn aartsvijand toen zij beiden nog advocaat waren in Hongkong (‘Ze kruisten de degens niet, ze gingen elkaar met kromzwaarden te lijf’) zijn nieuwe buurman in Dorset. Niet dat zij elkaar van dan af vaak – of zelfs ooit – zien, maar wanneer Edward op een sneeuwerige Kerstavond zichzelf domweg buitensluit uit zijn eigen huis, ziet hij zich gedwongen bij de gehatene aan te bellen…
Tot zover de eerste vijfentwintig bladzijden van het boek, die ikzelf een zeer veelbelovend begin voor een roman vond vormen. Dankzij het door mevrouw Gardam zelf geschreven nawoord bij het boek kwam ik er later achter dat dit begin in oorsprong een afgerond kort verhaal was, geschreven in 2002 op vraag van een tijdschrift. ‘Ik zei dat ik geen ideeën had,’ bekent ze – maar vervolgens kwam dan toch dat verhaal uit haar mouw. En schreef ze deze roman, die na de eerste vijfentwintig bladzijden nauwelijks nog met de betreffende buur heeft te maken, maar door middel van zeer wijdlopige flashbacks kindertijd, puberteit, eerste liefde et cetera van Old Filth uit de doeken doet. Je komt als lezer sterke scènes tegen, en Gardam kan zeker schrijven, maar de indruk dat het allemaal van een grote compositorische slordigheid is, en bloedeloos, laat zich niet onderdrukken. Eenzelfde slordigheid komt trouwens tot uiting in een neiging die Gardam deelt met een belangrijk deel van haar leeftijdgenoten, namelijk die om alles twee keer te zeggen. Hier glimmen Edwards schoenen ‘als kastanjes’, daar glimmen ze ‘als glas’; op pagina 9 gaat het over ‘zijn krullerige, nog steeds bronzen haar’, op pagina 10 staat er ‘Verrassend genoeg, gezien zijn hoge leeftijd, was zijn krullerige haar nog steeds niet grijs’; op pagina 27 lezen we ‘Vreemd eigenlijk, het idee van samen een bed delen. Burgerlijk’, op pagina 139 ‘Tweepersoonsbedden waren voor de bourgeoisie’. Het aantal keren dat wordt uitgelegd waar ‘Filth’ voor staat, valt amper te tellen.

Het tweede deel van de trilogie zou inmiddels voltooid zijn en werd geschreven vanuit het perspectief van Betty, het derde deel zal Last Friends heten. Met alle respect dus, maar dat tweede deel ga ik niet lezen, en naar dat derde deel kijk ik niet uit.

Christophe Vekeman

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laat ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: pompidou@klara.be

Pompidou wordt als podcast aangeboden.