Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Dinsdag 18.05.2021: "Hugh Wolff is erg attent voor wat de solisten doen"

Dinsdag 18.05.2021: "Hugh Wolff is erg attent voor wat de solisten doen"Blijf verwonderd!

Bram Nolf

Beste Vrienden van de Muziek

Het BNO wijdde de dag aan Johannes, Piotr en Sergej. Nog altijd voorbereidend werk, zonder solist.

Het 2de concerto van Brahms (volgende week dinsdag te horen met Tomoki Sakata en zaterdag met Jonathan Fournel) is een van de langste piano-concerto’s (geen drie, maar vier delen en een totale duur van meer dan vijftig minuten). Het wordt iets minder vaak gespeeld dan het 1ste concerto omdat het als iets hermetischer wordt beschouwd. Ik vind het persoonlijk een prachtig stuk muziek! Zo typisch Brahms! En het heeft heel mooie solo-passages voor de eerste hoorn en eerste cello.

Als we spreken over ‘het’ piano-concerto van Tchaikovsky, dan hebben we het altijd over zijn 1ste concerto. Dat stuk is wellicht het bekendste van alle piano-concerto’s (zeg maar de Mona Lisa onder de piano-concerto’s) en dat merk je ook in de geschiedenis van de KEW: ontzettend veel gespeeld en vaak ook dé weg naar een eerste prijs. Vitaly Starikov zal er maandag de debatten mee openen. Vijf jaar na dat 1ste concerto schreef Tchaikovsky een 2de concerto, dat bijna nooit het podium haalt. Gek is dat. Na zijn dood werd er ook een 3de concerto gepubliceerd, dat slechts één beweging is van een niet-afgewerkt stuk.

Het 2de piano-concerto van Prokofiev, waar ik eerder al even over uitweidde, is het keuzewerk van Keigo Mukawa en wordt volgende woensdag gespeeld.

Vaak krijg ik vragen over de rol van de dirigent tijdens een concert of tijdens de KEW. De functie en het belang van een dirigent zijn moeilijk uit te leggen als je nog nooit in een orkest gespeeld hebt. Ik doe hier toch een bescheiden poging. Anders dan bij een danser, komen de bewegingen van een dirigent altijd vóór de muziek. De muziek is dus een gevolg van die beweging, terwijl het bij een danser net omgekeerd is: de beweging is een gevolg van de muziek.

Dirigeren is wellicht het summum van non-verbale communicatie: enkel door middel van bewegingen en mimiek dien je van een grote groep mensen te verkrijgen dat ze vaak erg complexe zaken uitvoeren op exact hetzelfde moment, op dezelfde manier én op de manier die je graag wilt. Je moet er dus in slagen om zonder woorden je eigen artistieke en emotionele visie op de partituur door te geven. Voorwaar, geen sinecure …

In veel passages tijdens een concert zou het orkest kunnen spelen zonder dirigent. Maar op een aantal cruciale plaatsen helemaal niet. Vergelijk het met autorijden: op een lege, rechte autosnelweg zijn er weinig problemen, maar als je in de Brusselse tunnels komt, dan is een alerte chauffeur echt nodig.

Wanneer een orkest een solist moet begeleiden, dan komt daar nog een extra aspect bij, nl. dat wat we in het jargon “volgen” noemen. Het is eigenlijk zo, dat de solist in een concerto altijd ‚ ‘the lead‘ neemt: hij of zij bepaalt hoe er gespeeld wordt (tempo, karakter, sfeer, etc.…) en het orkest moet dat volgen, als een schaduw. De rol van de dirigent daarin is cruciaal: hij moet als een tweede huid op de solist kleven en elke koersverandering volgen en opvangen. In sommige passages is dat evident, in andere passages is dat heel erg complex. Moeilijke situaties zijn bv. als er tempowissels zijn, als de solist heel veel vrijheid neemt in de timing, als het orkest (of bepaalde delen van het orkest) de solist niet kan horen. Dat gebeurt met name vaak bij piano-concerto’s, waar de openstaande klep van de piano belet dat een deel van het orkest de zachte passages kan horen. De klep van de piano heeft immers de functie van een soort ‘megafoon’: de klank in de zaal projecteren. Maar dat heeft helaas ook als gevolg dat de orkestleden die achter de klep zitten, voor een deel van die pianoklank worden afgeschermd.

Die vrijheid in de timing waarover ik het had, is een essentieel deel van de interpretatie van een solist: vaak wordt er vermeden om machinaal rechtdoor en als een metronoom te spelen. Het tempo fluctueert altijd ietwat: er is altijd een gevoel van ‘gaan naar’ of ‘komen van’. Dat zijn heel kleine fluctuaties (als je dat zou opmeten, dan gaat het over honderdsten van een seconde) maar het maakt net het verschil tussen een doorleefde, menselijke uitvoering of een steriele, louter technische uitvoering. Als die fluctuaties expliciet zijn, dan spreken we over ‘rubato‘ (letterlijk: gestolen): er wordt tijd ‘gestolen‘, er wordt even ‘uit de maat gefietst‘.

Nu is het zo dat ervaren solisten weten hoever ze daarin kunnen gaan, rekening houdend met de tachtig andere musici op het podium. De jonge en minder ervaren kandidaten van de KEW weten dat niet altijd en nemen soms bochten die moeilijk te volgen zijn. Ons orkest heeft in al die decennia KEW gelukkig nogal wat ervaring en expertise opgebouwd om die capriolen te volgen, dus meestal kunnen we dat wel opvangen zonder dat u daar iets van merkt. En onder de baton van Hugh Wolff lukt dat heel goed. Hij is erg attent voor wat de solisten doen.

Binnenkort meer KEW-nieuws!

Bram

De Koningin Elisabethwedstrijd

Presentatie: Katelijne Boon - Nicole van Opstal

Contact: via de reageerknop in de Klara-app