Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Een gevoel van tijdloosheid

Een gevoel van tijdloosheidKunst & Cultuur

Voor Christophe Vekeman mag de zomer beginnen. Hij las 'In de wildernis' van John Muir, en heeft er dus enkele tochten door Wisconsin, Nevada, Californië en Alaska opzitten.

John Muir, In de wildernis, Van Oorschot

Op de voorflap van 'In de wildernis. Tochten door Wisconsin, Nevada, Californië en Alaska' van John Muir prijkt een zichtbaar uit de oude doos afkomstige foto van twee heren die tegen de achtergrond van uitgesproken bergachtig landschap staan te poseren. De ene man, met zijn lange grijze baard, is John Muir zelf, de andere, de buikigste van beiden, is Theodore Roosevelt, de president van wiens voornaam als bekend het woord ‘teddybeer’ is afgeleid en ook voorts een groot natuurliefhebber en dierenvriend.

Het landschap in kwestie is dat van het Californische Yosemite, dat op aandringen van Muir door Roosevelt drie jaar na het nemen van de betreffende foto, namelijk in 1906, officieel tot National Park zou worden uitgeroepen. Ook Sequoia National Park kwam er dankzij lobbywerk van John Muir, terwijl hij verder de Sierra Club oprichtte – nog steeds de belangrijkste organisatie in de Verenigde Staten die voor natuurbehoud ijvert –, hij daarnaast een aantal gletsjers ontdekte, waarvan er een nog steeds zijn naam draagt, en hij bovendien de tijd vond twaalf boeken en meer dan driehonderd essays te schrijven. 'In de wildernis' is van dat literaire werk, waarmee Muir een miljoenenpubliek schijnt te hebben bereikt, een beknopte bloemlezing, en daarin leren wij dat het allemaal begon met Tom en Jerry.

John Muir, ca. 1902

Muir werd in 1838 geboren in Schotland, maar verhuisde als kind algauw naar Wisconsin, waar Tom en Jerry de namen waren van de twee ossen die vader zich aanschafte. ‘Die wijze, geduldige, zwoegende beesten,’ schrijft Muir. ‘We bekeken ze met dezelfde enthousiaste, open blik als waarmee we naar de wilde dieren keken.’ Meer bepaald ontwikkelde Muir al kijkend van meet af aan de gewoonte dieren als zo goed als menselijke medewezens te zien, zo blijkt uit zijn opsomming van allerlei herkenbaarheden die hij bij de ossen aantreft: ze geeuwen als ze moe zijn, ze rekken zich ’s ochtends net als wij uit, ze zijn nieuwsgierig als ze vreemde geluiden horen, zuchten als ze moeten werken, tonen zich dankbaar als ze mogen rusten et cetera. Zelfs muggen, door Muir lyrisch omschreven als ‘die kleine, grijze, gespikkelde, zingende, prikkende plaaggeesten’, zijn wezenlijk niet heel veel anders dan wij. Muir verwondert zich tenminste over het uitgebreide smakenpalet dat in hun piepkleine lijfjes blijkt te huizen. Doen zij zich immers niet duidelijk liever en eerder tegoed aan in de lente van hun leven verkerende meisjes en ‘met levenslustig rood bloed gevulde jongens’ dan aan oude rokerige indianen of naar tabak en drank meurende knarren?

Muirs dolle geestdrift maakt van 'In de wildernis' een heuse leesbelevenis.

Muir drijft zijn neiging tot personifiëring soms wel érg ver, en noemt ook rotsen zijn ‘dierbare vrienden’, die soms lijken ‘te willen praten’. Sterker nog, ‘er stroomt warm bloed door hun granieten vlees’, volgens Muir, die bij momenten werkelijk de indruk geeft niet goed snik te zijn. ‘Eten, lopen, rusten, het lijkt allemaal even heerlijk,’ vat hij zijn verblijf in de vrije natuur bondig samen, ‘en bij het opstaan krijg je de neiging er als een kraaiende haan luidkeels op los te schreeuwen.’

Toch is het juist zijn dolle geestdrift die van 'In de wildernis' een heuse leesbelevenis maakt. Als hij schrijft dat hij zijn leven zou willen geven om ‘het manuscript der bergen’ – waarvan hij in Yosemite zojuist ‘een prachtige pagina’ heeft aangetroffen – in zijn geheel te kunnen lezen, dan geloof je hem op zijn woord, temeer omdat hij op andere plaatsen in het boek daadwerkelijk zijn leven op het spel zet, doodgemoedereerd en wel, tijdens verschillende van zijn ontdekkingstochten.

Ja, het opvallendste kenmerk van John Muir, zoals hij uit 'In de wildernis' naar voren komt, is wellicht nog de combinatie van enerzijds ongebreidelde geest- en levensdriften en een onvergelijkbare liefde voor het bestaan in al zijn vormen, en anderzijds een grote deemoed en gelatenheid en een bijna stuitend gebrek aan angst voor de dood. Het maakt de raad die Muir de lezer geeft aangaande een bepaalde plek in de Rocky Mountains alleen maar aannemelijker, natuurlijk. ‘Blijf daar een maand,’ belooft hij, en ‘de tijd zal nooit meer kort of lang lijken, en zorgen zullen nooit meer zwaar op je drukken, maar licht en zacht op je neerdalen als geschenken uit de hemel.’

Misschien is in onze belachelijk jachtige wereld een gevoel van tijdloosheid wel de meest nastrevenswaardige gewaarwording die zich laat indenken, en zelfs fervente thuisblijvers zouden bijgevolg weleens heel wat aan 'In de wildernis' kunnen hebben.

Christophe Vekeman

'In de wildernis' van John Muir is verschenen bij Van Oorschot
Uit het Engels vertaald door Eefje Bosch

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Gerrit Valckenaers

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram