Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
De taal waar dromen van gemaakt zijn

De taal waar dromen van gemaakt zijnKunst & Cultuur

Christophe Vekeman las de voorbije weken enkele uitstekende boeken. Op een onbekende Spaanse debutant zat hij niet echt te wachten. Maar wat blijkt: Juan Gomez Barcena leverde een alleraardigst debuut af.

Liefde en poëzie stellen een vriendschap op de proef in het debuut van Juan Gomez Barcena

Na alle lof van de voorbije weken, zowel voor de nieuwe Jeroen Brouwers als voor gouwe ouwe klassiekers van Jean Genet, Mulisch en Muriel Spark, zou je bijkans vergeten dat er ons, lezers, vandaag de dag natuurlijk ook nog altijd goede debuten te beurt vallen.

Dat van de Spaanse, in 1984 geboren Juan Gómez Bárcena, bijvoorbeeld, wiens eerste roman in 2014 verscheen en nu in het Nederlands vertaald is als De hemel boven Lima. Het is in laatstgenoemde stad ook dat het verhaal zich afspeelt, en dit in het jaar 1904, wanneer twee twintigjarige vrienden van rijke komaf, José en Carlos geheten, rechten studeren maar vooral de dichter uithangen.

Wat soms leidt tot uitbarstingen als de volgende, ten aanzien van een ongeletterd dienstmeisje dat door José is uitverkoren als luisterend publiek wanneer hij zijn nieuwe verzen debiteert: ‘O, lieve Marcelita…! Wie zou kunnen zijn als jij, het leven beschouwen met de gezegende onschuld van de vogeltjes en de bloemen… Alleen jij, die niets weet, kunt volkomen gelukkig zijn…

Waar Bárcena dan met mild sarcasme aan toevoegt: ‘Het dienstertje knikte instemmend, oprecht overtuigd. Zonder enige twijfel was ze gelukkig als de jongeheer José haar dat verzekerde, want de jongeheer José, zo intelligent, had altijd in alles gelijk. Het geval wilde echter dat ze de laatste tijd, omdat ze twaalf uur per dag bezig was zilver te poetsen en omdat haar moeder in haar armoedige geboortedorp gestorven was, niet zo veel tijd had gehad om aan geluk te denken.’

© Isabel Wagemann
Juan Gomez Barcena

Toch zijn José en Carlos niet zozeer onuitstaanbaar als wel aandoenlijk in hun bevlogenheid en hun geestdrift voor de poëzie, temeer omdat zij ook zelf wel beseffen, op hun eerlijke momenten, dat het grote talent hun niet toebehoort: nog niet tot de knieën van de grote Juan Ramón Jiménez reiken zij (die overigens echt bestaan heeft en in 1956 de Nobelprijs zou krijgen; in 1904 was hij zelf drieëntwintig jaar), en hun bewondering voor hem gaat zo ver dat zij een plan proberen te bedenken om hem ertoe te bewegen hun vanuit het verre Spanje een gesigneerd exemplaar van zijn jongste bundel, Droeve zangen, toe te sturen.

Dat bedenken wil echter niet zo goed lukken, tot een van hen het ‘bijna achteloos’ zegt: ‘het zou makkelijker zijn als we een mooie vrouw waren’. Waarop Carlos geparfumeerd briefpapier in het bureau van zijn zus vindt en zijn beste meisjeshandschrift aanwendt om in samenspraak met José een zuchterige fanbrief op te stellen in naam van een ‘meisje zo naïef dat ze alleen maar mooi kan zijn’: Georgina Hübner.

De brief komt aan, kennelijk, en wel in de beide betekenissen van het woord, want de grote dichter Jiménez reageert onmiddellijk, stuurt zijn bundel en gewaagt in één beweging door van zijn verlangen – want je bent een dichter of je bent het niet – om Georgina’s voetjes te kussen. Waarop het weer aan de twee jongens is om een antwoordbrief op te stellen – en het algauw ernst wordt met de correspondentie, hoe baldadig het gedrag van beiden ook mag zijn wanneer zij de brieven van de grote dichter tot hilariteit van hun drinkebroers luidkeels voorlezen in de cafés en de biljartzalen van Lima.

De personages zijn aandoenlijk in hun geestdrift voor de poëzie

Let wel, de grap vervelt niet enkel tot een zeer serieuze aangelegenheid omdat Jiménez geheel conform de bedoeling van de bengels op Georgina verliefd wordt, maar ook en vooral omdat zij enerzijds zélf na verloop van tijd gevoelens voor haar gaan ontwikkelen – nogmaals: je bent dichter of je bent het niet – én omdat zij anderzijds in de alsmaar drukker wordende briefwisseling van lieverlede meer een mogelijkheid zien ondanks hun gebrek aan poëticaal talent een onsterfelijke bijdrage te leveren aan de wereldpoëzie: ‘En wanneer de Meester ooit in de toekomst een gedicht over het vuur van die liefde zou scheppen, al was het er maar een, dan zouden zij in het geheim weten dat zij tot het moeilijkste in staat waren geweest: dat alle schoonheid van dat gedicht hun veel meer zou toebehoren dan wanneer ze het zelf hadden geschreven.’

Komen daar vodden van? Daar komen onvermijdbaar vodden van, zeker als je in rekening brengt dat geen twee zaken de vriendschap tussen jongelingen dermate doeltreffend kunnen verstoren als juist liefde en literatuur – maar een tragisch boek kan De hemel boven Lima zeker niet worden genoemd. Daar is de verteltrant van Juan Gómez Bárcena te monter voor, te ironisch en te romantisch tezelfdertijd. Dit boek is in de eerste plaats een ode aan de droom, en the stuff that dreams are made of blijkt hier de taal te zijn, en niets dan de taal.

Christophe Vekeman

'De hemel boven Lima' van Juan Gomez Barcena is verschenen bij Wereldbibliotheek
Uit het Spaans vertaald door Peter Gelauff

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Vincent Goris

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram