Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
De liefde overwint

De liefde overwintKunst & Cultuur

Christophe Vekeman is helemaal overweldigd door Shuggie Bain, het boek waarmee Douglas Stuart in 2020 de Booker Prize won: 'Wat een boek is dit!'

Douglas Stuart beschrijft de zelfkant van Glasgow

Vorige week had ik het over een boek dat De sneeuwpanter heette en zich afspeelde in een bitter, schier ondraaglijk koud paradijs, maar Shuggie Bain van Douglas Stuart is gesitueerd in een wereld waarin het nog vele keren minder aangenaam toeven is: een grijze hel waarin het voortdurend regent, mensen te arm zijn om een warm bad te nemen, kleine jongetjes met oudejaar zo’n honger hebben dat zij een stuk van de vitrage naar binnen proppen teneinde hun mond toch met iets te vullen, en waarin elke mooie glimlach die er aan te treffen valt louter te danken is aan het feit dat er zich in díé mond in kwestie een vooralsnog ongebroken kunstgebit bevindt.

We spreken over het Glasgow van begin jaren tachtig, al brengen de protagonisten ook een deel van het verhaal door in een armtierig randstadje dat wordt bevolkt door mannen die zich na het sluiten van de mijnen ontpopt hebben tot bier zwelgende couch potatoes of, zoals de vader van het titelpersonage, seksueel geobsedeerde, narcistische taxichauffeurs met even losse als graaiende handen. En naast de mannen zijn er de vrouwen. Sommigen zijn verslaafd aan valium, anderen aan drank, en de rest aan allebei. De moeder van Shuggie Bain behoort tot de tweede categorie.

Deze moeder heet Agnes, is in 1981 negenendertig jaren oud en woont op dat moment, aan het begin van de roman, nog bij haar ouders, zij het dan samen met haar voormelde echtgenoot en haar drie kinderen, van wie Shuggie de jongste is.

Als gezegd is zij afhankelijk van alcohol, maar voorts onderscheidt ze zich wel degelijk van de andere vrouwen door haar Elisabeth Taylor-achtige verschijning, haar trots – of, volgens haar ‘vriendinnen’, haar pretentie – en haar hardnekkige weigering, kortom, om zich neer te leggen bij de treurnis die het leven dag in dag uit voor haar in petto blijft hebben.

Het mag weinig baten, echter, en op zeker ogenblik slaat de wanhoop haar krachtig genoeg tegen de schedelpan om haar ertoe te bewegen het vuurkegeltje van haar saffie tegen het gordijn aan te drukken, zodat de kamer, waarin zij op bed ligt met haar jongste zoontje stevig in haar armen, gretigweg vlam vat. Het is, achteraf bekeken, het definitieve begin van een reis richting ondergang waartijdens, al heeft het er dan even de schijn van, geen weg terug meer kan worden gevonden.

Douglas Stuart

Douglas Stuart won met Shuggie Bain, waaraan hij tien jaar werkte en dat door tweeëndertig uitgevers werd afgewezen, de Booker Prize 2020, en aangezien het een autobiografische roman betreft, zou je hem puur uit compassie alleen al de genoemde prijs hebben gegund. Maar hij verdient hem wel degelijk écht. Want wat een boek is dit.

De sensatiezoeker die hoopt om voyeuristisch plezier te beleven aan deze inkijk in het intrieste onleven van de maatschappelijke marginalen van weleer en nu, doet er beter aan zich te onthouden, daar hij van een kouwe kermis thuiskomen zal: het is onmogelijk om niet met hart en ziel mee te leven, voelen en huilen met broer Leek en zus Catherine, maar natuurlijk ook met de kleine Shuggie, die tot overmaat van ramp in het genoemde milieu de ganse tijd een pop meezeult, raar praat en graag touwtjespringt (‘Dat moet je meteen de kop indrukken,’ raadt iedereen aan), en niet te vergeten met de vruchteloos strijd tegen het leven, de drank en zichzelf leverende Agnes zelf.

Deze roman toont de kracht van literatuur aan.

Dit is een boek over angst. De angst van het kind dat na school thuiskomt en meteen de oren spitst. Is moeder bezig opvallend geaffecteerd te praten in de telefoonhoorn, dan is dat een veeg teken, maar het valt nog mee. Is moeder aan het huilen, dan is dat erg, maar tot daar nog aan toe. Weerklinkt er countrymuziek, ai, dan dreigt er een ramp – et cetera. Het onrustwekkendste, trouwens, is sissende stilte: het geluid van mama die weer eens met het hoofd in de gasoven ligt.

Maar dit is ook een boek over eigenwaarde, en over het belang daarvan. Een van de mooiste scènes is die waarin Shuggie Bain – een zeldzaam gelukkig moment – zijn moeder toont hoe de modernste danspassen eruitzien, tot plots blijkt dat de pesterige buurtjeugd zich aan gene zijde van het buitenraam bevindt, hardvochtig joelend en schaterend wijzend.

Hij keek naar zijn moeder; had zij ze al eerder opgemerkt? Ze keek alleen maar naar hem en nam een trek van haar sigaret. Zonder uit het raam te kijken en zonder haar lippen te bewegen, zei ze: “Als ik jou was, zou ik gewoon doordansen.” (…) Met rekenen had hij niets aan haar en er waren dagen dat ze hem nog liever liet verhongeren dan voor hem te koken, maar nu keek Shuggie haar aan en begreep hij dat dit was waar ze in uitblonk. Elke dag weer maakte ze zich op, deed ze haar haar en klom ze met opgeheven hoofd haar graf uit. Al had ze zichzelf in een dronken bui volkomen belachelijk gemaakt, de volgende dag stond ze op, trok haar mooiste jas aan en trad de wereld tegemoet.’

U merkt het: in de eerste plaats is dit, ondanks alles, een boek over liefde. De liefde van een zoon voor zijn moeder, van een moeder voor een zoon, maar ook, gaandeweg, van de lezer voor een personage dat er bij momenten om lijkt te smeken te worden verworpen, veroordeeld en zelfs gehaat, maar dat er uiteindelijk in slaagt, met hulp van de geniale schrijver Douglas Stuart, om je hart te winnen. In die zin toont deze roman misschien wel vooral de kracht van literatuur aan: Agnes gaat ten onder, de moeder van Douglas Stuart stierf toen hijzelf zestien was, maar Shuggie Bain bewijst dat de liefde overwint, of althans het laatste woord heeft.

Christophe Vekeman

'Shuggie Bain' van Douglas Stuart is verschenen bij Nieuw Amsterdam
Uit het Engels vertaald door Inger Limburg en Lucie van Rooijen

 

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram