Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Domweg niet geestig genoeg

Domweg niet geestig genoegKunst & Cultuur

In deze dagen grijp je toch het best naar een goed boek? Al dan niet digitaal? Christophe Vekeman had zijn hoop gesteld op de nieuwe roman van de Britse schrijver Ian McEwan, maar was toch een beetje teleurgesteld.

Ian McEwan liet zich voor zijn nieuwe boek inspireren door een klassieker van Franz Kafka

In een steeds vager wordend verleden, meer bepaald in de loop van mijn lagereschooltijd, was ik directeur, eindredacteur en tout court enig personeelslid van het onregelmatig maar een poos lang toch courant verschijnende, gestencilde en gratis bezorgde buurttijdschrift De kakkerlak.

Maar dat de gelijknamige nieuwe novelle van Ian McEwan, bekend van romans als Atonement en On Chesil Beach, hiermee helemaal niets heeft te maken, spreekt wel voor zich. Waar knipoogt hij dan wel allervetst naar, McEwan? Het antwoord op die vraag wordt al gegeven door de eerste zin: ‘Die ochtend, toen de slimme maar zeker niet begaafde Jim Sams ontwaakte uit zijn onrustige dromen, merkte hij dat hij in een reusachtig wezen was veranderd.’

De onrustige dromen zijn dezelfde als in De metamorfose van Kafka, maar Gregor Samsa is hier dus Jim Sams geworden, en voorts is er sprake van een regelrechte spiegelsituatie: in tegenstelling tot bij Kafka hebben wij bij McEwan te maken met een stuk ongedierte dat bij het ontwaken merken moet dat het zowaar een mens geworden is, en niet omgekeerd.

Het biedt McEwan de kans de mens in fysiek opzicht te beschouwen vanop een afstand en dus met ironische blik, en op die manier de beste bladzijden van de novelle te vullen. Hoe raar, bijvoorbeeld, en hoe onsmakelijk, als je er samen met McEwan en zijn kersverse ex-kakkerlak over nadenkt, is die rusteloze tong toch eigenlijk in onze mond: ‘Hij lag stil, vastbesloten om niet in paniek te raken. Een orgaan, een glibberig stuk vlees, lag log en nat in zijn mond – afstotelijk, vooral toen het uit zichzelf bewoog en op verkenning uitging in de enorme holte van zijn mond en, zo merkte hij met ingehouden schrik, langs onafzienbare tanden gleed.’

© Joost van den Broek
Ian McEwan

Geestig proza, zeker, en als even later blijkt dat het voormalige vermaledijde insect, dat sowieso altijd al woonachtig was tussen de kieren en de spleten en achter de lambriseringen van het Paleis van Westminster, gereïncarneerd blijkt te zijn – tot zijn eigen verwondering – als niemand minder dan de premier van het Verenigd Koninkrijk, levert zulks aanvankelijk nog altijd leeslol op. Ian McEwan laat de enigszins perverse Kafka-persiflage varen en kiest van dan af voor een demonstratief satirische toon à la Jonathan Swift, met heel wat knipogen naar de recente actualiteit en meer bepaald dan naar de Brexit en – in het begin – David Cameron: ‘De premier had zowel de klokkenwijzers- als de retournistische stroming binnen zijn partij van zich vervreemd. Hij was te veel de verzoener. Door handreikingen aan beide vleugels te doen, had hij vrijwel iedereen van zich vervreemd.’

Nu de premier echter nietsontziend en smerig kakkerlakkenbloed door zijn aderen heeft vloeien, wordt hij een pak doortastender, krijgt hij peper in de kont en durft hij al eens met zijn voormalige voorste pootje annex solide vuist op de tafel te slaan. Cameron wordt Boris Johnson, met andere woorden. Dat McEwan laatstgenoemde – en trouwens, op een enkele uitzondering na, diens volledige kabinet – in de novelle als een mensgeworden kakkerlak beschrijft, roept weinig fraaie historische reminiscenties op, natuurlijk, die hem door een deel van de Britse literaire kritiek in meer of mindere mate kwalijk zijn genomen – maar er zijn wat mij betreft kwalijker zaken die de schrijver kunnen worden aangewreven.

Deze satirische novelle, namelijk, is – afgezien van de eerste pakweg tien pagina’s – niet grappig en niet spits genoeg. In zijn nawoord in deze vertaling – in de oorspronkelijke versie is dit het voorwoord – noemt McEwan de Brexitde meest zinloze en masochistische ambitie (…) die in de geschiedenis van deze eilanden ooit is verzonnen’, en vervolgens stelt hij vast dat het hele gebeuren ‘op zichzelf al een kronkelige zelfsatire’ is. Hoe erop te reageren? ‘De enige mogelijkheid,’ schrijft hij, ‘is misschien wel spot en de droevige troost van het gelach.’

Geestig proza, maar Ian McEwan weet het niet vol te houden.

Die droevige troost biedt De kakkerlak niet. Dat de voornoemde ‘retournisten’, in tegenstelling dus tot de ‘klokkenwijzers’, ijveren voor het systeem van ‘de omgekeerde geldomloop’, waarbij werknemers aan het einde van de week geld geven aan ’t bedrijf voor alle uren die zij hebben gearbeid, en waarbij mensen die gaan winkelen en consumeren ‘royaal tegen de winkelprijs gecompenseerd’ worden, met tot gevolg een geweldig goed draaiende economie en goederenrijkdom voor alle werklozen, is nog wel aardig gevonden, maar de tweets van Donald Trump op de korrel nemen door ze ‘poëzie’ te noemen, doet belegen en al te gemakkelijk aan, en overigens verliest de novelle, over inspiratieloosheid gesproken, halverwege elke spanningskracht. Ik moet dan ook eerlijk bekennen dat ik een hoop meer plezier heb beleefd aan het schrijven en het samenstellen van De kakkerlak dan aan het lezen ervan.

Christophe Vekeman

'De kakkerlak' van Ian McEwan is verschenen bij De Harmonie
Uit het Engels vertaald door Rien Verhoef

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Vincent Goris

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram