Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
De Wereld Van Wildevrouw - Aflevering 1

De Wereld Van Wildevrouw - Aflevering 1Blijf verwonderd!

Een stad van gekken! Voor Jeroen Olyslaegers is het allemaal begonnen met zijn obsessie voor De Dulle Griet van Pieter Bruegel de Oude. Het schilderij was voor hem het portaal naar een andere wereld, meer bepaald naar het Antwerpen van de 16de eeuw dat hij in zijn roman Wildevrouw zo kleurrijk tot leven heeft gewekt.
De Dulle Griet van Pieter Bruegel de Oude uit 1563.

De Dulle Griet van Pieter Bruegel de Oude uit 1563.

En wat blijkt? De Dulle Griet is een visionair schilderij. ‘Beer’, het hoofdpersonage uit Wildevrouw formuleert het als volgt :

Het was alsof Bruegel de waanzin daar op zijn staart had getrapt en met zijn penselen toonde wat er toen in aantocht was: een stad die zichzelf zo naar de rand van de hel had gesleept, dat een dol wijf, verblind door een sluier voor haar ogen, en verloren in de zeven zonden, radeloos uit Antwerpen wegvluchtte om nooit meer terug te keren.”

Beluister de podcast hieronder of in de Klara-app!

De Wereld van Wildevrouw - Aflevering 1
Klik hier om dit audiobestand te downloaden

Het verhaal

Bruegel lijkt in 1563 , het moment waarop hij het schilderij maakt, reeds begrepen te hebben dat de stad, hoewel ze volop haar Gouden Eeuw beleeft, ook een gedoemde stad is. Ze is namelijk in de greep van de godsdiensttroebelen. Antwerpen heeft op dat ogenblik de reputatie een tolerante stad te zijn. 'Het lijk wel een stad van gekken' noteerde een Italiaanse koopman die in de stad verbleef. Die reputatie zorgt ervoor dat allerlei religieuze hervormingsbewegingen makkelijk voet aan de grond krijgen. Met de strenge Katholieke vorst Filips II aan de macht is dat natuurlijk een receptuur voor grote problemen. Wanneer de kersverse koning in 1556 zijn Blijde Intrede in Antwerpen doet, weliswaar het geld in het rond strooiend, laat hij er geen misverstand over bestaan dat hij een man is van de oude stempel. Al die nieuwlichterij is niet aan hem besteed. 

Toch heerst er tijdens de eerste jaren van zijn bewind een relatieve rust. De Antwerpse wethouders slagen er zelfs in om eventuele inquisiteurs buiten hun muren te houden en behouden zo het alleenrecht op de ketterberechting. Die Antwerpse privileges en autonomie hebben ze natuurlijk te danken aan het feit dat de stad een economische macht is waarmee rekening dient gehouden te worden.

Wanneer Filips II in 1559 definitief de Nederlanden verlaat, draagt hij het bestuur over aan zijn halfzuster Margaretha Van Parma. Hij geeft haar uitdrukkelijke orders hoe de provincies zouden moeten bestuurd worden, en bezweert haar geen enkele beslissing te nemen zonder hem te raadplegen. Om haar te controleren, plaatst hij Antoine Perrenot de Granvelle aan haar zijde, een strenge pilaarbijter.
De meest prominente edelen uit de Raad Van State zoals Willem van Oranje en de Graaf Egmont voelen zich hierdoor aan de kant geschoven. Ook in Antwerpen is men niet opgezet met de strenge aanpak van Granvelle. 

Hoewel de meerderheid van de Antwerpenaren nog steeds katholiek is, ontwikkelt zich onmiskenbaar een toenemende onverschilligheid voor de oude kerkelijke gebruiken. Het kerkbezoek loopt terug en processies worden niet meer zo massaal bijgewoond. Ook de bedenkelijke praktijken van de norbertijnen in hun Sint-Michielsabdij zijn zeer kwalijk voor het imago van Rooms-Katholieke kerk in de stad. Volgens Beer feesten ze er ‘gelijk de allergrootste vetzakken’.

“De papen waren al eeuwen voorspelbaar gemakzuchtig, met hun kloten gedoopt in de heilige olie van de macht en dus arrogant, ook al geraakten ze in de minderheid. Ze bleven roepen dat de boosdoeners die niet in Uw woord geloofden zoals zij dat deden, moesten worden gestraft en liefst gisteren al, maar bij valavond telden ze hun geld, sloegen een kruis en meenden in stilte dat het dan toch nog meeviel met dit naar zwavel stinkend Babylon waarin ze zich naar eigen zeggen bevonden.”

De grootste plaag in dat naar zwavel stinkend Babylon zijn de calvinisten. Vooral in de kringen van kooplieden en magistraten zijn de ideeën van Calvijn zeer populair. Hun hoge maatschappelijke positie maakt echter dat het gerecht terugdeinst voor een doortastend optreden. De centrale regering klaagt geregeld over de lakse houding van de Antwerpse wethouders. De stadsmagistraat tracht tevens de weerklank van de terechtstellingen te beperken. Daarom worden vanaf 1558 de meeste executies in het geheim op het Steen voltrokken. 

De groep die nog het meest te beklagen is, zijn de wederdopers. In de wedloop ‘om ter zuiverst in de leer’ spannen zij de kroon. Ze staan voor een kerkelijke discipline zo trouw mogelijk aan de Heilige Schrift. Wat bijvoorbeeld wil zeggen dat het hen strikt verboden is om wapens te dragen. De wederdopers vinden vooral aanhang bij de armste lagen van de bevolking en zijn daardoor het makkelijke mikpunt van de kettervervolging.

Ook de ideeën van Maarten Luther vinden in de handelsmetropool een vruchtbare bodem, al staat het lutheranisme in de jaren vijftig en zestig volledig in de schaduw van het calvinisme. Bij de lutheranen staat gehoorzaamheid echter hoog in het vaandel. Ze moeten zich volgens de wens van Luther uiterlijk conformeren met de bestaande Katholieke Kerk of emigreren. Een erg grote dreiging gaat er dus niet van uit. Logisch dat ze bij de kettervervolgingen vrijwel ongemoeid worden gelaten.

Voorzichtigheid is ook geboden voor de vele drukkers in de stad. Zij vervullen een cruciale rol in de verspreiding van de Reformatie en komen dus geregeld in het vizier. Tussen de vele bijbels, psalmboeken en religieuze traktaten die van de Antwerpse persen rollen, zit af toe wel eens een ‘verderfelijk druksel’. De drukker Frans Fraet moet dat bijvoorbeeld met zijn leven bekopen. En zelfs de grootste en bekendste drukker van de stad Christoffel Plantijn ziet zich in 1562 genoodzaakt om te vluchten naar Parijs, waar hij vervolgens ruim een jaar verblijft. Zijn complete drukkerij wordt op last van schuldeisers geveild op de Vrijdagmarkt. Het is een gouden opportuniteit voor Willem Silvius: met een grote lening van de stad Antwerpen weet hij een groot deel van Plantijns drukkersmateriaal en letters te bemachtigen. Hierdoor kan hij zijn eigen drukkerij beginnen. Hij krijgt het recht zich "drucker der Conincklijcker Majesteyt" te noemen.

De aanwezigheid van al dat verderfelijk drukwerk in de stad, trekt de vreemdste vogels aan. Eén van hen is John Dee, de Merlijn van zijn tijd. In Wildevrouw vervult hij een glansrol. Tijdens zijn verblijf in Antwerpen in de winter van 1564 weet hij de hand te leggen op een ongelofelijk zeldzaam en kostbaar handgeschreven boekje : de Steganografia van de benedictijnse abt en schrijver Trithemius. In een opgewonde brief aan het thuisfront in Engeland schrijft hij het volgende….

“I have purchased one book, of which a thousand crownes have been offered by others, and yet could not be obtained; a book for which many a learned man hath long sought and dayly yet doth seek; whose use is greater than the fame thereof is spred; the name thereof to you is not unknown. The title is on this wise, Steganographia Joannis Trithemius.”

De opwinding van John Dee is nog meer te begrijpen wanneer je weet wat de inhoud van dit boekje is. Deze tekst, helemaal opgesteld in code en op dat moment absoluut verboden door de Inquisitie, beschrijft in feite een telepathische methode om met de engelen te praten…

De Wereld van Wildevrouw met Jeroen Olyslaegers

In deze 5-delige serie schetst auteur Jeroen Olyslaegers het decor van zijn roman ‘Wildevrouw : het 16de-eeuwse Antwerpen. Het is een tijd waarin de stad haar ‘Gouden Eeuw’ beleeft. In korte tijd is ze uitgegroeid tot één van de belangrijkste handelsmetropolen van Europa.Maar er heerst tegelijk een grote onrust. De streng Katholieke vorst Filips II die over de ‘Spaanse Nederlanden’ de plak zwaait, tracht met de inquisitie een vuist te maken tegen deze ‘stad van gekken’ waar de gereformeerden alsmaar meer voet aan de grond krijgen. De hoog oplopende spanningen zullen uiteindelijk leiden tot de beeldenstorm.

Samen met ‘Beer’, het hoofdpersonage uit zijn roman, tracht Jeroen deze gedoemde stad te doorgronden en tracht hij in het hoofd te kijken van de sleutelfiguren uit zijn roman : zoals de kunstenaars Pieter Bruegel en Joris Hoefnagel, stadhouder Willem van Oranje, kardinaal Granvelle, cartograaf Abraham Ortelius, drukker Willem Silvius, en astroloog John Dee, de Merlijn van zijn tijd!

De stem van Beer wordt vertolkt door acteur Stefaan Degand

Productie: Rolly Smeets en Annick Lesage

Mailen kan via wildevrouw@klara.be.