Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Nu op Klara:

De leugen die identiteit heet

De leugen die identiteit heetKunst & Cultuur, Boek

Christophe Vekeman las Misplaatst van Nell Zink, een stilistisch hoogstaande, geestige en spannende roman (Ambo/Anthos).
Cover van het boek Misplaatst van Nell Zink

Misplaatst van Nell Zink, verschenen bij Ambo/Anthos

De Amerikaanse schrijfster Nell Zink was te gast in Passa Porta, waar zij door Ruth Joos geïnterviewd werd. Ik ben bij dat gesprek niet aanwezig geweest, maar één ding weet ik niettemin met rotsvaste zekerheid: een deel van de conversatie zal over Jonathan Franzen hebben gehandeld. Het was Franzen, immers, die bij de geboorte van het schrijverschap van Zink, welke geboorte nogal een bevalling schijnt te zijn geweest, als een soort van verloskundige gefungeerd heeft. 

Dat kwam zo. Tot enkele jaren geleden bestond het publiek van de inmiddels 51-jarige Zink uit exact één enkele man, de Israëlische schrijver Avner Shats, met wie zij een soort van correspondentie-in-romans-en-andere-prozateksten onderhield. Pas toen zij, in het kader van een journalistiek artikel over een Duitse ornitholoog, op een dag per brief contact opnam met Franzen, die zoals lezers van Freedom kunnen weten een groot vogelliefhebber is, gebeurde er eensklaps van alles. Franzen was onder de indruk van haar stijl, vroeg hoeveel boeken zij al had uitgegeven (‘O, echt waar, geen enkel?!’) en wierp zich vervolgens warempel op als haar agent. Aanvankelijk zonder succes, trouwens, maar inmiddels zijn er dus wel degelijk twee romans van Zink gepubliceerd en in het Nederlands vertaald, en de recentste vertaling is die van Mislaid, bij Ambo/Anthos verschenen onder de titel Misplaatst. En wat blijkt? Eens te meer mogen wij Franzen en onze gevederde vrienden zeer dankbaar zijn. 

Schrijvers Nell Zink en Jonathan Franzen in een boekhandel.

Misplaatst is een roman die het heel expliciet wil hebben over iets waar alle goede literatuur het sowieso op zijn minst zijdelings over heeft, namelijk identiteit. Seksuele identiteit, om te beginnen.

We schrijven 1966 wanneer ergens in Virginia de eerstejaarsstudente Peggy het aanlegt met de befaamde dichter annex universiteitsdocent Lee Fleming. Hun eerste lichamelijke treffen vindt plaats in zoiets wankels als een kano te water, en de lesbische Peggy vindt het allemaal ‘veel sexyer en romantischer dan ze zich ooit had durven voorstellen’. Over Lee lezen wij in dit verband het volgende: ‘Ze was androgyn, net als de jongens op wie hij viel, maar door haar ging hij zich afvragen of hij echt op jongens viel of tot nu toe allen het verkeerde soort meisjes had ontmoet.’ Zo veel optimisme wordt natuurlijk afgestraft, en het opzienbarendste is dan ook niet dat zij trouwen en twee kinderen krijgen, niet dat Lee zijn vrouw bedriegt met leden van elke kunne, maar wel dat hun huwelijk liefst tien jaar standhoudt, wat wil zeggen: tot Peggy met haar kleine dochtertje Mireille én met achterlating van haar negenjarige zoontje Byrdie haar biezen pakt en zich voor Lee en zijn steenrijke, machtige familie gaat verschuilen in een verlaten boskrot zonder elektriciteit, stromend water en wat dies meer zij.

Misschien moet je uit het zuiden van de VS komen om te snappen dat iemand tegelijk blond en zwart kan zijn.
Nell Zink, Misplaatst

De identiteitsthematiek beperkt zich echter niet tot het geslachtelijke, maar breidt zich in Misplaatst uit tot iets wat normaal gesproken wordt beschouwd als iets wat nog veel meer vastligt en wat inderdaad voor velen overal ter wereld en sinds mensenheugenis een vorm van houvast te bieden heeft, namelijk ras en huidskleur. Peggy vindt er niets beter op, moet je weten, om zichzelf Meg te gaan noemen en haar dochtertje de identiteit te verschaffen van een werkelijk geleefd hebbend en in 1973 op driejarige leeftijd gestorven zwart meisje, Karen Brown genaamd. Dat Mireille even blank is als zijzelf of als Lee of eender wie, vindt ze hoegenaamd geen bezwaar: ‘“Wij zijn trotse zwarten,” zei Meg.’ Dit is raar, natuurlijk, en misschien, zoals de verteller ons mededeelt, ‘moet je uit het zuiden van de Verenigde Staten komen om te snappen dat iemand tegelijk blond en zwart kan zijn’. Tenzij je de eind jaren negentienveertig verschenen Vernon Sullivanboeken van Boris Vian kent, voeg ik eraan toe, J’irai cracher sur vos tombes en Les morts ont tous la même peau, waarin eveneens ‘zwarten’ een hoofdrol spelen die met geen mogelijkheid als zwart vallen te herkennen. Het zal dus wel geen toeval zijn dat de naam Vian in Zinks roman heel even opduikt. 

Portret van de Amerikaanse schrijfster Nell Zink

En zo leven Peggy/Meg en Mireille/Karen van dan af, bewust of niet, in een geweldige leugen, waarbij uiteraard de vraag zich opwerpt of dit niet voor iedereen geldt, en of de leugen misschien wel gewoon niet per definitie deel uitmaakt van elke identiteit. Een interessante kwestie, vind ik, maar het beste nieuws is wel dat deze kwestie ons gepresenteerd wordt in de verpakking van een stilistisch hoogstaande, geestige en spannende roman, die vanzelf uitnodigt om ook De rotskruiper van Nell Zink spoedig te gaan lezen. 

Christophe Vekeman

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laat ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: pompidou@klara.be

Pompidou wordt als podcast aangeboden.