Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
De meester in zijn element

De meester in zijn elementKunst & Cultuur

Christophe Vekeman verdiept zich in aanloop naar Klara in deSingel in het werk van Harry Mulisch. Zelfs in een vergeten parel als 'De elementen'.

Onterecht over het hoofd gezien: de novelle 'De elementen' van Harry Mulisch

Toen uitgeverij De Bezige Bij in december jongstleden haar vijfenzeventigjarige bestaan mocht vieren, deed zij dat aan de hand van de herdruk van vier qua omvang kleine klassiekers: Het behouden huis van Willem Frederik Hermans, onder meer, maar ook De elementen van Harry Mulisch. En dat was een geweldige keuze, want waar de novelle van de dit jaar precies vijfentwintig jaar geleden overleden Hermans nog steeds – en terecht – gerekend wordt tot de onverbiddelijke hoogtepunten van diens oeuvre, daar is De elementen in het werk van Mulisch toch een beetje, naar het lijkt, een ondergeschoffeld kleinood. Wat wellicht te wijten is aan het jaar van publicatie, 1988, dus precies tussen de twee best verkochte grote romans van Mulisch in – De aanslag verscheen zes jaar eerder, De ontdekking van de hemel vier jaar later –, maar wat vooral bijzonder jammer is.

De elementen, immers, is het ideale instapboek voor Mulischfans in spe, en samen met Het mirakel, Voer voor psychologen, Twee vrouwen en Siegfried behoort het tot mijn persoonlijke Top Vijf van Mulischboeken.
Van bij de eerste bladzijde leren we Mulisch kennen zoals hij op de toppen van zijn kunnen was: uit de aard van zijn natuur volslagen en tot op het bot experimenteel, maar tezelfdertijd uiterst toegankelijk, alsook speels, gezagvol, een tikje hooghartig, wijsgerig, geestig en – last but not least – op niet weg te denken wijze alomtegenwoordig in zijn woorden.

Kijk maar:

© Joost van den Broek / De Volkskrant
Harry Mulisch: zowel experimenteel als toegankelijk en speels

Neem het volgende.

Stel, je hebt het hele jaar hard gewerkt en nu ben je met vakantie op Kreta. De kans dat het werkelijk zo is, is klein, bijna even klein als de kans dat je een kretenzer bent. Waarschijnlijk zit je gewoon thuis, ergens in het noorden onder de leeslamp, maar laten wij eens aannemen dat je nu de zomer op Kreta doorbrengt en een man bent. Geen vrouw dus – ook zoiets. Wij zouden natuurlijk kunnen afspreken dat je een vrouw bent, ongeacht of je het bent of niet, daar is niets tegen, een vrouw op Lesbos bij voorbeeld, maar dat is niet wat wij doen; het feit, dat ik zelf voornamelijk geen vrouw ben, heeft daar iets mee te maken. De wereld ligt nu eenmaal in tweeën uit elkaar, – dat is trouwens ook haar aantrekkelijkheid. Nee, je bent een Nederlandse man op Kreta en het is een zomer aan het eind van de twintigste eeuw. Dat is nu dus vastgelegd.’

En daar ga je dan als lezer, aan de hand van een schrijver die – het blijkt van meet af aan – niet enkel alwetend is maar ook almachtig, en die niet zelden vertederd in zijn vuistje lacht om de onschuld van het jij-personage dat godbetert gelooft aan zoiets als het tóéval – in die zin doet hij trouwens, die schrijver of verteller, rechtstreeks denken aan de al-sturende engel die het woord voert in De ontdekking van de hemel.

Maar wie ben jij dus? Wel, jij bent Dick Bender, een goed in de slappe was zittende Amsterdamse reclamejongen van veertig jaar oud die ongelukkig getrouwd is met Regina, zijnde de moeder van zijn hondsbrutale elfjarige dochter Ida én van het onuitstaanbaar pientere en leergierige joch Dick, dat je dus – negen jaar geleden, meer bepaald – naar jezelf hebt genoemd.

De novelle bestaat uit vijf hoofdstukken, die keer op keer korter worden en waarvan het eerste ‘Aarde’ is getiteld, het tweede ‘Water’, en de daaropvolgende twee ‘Lucht’ en ‘Vuur’ – elementen die, uiteraard, telkens een doorslaggevende rol spelen in het naar ze genoemde hoofdstuk, tot zij tenslotte aan het spectaculaire maar eveneens sterk ontroerende einde van het verhaal, wanneer ‘de werkelijke werkelijkheid’ zich openbaart, in gelijktijdigheid tezamen komen. Dan blijkt ook dat die ‘werkelijke werkelijkheid’ niets met ‘tijd’ te maken heeft, maar alles met ‘eeuwigheid’, zoals ook de elementen zelf in de loop van het verhaal worden aangeduid door de zogenaamde werkelijkheid te ontsluieren, te ontmaskeren en van haar schijnbaarheid te ontdoen.

De Elementen behoort tot mijn persoonlijke Top Vijf van Mulischboeken.

Dat gebeurt bijvoorbeeld in prachtige zinnen als (uit het hoofdstuk ‘Aarde’) ‘Je stapt uit je espadrilles en loopt door het koele zand, waarvan nu niet alleen de temperatuur anders is dan overdag: plotseling is het geen vakantiezand meer, eigendom van vreemdelingen, in het buitenland te zien op folders, – voor de duur van de nacht is het in het geheim teruggekeerd tot het zand, dat het eigenlijk is en altijd was.’

Of, uit het hoofdstuk ‘Water’: ‘Terwijl het razen van de zee toeneemt, loop je langs de keuken naar het terras – en dan toont de groenblauwe vijver van de afgelopen weken opeens zijn ware aard. Met dreunende slagen, als kolossale boomstammen die van een oplegger rollen, bonken hoge, grauwe golven op het strand, de storm vangt het opsproeiende water en drijft het in brede vitrages van mist langs de vloedlijn, terwijl de zon er schitterende kleuren in hangt.

Voorts biedt de locatie Kreta Mulisch vanzelfsprekend ruimschoots de gelegenheid zijn fascinatie voor de Griekse mythologie, het verleden en dus – opnieuw – het fenomeen ‘tijd’ te botvieren, maar ook wie het leven al lastig genoeg vindt zonder al die moeilijkdoenerij en dus liever de frivole kanten van het menselijk bestaan bewandelt, zal in dit boekje aan zijn trekken komen of althans, in zijn hoedanigheid van Dick Bender, door Mulisch worden uitgenodigd op een ‘kolossaal wit motorjacht’ waar de andere gasten bestaan uit onder meer Herbert von Karajan, Jackie Onassis en Frank Sinatra.

Lezers die nóg meer willen, zijn volgens mij niet te helpen.

Christophe Vekeman

'De elementen' van Harry Mulisch is uit bij De Bezige Bij

Op Klara in deSingel 2020 grasduinen Christophe Vekeman en Nicky Aerts door het oeuvre van Harry Mulisch met een panel aandachtige lezers. Uitzending op Klara van maandag 24 t.e.m. donderdag 27 februari 2020 tussen 17-18u00.

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Vincent Goris

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram