Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
De muziek van ons Bourgondisch tijdperk

De muziek van ons Bourgondisch tijdperkBlijf verwonderd!

Hoe ver was de Westerse muziek reeds geëvolueerd wanneer de Bourgondische hertogen hun rijk aan het opbouwen waren? Zijn de twee meest roemrijke eeuwen uit de Vlaamse muziekgeschiedenis (15de en 16de eeuw) te danken aan de Bourgondische hertogen? Hoeveel muziek klonk er iedere dag aan het Bourgondische Hof?
© Martin le Franc

'Champion des Dames' met componist Guillaume Dufay (links) en Gilles Binchois (rechts)

Overzicht per aflevering

In 1369 huwde Filips de Stoute met de laatste erfgenaam van het Graafschap Vlaanderen, Margaretha van Male. Tijdens de regeerperiode van Filips de Stoute ontstond de Bourgondische Hofkapel. Een hofkapel was een groep van -meestal geestelijke- musici in dienst van het hof of van de kerk. De meeste musici waren als knaap opgeleid aan de vermaarde kathedraalscholen van Luik, Cambrai en Doornik; stilaan bouwde ook Antwerpen, Brugge, Kortrijk en 's-Hertogenbosch een traditie op inzake muzikale opleiding tot zanger, instrumentalist, muziektheoreticus en componist; daarnaast werden er voor de Bourgondische hofkapel ook muzikanten gerecruteerd aan de pauselijke hoven van Avignon en Rome, of ze waren erfgenamen van de Sainte-Chapelle -de hofkapel van de Franse koning-, of van de Notre-Dame School in Parijs die dankzij de Ars Antiqua van Leoninus en Perotinus in het begin van de 13de eeuw wereldvermaard was. Naast deze hoogstaande religieuze muziek bestond er een eenstemmige profaan repertoire, gezongen door troubadours en trouvères (Adam de la Halle, [1237-1288]). [muziekkeuze Aflevering 01]

De heersende muzikale traditie van het gregoriaans en de vroege meerstemmige polyfonie werd vooral in de 14de eeuw rijkelijk aangevuld met wereldlijke muziek. Overal in Europa gaat immers de volkstaal gebruikt worden in de literatuur. Deze "vulgarisering" doet profane muziek van een hoog niveau ontstaan. De 14de-eeuwse Ars Nova, vooral bekend door Guillaume de Machaut [1304-1377] en Philippe de Vitry [1291-1361], bracht complexe structuren die gebruikt werden in de religieuze muziek, ook over naar de profane muziek. De profane (Franse) muziek gaat op eenzelfde niveau komen te staan als de al eeuwenoude Latijnse religieuze muziek. De Machaut bracht de middeleeuwse formes fixes (ballade, virelai en rondeau) tot een hoogtepunt. Hij is trouwens de eerste componist die een volledig misordinarium schreef. [muziekkeuze Aflevering 02]

Met de Luikenaar Johannes Ciconia [ca.1370-1412] gaat de Ars Nova over in de Ars Subtilior. Hij is het die de ‘migratiestroom’ van Franco-Vlamingen naar de rest van Europa op gang zette. Ciconia's meest gekende tijdgenoot was de Florentijn Francesco Landini [ca.1325-1397] [muziekkeuze Aflevering 03]

De muziek die aldus voorhanden was toen de Bourgondische Hofkapel werd opgericht, was profaan of religieus, was in het Frans of in het Latijn. Maar ze was ook vocaal of instrumentaal. De (geestelijke) musici moesten niet alleen de mis opdragen, de liturgie van muziek voorzien (dus: componeren) of zingen; voor feestelijke gelegenheden als doopplechtigheden, staatsiebezoeken, huwelijken, .... speelden zij op hun instrumenten: 'hoge' (lees: 'luide') instrumenten zoals trompetten, schalmeien en bazuinen werden buiten gebruikt; 'lage' (lees: 'zachte') instrumenten zoals vedel, luit of harp werden binnenskamers gespeeld.

Een van de allereerste namen van musici die werkzaam waren onder Filips de Stoute zijn Johannes Tapissier (=Jean de Noyer) [ca.1370-1408/10], Johannes Carmen en Johannes Cesaris [...]. In een liefdesgedicht "le champion des dames", opgedragen aan Filips de Goede, vermeldt Martin Le Franc: "Tapissier, Carmen, Césaris, N'a pas longtemps si bien chanterrent, Qu'ilz esbahirent tout Paris", wat niet minder betekent als "Tapissier, Carmen en Césaris zongen onlangs zo goed, dat heel Parijs verbijsterd was". Een leerling van Tapissier was Thomas Fabri die als Bruggeling zijn befaamde "Ach Vlaendere vrie" schreef, een van de vroegste Vlaamse polyfone liederen. Ook Baude Cordier (= Baude Fresnel) [ca.1380-ca.1440] die een liefdeslied "belle, bonne, sage" noteerde in de vorm van een hart was verbonden als een van de eerste musici aan de Bourgondische hofkapel. [muziekkeuze Aflevering 04]

Met de figuur van Gilles Binchois zetten we de echte stap van de Middeleeuwse muziek naar de Renaissance. Gilles Binchois [ca.1400-1460] werd rond 1420 geëngageerd bij de Bourgondische hofkapel. [muziekkeuze Aflevering 05]

Binchois schreef in 1431 een staatsiemotet "Nove cantum melodie", een motet voor de geboorte van Antoine, een mannelijke erfgenaam van de hertog van Bourgondië. In dit werk staan er 19 namen vermeld van musici die op dat moment werkzaam waren aan de Bourgondische hofkapel. Binchois gebruikt in dit werk een cantus firmus die hij isoritmisch (een steeds wederkerend ritmisch patroon) uitwerkt. Het motet getuigt van een onmetelijk vakmanschap! Een stuk van de tekst luidt: "Canit camenam Templeuve amoenam, Binchois agente, quos imitatur et modulator Bouchain a parte, Bellengues, Fabri, et Carbonerij, De Fonte, Ruby; tibi Anthoni plaudunt sinceri Boëdin, Hainbaut, de Turre, Petaut, de Folioque; Simon, Mathei, Nichasi, Petre, ferte vos aeque."

Terwijl Binchois met naam en toenaam vermeld staat in de archieven van de Bourgondische hofkapel -tussen 1430 en 1452 was hij er effectief lid van- , geldt dat niet voor Guillaume Dufay [ca.1400-1460]. Nochtans onderhield Dufay, opgeleid aan de kathedraalschool van Cambrai, intensieve contacten met het Bourgondisch hof. Tijdens een reis in 1434 van Filips de Goede naar Chambéry (hertog van Savoy) onmoet hij daar de kapelmeester van dat hof van Savoy, nl. Guillaume Dufay. In zijn handen komt de cyclische cantus firmus mis tot volle bloei. Hoezeer de hertogen ook aandacht schonken aan de opluistering van de liturgie waarin die cyclische mis gezongen werd, toch schreven de componisten minstens evenveel profane muziek. Het weelderige hofleven en de feestcultuur onder Filips de Goede waren hiervoor een ideale uitdaging. Het 15de-eeuwse Franse chanson wordt dan ook zelfs "Bourgondisch chanson" genoemd! Van verschillende belangrijke chansonniers wordt aangenomen dat ze ontstonden in Bourgondische kringen. [muziekkeuze Aflevering 6]

In de periode na Dufay en Binchois zijn vooral Antoine Busnois [ca. 1430-1492] en Haine van Ghizeghem [ca.1445-1497] als gerenommeerde componisten-muzikanten verbonden aan de Bourgondische hofkapel, hoewel Busnois óók muziek schreef voor de Franse koning, o.a. muziek voor de kroning van Lodewijk XI in 1461. Busnois schreef vooral chansons, maar werd zeker ook bekend door zijn motet 'Anima mea liquefacta es' voor 3 vocale partijen en 1 klok. Onder invloed van Dufay's streven naar een gelijkwaardigheid van alle stemmen d.m.v. imitatief contrapunt schreven Busnois en van Ghizeghem hun heerlijk welluidende muziek. Van Ghizeghem werd in 1467 aangeworven bij de Bourgondische hofkapel. Ooit werd nog voor waar aangenomen dat van Ghizeghem meeging met Karel de Stoute om te vechten, waarbij hij het leven zou hebben gelaten in de strijd. Tegenwoordig is men afgestapt van deze bewering. Het bekendste werk van van Ghizeghem is 'de tous biens plaine', een Frans chanson dat in niet minder dan 25 muziekhandschriften terug te vinden is (er was toen nog géén muziekdrukkunst). [muziekkeuze Aflevering 7]

In 1477, bij de slag van Nancy, moest Bourgondië zich als staatkundig-politieke entiteit eigenlijk prijsgeven; Karel de Stoute kwam om het leven. Busnois woont zijn begrafenis bij. De Bourgondische muzikale traditie werd nog een tijdlang in ere gehouden onder het regentschap van Maria van Bourgondië. Haar huwelijk met de Habsburgse aartshertog Maximiliaan I leidde ertoe dat de Bourgondische hofkapel stilaan uitdoofde. De kleinzoon van Karel de Stoute -Filips de Schone- was de laatste vorst uit het huis van Bourgondië, in wiens dienst o.a. Pierre de la Rue (ca. 1460-1518) en Alexander Agricola (1446-1506) werkten. Pierre de la Rue schreef erg melancholische muziek. Veel van zijn werken werden o.a. in het atelier van Petrus Alamire gedrukt; de boekdrukkunst had immers sinds 1501 haar weg gevonden in de afdeling muziek. Alexander Agricola stierf in hetzelfde jaar als zijn broodheer Filips de Schone, nl in 1506, beiden aan de pest, tijdens een reis naar Spanje. [muziekkeuze aflevering 8]

Rechtstreekse linken naar gedetailleerde playlistinformatie

Aflevering 01
Aflevering 02
Aflevering 03
Aflevering 04
Aflevering 05
Aflevering 06
Aflevering 07
Aflevering 08

De Bourgondiërs

In 'De Bourgondiërs' neemt Bart Van Loo de luisteraar op sleeptouw door de middeleeuwen: een even wonderlijke als gevaarlijke reis langs brandstapels en feestelijke banketten, de pest en riddertoernooien, Jeanne d’Arc en Filips de Goede, schizofrene koningen en geniale kunstenaars, de prachtige beeldhouwwerken van de vergeten Klaas Sluter en de wereldberoemde schilderijen van Jan van Eyck. Deze keer richt Vlaanderens bekendste francofiel zijn blik op onze eigen geschiedenis en vertelt hij het spannende ontstaan van de Nederlanden. En wat blijkt? De Lage Landen zijn een Bourgondische uitvinding.

Presentatie: Bart Van Loo

Productie: Rolly Smeets & Annick Lesage

Reageer: via de reageerknop in de Klara-app of via debourgondiers@klara.be

Vanaf 10 februari 2019, 8 zondagen lang, telkens van 18 tot 20 uur op Klara, klara.be, de Klara-app én als podcast.

U kan de podcastversie van 'De Bourgondiërs' vinden via Apple Podcasts, iTunes, Google Podcasts, Spotify en uiteraard ook via RSS

Foto © Stephan Vanfleteren