Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
De hippies hebben gewonnen

De hippies hebben gewonnenKunst & Cultuur

'Een essay als een ontdekkingsreis,' zo omschrijft Alessandro Baricco zelf The Game. Christophe Vekeman dook erin en vond wat zeldzaam optimisme in sombere tijden.
The Game, door Alessandro Baricco© De Bezige Bij

The Game, door Alessandro Baricco

‘De tijden veranderen sneller dan ooit, vandaag kan al gisteren wezen / Wat morgen gebeuren gaat weet niemand ooit, misschien valt het ergste te vrezen.’

Deze woorden van Lennaert Nijgh, gezongen door Boudewijn de Groot in 1967, kwamen in mij op tijdens m’n lectuur van The Game van Alessandro Baricco, schrijver van novelles en romans als Zijde en Mr Gwyn, maar ook van het tien jaar geleden verschenen non-fictiewerk De barbaren, een boek dat volgens Baricco zelf wilde duidelijk maken dat er van de zogenaamde ‘culturele apocalyps’ die door nogal wat doemdenkers werd waargenomen geen enkele sprake was en dat er daarentegen een heel nieuwe beschaving bezig was zich te ontwikkelen.

En die nieuwe beschaving, schrijft hij, heeft inmiddels vrij duidelijk vorm gekregen, al is nog steeds allesbehalve zonneklaar wat er de oorzaken en ook het doel van zijn. In The Game, een essay dat als ‘een ontdekkingsreis’ omschreven wordt, gaat Baricco trachten een en ander in kaart te brengen.

Van flipperkast tot smartphone, en terug

Hij begint met de vaststelling dat ‘de digitale revolutie’ zo’n veertig jaar geleden ingezet werd, en dit, meer bepaald, met het eensklaps opduiken in cafés – waar het spelmeubilair tot dan toe louter bestaan had uit een tafelvoetbalbak en een flipperkast – van het genaamde Space Invaders, een spel dat op slag ongezien populair was: ‘In Japan moest er een muntje van honderd yen in; er waren zoveel mensen die Space Invaders speelden dat het muntje nergens meer te krijgen was, en de staat er snel een heleboel bij moest slaan.’

In 1981 zou dan de personal computer zijn intrede doen – denk met nostalgie terug aan de Commodore 64 –, een jaar later kwam de cd op de markt (het eerste in cd-vorm beschikbare album ooit was The Visitors van Abba), in 1990 werd het World Wide Web geopend, vanaf 1998 was er Google, Facebook dateert van 2004 opgericht, Youtube van een jaar later, en de grote finale tot nog toe, het moment waarop de wereld waarin wij nu leven definitief ontstond, vond plaats in 2007, toen Steve Jobs de i-Phone aan pers en publiek presenteerde.

Die i-Phone, zegt Baricco, was in de eerste plaats geniaal omdat hij zo ‘leuk’ was, hij leek meer bepaald op ‘een computerspel’ – en daarmee zijn wij opnieuw bij Space Invaders beland, waarmee het allemaal begon, die digitale revolutie, die niet alleen een technologische, maar tevens een mentále revolutie was. Sterker nog: eerst en voorál een mentale revolutie: ‘Wij denken dat de computers een nieuwe vorm van intelligentie hebben voortgebracht (…) maar (…) een nieuw soort intelligentie heeft de computers voortgebracht.’ De nieuwe mens in onze nieuwe wereld is niet door de smartphone geschapen, nee, hij heeft wel degelijk de smartphone uitgevonden, hij had klaarblijkelijk behoefte aan die smartphone.

‘Echte’ vrienden

En waar bevindt de nieuwe mens zich nu, sinds de uitvinding van dat digitale verlengstuk van zichzelf, waarmee quasi nooit het contact wordt verbroken? In ‘een realiteitsstelsel met een dubbele aandrijfkracht, waarin het onderscheid tussen echte wereld en virtuele wereld verwordt tot een secundaire grens’: de realiteit valt niet langer zomaar samen met wat vroeger ‘echt’ of ‘werkelijk’ heette te zijn, maar bestaat voor een goed deel uit wat zich op het web afspeelt.

Mensen, kortom, die blijven zeuren dat je Facebookvrienden ‘geen echte vrienden’ zijn, moeten, als ik het zelf goed begrijp tenminste, typische twintigste-eeuwers worden genoemd, levende restanten van een wereld die definitief tot het verleden behoort, als hij tenminste al niet morsdood dient te worden verklaard, met zijn gezagsdragers, zijn kerken, zijn scholen, zijn experts, zijn traditionele politieke partijen et cetera.

Verander de wereld, begin bij de techniek

De nieuwe wereld is er één van ‘beweging’, van de ‘post-ervaring’, van de vrijheid, van het zelfbewustzijn en van de gelijke kansen. Kijk maar naar Wikipedia: een voor iedereen toegankelijke, gratis encyclopedie die niet door professoren of gediplomeerde intellectuelen of wetenschappers wordt geschreven of samengesteld, maar wel door de gehele mensheid samen! Weg met de elite!

En hier wil ik nog eens verwijzen naar die regels van Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh. Het begon namelijk allemaal, volgens Baricco, in de jaren zestig, bij de tegencultuur van de hippies die het systeem haatten en het omver wilden werpen, en die niet alleen de seksuele revolutie predikten, maar – althans in sommige gevallen – ook de digitale.

Ene Steward Brand formuleerde het zo: ‘Veel mensen proberen de aard van de mens te veranderen, maar dat is echt tijdverspilling. Je kunt de aard van mensen niet veranderen; wat je wel kunt doen is de tools die ze gebruiken veranderen, de technieken veranderen. Dan verander je de samenleving.’ En dat is precies wat er gebeurd is. De hippies hebben gewonnen.

Geloof me

Baricco zelf lijkt daar, al is zijn toon veeleer optimistisch dan uitgelaten te noemen, behoorlijk blij mee te zijn, en dat is toch eens iets anders, zeg maar, in deze sombere tijden, al moet gezegd dat zijn optimisme soms gewild en zelfs naïef aandoet. De twintigste-eeuw wegzetten als de verschrikkelijkste eeuw uit de geschiedenis van de mensheid is één ding, maar zonder meer stellen dat we nu definitief in een tijd van vrede beland zijn, waarin Auschwitz nooit meer tot de mogelijkheden behoort, is eenvoudigweg flauwekul.

Daarnaast gebruikt hij voor iemand die in zijn nopjes is omdat experts heden ten dage geen recht van spreken meer hebben opvallend vaak de woorden ‘geloof me’, verzoekt hij iets te vaak om ‘een minuutje concentratie’ van de lezer, en legt hij iets te graag iets uit ‘in simpele bewoordingen, zodat ook een kind het zou begrijpen’. Op die manier creëert hij volkomen nodeloos piepkleine ergernisjes, die afbreuk doen aan de buiten kijf staande kwaliteit van dit vanzelf wel tot nadenken en concentreren aanzettende boek.

Christophe Vekeman

'The Game' is verschenen bij De Bezige Bij