Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
De plicht alleen te zijn

De plicht alleen te zijnKunst & Cultuur

Christophe Vekeman las 'Onrustige dagen. De mooiste verhalen van F.B. Hotz'. Menslievendheid vond hij niet terug, maar des te meer strakke bewoordingen.
Onrustige dagen, verschenen bij De Arbeiderspers© De Arbeiderspers

Onrustige dagen, verschenen bij De Arbeiderspers

Wie in een letterlievend gezelschap het woord ‘Oegstgeest’ laat vallen, roept zodoende vanzelfsprekend de directe associatie met Jan Wolkers op, maar ook de 52-jarige schrijver van het verhaal ‘De tramrace’ dat in 1974 ongevraagd ter tafel van uitgeverij De Arbeiderspers belandde, bleek deels in de Nederlandse gemeente in kwestie, in de buurt van Leiden, opgegroeid te zijn en er inmiddels weer te wonen.

De onbekende man, die twee jaar later in boekvorm debuteerde met Dood weermiddel, zou algauw renommee verwerven onder de naam F.B. Hotz en werd in 1998, twee jaar voor zijn overlijden, zelfs vereerd met de zeer prestigieuze P.C. Hooftprijs. Eeuwige roem, anderzijds, heeft hij daar bepaald niet mee vergaard: vandaag geldt Hotz als een vergeten schrijver, iemand wiens naam, áls hij nog eens ter sprake komt, voornamelijk gekoppeld wordt – zoals ook de samensteller van de nieuwe bloemlezing Onrustige dagen, Thomas Heerma van Voss, in zijn voorwoord stelt – met de Grote Gebeurtenis in zijn leven, eerder dan met zijn werk.

Deze gebeurtenis bestond er kort gezegd in dat zijn vrouw, met wie hij een zoontje had, na hun scheiding in 1964 hertrouwde met zijn beste vriend, om vervolgens haar tweede echtgenoot in 1970 mataglap-ga-weg om het leven te brengen: een tragische historie, die Hotz zoals valt te begrijpen zwaar traumatiseerde, en die voorts kan worden aangeduid als volkomen haaks staand op teneur en inhoud van Hotz’ literaire werk, dat ten enenmale arm is aan Grote Gebeurtenissen en het juist moet hebben van het zeer nauwgezet, met een precisie die vanzelf en als het ware onopzettelijk de zaken voortdurend ironiseert, in kaart brengen van de kleine drama’s en onbehaaglijkheden van alledag.

Veel verhalen in Onrustige dagen spelen zich af tijdens de Eerste dan wel Tweede Wereldoorlog, maar een enkele uitzondering daargelaten, is het zeker niet zo dat de bombardementen niet van de lucht zijn, en het spectaculaire aan dit proza zit hem dan ook in de eerste plaats in de schijnbare moeiteloosheid waarmee, bijvoorbeeld, Hotz het resultaat beschrijft van het in een restaurant bestellen van een glas water: ‘De ober vertrok geen spier, maar in de beweging waarmee hij het wijnglas wegkaapte stak hoon. Lodewijk at in pijnlijke stilte. Hij was bang dat zijn slikken hoorbaar werd. Maar al gauw kwam een groepje heren de voorzaal binnen. Iemand riep zijn naam en hij keek gespeeld verrast op. “O, dag professor,” mompelde hij. “Kom straks éven bij me zitten,” riep Boré, “voor een kop koffie.” “Graag,” loog Lodewijk.’

Andere verhalen situeren zich in de jaren vijftig en zestig, in het vrolijke jazzmuzikantenmilieu – Hotz was een begenadigd trombonespeler, tot de gevolgen van tijdens zijn adolescentie opgelopen tuberculoze een einde maakten aan zijn desbetreffende carrière – maar ook wanneer hij in de jaren zeventig de geest van zijn eigen tijd terloops op de korrel neemt, levert dat messcherpe observaties op: ‘Hij ging zitten kijken naar de twee vrouwen die kauwden als scheepswerflassers: traag met de onderkaak tegen de stilstaande bovenkaak. Proletarisch was mode. Ze protesteerden zwaar etend tegen hun afkomst, die niet arm genoeg geweest was naar hun zin.’

Sowieso is F.B. Hotz op zijn best wanneer hij in de gestalte van zijn dikwijls besluiteloze, dadeloze, vrouwenschuwe, eenzelvige, voor zich uit mompelende protagonisten die de ‘gemakkelijke conversatie’ met plezier aan anderen overlaten de misantropie viert. ‘Bijna niemand die ik kende op kantoor was interessant,’ bekent de verteller in het titelverhaal, en in het openingsverhaal van deze bloemlezing is het voor de hoofdfiguur, ‘negenendertig en rozig’, die werkt aan een vertaling uit het Latijn van een dertiende-eeuws traktaat, een uitgemaakte zaak: ‘Men moest alleen zijn.’

Al komt de Grote Gebeurtenis in zijn leven niet aan bod in Onrustige dagen, toch was F.B. Hotz een autobiografisch schrijver: niet zijn eigen scheiding en waar die ten slotte toe leidde, maar wel de scheiding van zijn ouders en het daaropvolgende moeizame contact met zijn vader speelt verschillende keren een rol in de bundel. Uit een van die verhalen, ‘De vertegenwoordigers’, waarin de veertienjarige ik-figuur door vader in diens ‘wijnrode Ford V8’ wordt meegenomen op zijn tocht langs allerhande klanten, duikt algauw dit kurkdroge zinnetje op: ‘Ik vond genoeg gepraat te hebben.’

Dat vind ik zelf ook, dus besluit ik graag als volgt: de uitgave van Onrustige dagen. De mooiste verhalen van F.B. Hotz is een geschenk voor iedereen die niet dol is op mensen maar des te meer van het Nederlands en strakke formuleringskunst houdt.

Christophe Vekeman

'Onrustige dagen, de mooiste verhalen van F.B. Hotz' is verschenen bij De Arbeiderspers

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Vincent Goris

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram