Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
De onvermijdelijk voorbij vliedende tijd

De onvermijdelijk voorbij vliedende tijdKunst & Cultuur

Met 'Die nacht zag ik haar' ontdekte Christophe Vekeman voor het eerst werk van de Sloveense schrijver Drago Jancar. En daar heeft hij geen spijt van.
Cover van het boek, met een schilderij van een mooie vrouw

Drago Jancar, Die nacht zag ik haar, Querido

Naar het schijnt is Drago Jancar niet alleen een van de meest vertaalde en bekroonde auteurs van Slovenië, maar dient hij daarnaast te worden gerekend tot de top van de gehele Europese literatuur. Ik heb zulks ook maar in een persbericht gelezen, want tot voor zeer kort was zijn naam mij – kennelijk dus tot mijn grote schande – volmaakt onbekend, hoewel Jancar geboren is in 1948 en 'Die nacht zag ik haar' zijn tiende roman is; Jancar is ook essayist en schreef negen toneelstukken.

Het op waargebeurde feiten gebaseerde boek speelt zich af in Joegoslavië tijdens de Tweede Wereldoorlog en biedt een antwoord op de vraag wat er met Veronika Zarnik gebeurd is, een uiterst innemende en ook in fysiek opzicht zeer aantrekkelijke jongedame die op de koop toe excentriek genoeg was, ooit, om een alligator als huisdier te houden, welk huisdier zij graag de leiband aanbond om er doodgemoedereerd mee op wandel te gaan. Ten langen leste werd het lieve dier het leven benomen en aan de nobele kunst van de taxidermie overgedragen nadat het in de badkuip Veronika’s echtgenoot Leo op een venijnige beet getrakteerd had.

 

Ksenija Hribar, op wie het boek van Jancar gebaseerd is, en haar alligator. Foto: Hotel Brdo

Minder geestig, echter, is dat zowel Veronika als Leo in januari 1944 spoorloos en onverwacht van hun landgoed zijn verdwenen. Slechts enkelingen, zo zal gaandeweg de roman blijken, zijn op de hoogte van – en ook medeverantwoordelijk voor – wat er toen is voorgevallen, maar daar behoort cavalerieofficier Stefan Radovanovic uitdrukkelijk niet toe. 'Die nacht zag ik haar' bestaat uit vijf delen, en in al deze delen voert iemand anders het woord. Radovanovic bijt de spits af, met als gevolg dat de roman in eerste instantie een overspelig liefdesverhaal lijkt te zijn. Het was Radovanovic, immers, die indertijd – ondertussen meer dan zeven jaar geleden – van zijn met Leo bevriende overste in het leger het bevel gekregen had om de steenrijke deerne in kwestie paardrijlessen te geven, waarna zich een affaire ontwikkelde, waarna Stefan door diezelfde overste als straf naar een zigeunerdorp aan de grens met Bulgarije werd overgeplaatst, wat evenwel lang niet het einde van het liefdesavontuur inhield – enzovoort. Naar mijn persoonlijke smaak is dit eerste deel het mooiste van het boek, dat anderzijds echter vervolgens, in de delen die worden verteld door onder meer de moeder van Veronika en door de Jozi geheten huishoudster op het landgoed van de Zarniks, ook een belangwekkend beeld schetst van de partizanenstrijd in Joegoslavië tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Maar wat je persoonlijke voorkeur ook moge zijn, of hoe je voornaamste interessesfeer er ook mag uitzien, de grootste kracht van de roman schuilt in het feit dat hij veel meer is dan ‘de som der delen’, in die zin dat Drago Jancar ons onder meer laat zien, over de hele lijn genomen, dat in oorlogstijd, méér nog dan in alledaagse omstandigheden, niets is wat het lijkt, en dat mensen en toestanden steevast met elkaar wedijveren in verraderlijkheid. Politiek, ideologie en militaire strategie zijn vaak maar schaamlapjes voor onderliggende motieven als seksuele begeerte en jaloersheid, en hoe verder het boek vordert – wat wil zeggen: hoe meer de intriges en onverwachte wendingen elkaar opstapelen –, des te sterker geraak je er als lezer van doordrongen dat het leven in het algemeen en het bestaan in oorlogstijd in het bijzonder met groot gemak de vergelijking met een op hol geslagen mallemolen kan doorstaan.

Politiek, ideologie en militaire strategie zijn vaak maar schaamlapjes voor seksuele begeerte en jaloersheid.

Toch is 'Die nacht zag ik haar' zeker geen cynisch boek, daarvoor is het te melancholisch van aard. Misschien gaat het ten diepste zelfs vooral over de onvermijdelijk voorbij vliedende tijd, die met oorlog noch vrede heeft te maken, maar daarentegen een probleem van alle tijden en leeftijden vormt, zoals ook tot uiting komt in het volgende, voor Veronika Zarnik geschreven gedicht:

“We drenken ons in dronken vreugd’,
wellustig, zonder eer of deugd.
Het afscheid komt, wat moeten wij,
de jeugd is al zo snel voorbij!

Ooit opent zich voor elke dode
een vochtig en pikdonker graf,
dan komen boze gruwelgoden
en vliegenzwermen op ons af…”

En zo is het maar net.

Christophe Vekeman

'Die nacht zag ik haar' van Drago Jancar is verschenen bij Querido.
Uit het Sloveens vertaald door Roel Schuyt.

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laten ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en volg Pompidou ook via Instagram