Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Doe ze nog eens vol

Doe ze nog eens volKunst & Cultuur

Christophe Vekeman las voor het eerst een boek van Gerald Murnane. En bij dat ene boek zal het blijven.

Gerald Murnane geldt als een geheimtip van de Angelsaksische literatuur, Nobelprijswaardig zelfs.

Nooit eerder is het gebeurd dat er een boek van Gerald Murnane in het Nederlands vertaald is, maar zopas is dan toch De vlakte verschenen. Ik zeg dus niet dat de betreffende vertaling zopas eindelijk verschenen is, want dat zou betekenen dat ik op een en ander zat te wachten, terwijl niets minder waar is dan dat. Ik was tot voor kort immers in het geheel niet op de hoogte van het bestaan van Murnane – wat ik gemeen had, naar verluidt, met het gros van de rest van de wereld: The New York Times noemt hem ‘de belangrijkste Engelstalige auteur waar u nog nooit van hebt gehoord’.

De Australische, thans tachtigjarige schrijver schijnt – over belangrijkheid gesproken – al een jaar of tien tot de officiële Nobelprijskandidaten te behoren, en als die informatie nog niet wervend genoeg zou zijn, dan zijn er op de koop toe nog een aantal biografische feitelijkheden die een beetje boekenliefhebber met een voorliefde voor geheimtips moeiteloos aan het kwijlen brengen.

Murnane woonde decennialang in de een of andere zwaar doordeweekse buitenwijk, tot hij in 2009, nadat zijn vrouw aan kanker was bezweken, verhuisde naar een gehucht in het midden van nergens, waar hij op zondagmiddag weleens drankjes staat uit te schenken voor de leden van de plaatselijke golfclub. Hij heeft in zijn leven nog nooit gevlogen, is nog nooit in het oosten van Australië geweest, laat staan in het buitenland, heeft nog nimmer een museum bezocht en amper een bioscoop, hij typt met gebruikmaking van niet meer dan een enkele vinger et cetera.

Een spectaculair onspectaculair leven is het, kortom, dat hij leidt, en dat spreekt natuurlijk zeer tot de verbeelding: het idee dat een doodeenvoudige, inmiddels hoogbejaarde kerel ergens in een uithoek van de wereld nobelprijswaardig meesterwerk na nobelprijswaardig meesterwerk uit zijn ene vinger zit te zuigen is zonder meer gelukkig stemmend. Wat voor soort boeken zouden het zijn die hij vervaardigt?

© Ian Hill
De Australische schrijver Gerald Murnane

Dat weet ik niet. Ik heb alleen De vlakte gelezen, uit 1982, en ik kan je verzekeren dat het daarbij zal blijven. De vlakte, immers, is een heel bijzonder boek. Echt erg, erg bijzonder. Bijzonder saai, meer bepaald.

De ik-figuur is een filmmaker die twintig jaar geleden op ‘de vlakte’ aangekomen is met de ambitie een ‘Het binnenland’ getitelde documentaire te draaien. En ‘ambitie’ is wel degelijk het juiste woord, want hij wil ‘een diepere betekenis onder het oppervlak’ blootleggen en daarnaast ook doordringen in de ziel van de bewoners van de vlakte, de zogeheten plainsmen. Dat leidt tot observaties die mooi aansluiten bij de eigen biografie van de schrijver: ‘Een man die dertig jaar lang elke dag thuiskwam in een weinig indrukwekkend huis met een keurig gazonnetje en lusteloze struiken en tot ’s avonds laat probeerde te bedenken welk pad hij dertig jaar geleden had gekozen waardoor hij hier was geëindigd, dát was een held van de plainsmen, zowel in het dagelijks leven als in de kunst.’

Kunst speelt trouwens een verrassend grote rol in het stadje waar de hoofdfiguur resideert, in die mate zelfs dat twee tegenstrijdige kunstopvattingen eertijds geresulteerd hebben in woest knokkende politieke kampen – al moet daaraan weer worden toegevoegd dat alle plainsmen zich verbonden weten, als het erop aankomt, in hun afkeer van de rest van het Australische land. Enfin, wat gebeurt er verder nog? Tja, af en toe wordt de lezer de schaarse, dubieuze afleiding geboden van quasi diepzinnige zinnen als ‘Toen hij over mijn film hoorde, zei hij dat geen enkele film meer kon laten zien dan de beelden waarop iemands ogen rustten als hij de poging om te kijken had opgegeven’, maar verder doet de schrijver alleen maar, honderdvijftig bladzijden lang, zijn stinkende best om de vlakte uit de titel een symbool te laten zijn of worden voor de – met hoofdletter, jawel – ‘Tijd’, of voor de menselijke geest, of voor het leven zelf, of voor het onbestemde verlangen, of ga zo maar door: interessante suggesties dienaangaande krijg je paplepel na paplepel door de strot geramd, tot je geen pap meer kan zeggen.

Elke samenvatting van dit boek is per definitie boeiender dan de roman zelf.

Kort gezegd, en ik nodig iedereen vriendelijk uit toch echt wel in het achterhoofd te houden dat hier iemand aan het woord is wiens lievelingsboeken zogeheten ‘gebeurtenisarme’ en ‘intrigeloze’ romans als À rebours van Huysmans en Bezorgde ouders van Reve zijn: dit boek samenvatten is onmogelijk, omdat elke samenvatting per definitie boeiender en minder langdradig zou wezen dan de roman, zodat vanzelf een vertekend, al te positief beeld van het boek zou ontstaan. Een samenvatting, bedoel ik, kan nooit in staat zijn de oeverloze, tergende leegte van dit boek goed weer te geven: je moet het boek lezen, bladzijde na bladzijde, om erachter te komen hoe vreselijk het allemaal is.

En mocht je denken dat voornoemde ‘oeverloze, tergende leegte’ knap samenvalt, nietwaar, met de oeverloze, tergende leegte van het landschap dat het onderwerp van De vlakte uitmaakt, denk dan als het u belieft onmiddellijk iets anders, want van mysterie, mythische natuurpracht of bijvoorbeeld de curieuze, ultraspannende gewaarwording van claustrofobie en beklemming die woestijnachtige, weidse gebieden paradoxaal genoeg soms bij je oproepen, is hier geen enkele sprake. Je had het nooit kunnen vermoeden op basis van zijn beknopte biografie, maar deze vrijwilliger in het locale horecawezen is literair gesproken een hoogst pretentieuze parvenu, en ik zou hem dan ook bij dezen willen uitnodigen: ‘Gerald, doe ze nog eens vol, dit rondje is het mijne. Maar de enigen tegen wie ik chapeau kan zeggen, zijn de mensen die voor dit boek geestdrift weten op te brengen.’

Christophe Vekeman

'De vlakte' van Gerald Murnane is verschenen bij Signatuur
Uit het Engels vertaald door Thijs van Nimwegen en Sander Grasman

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Vincent Goris

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram