Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Een ondoorgrondelijke mannenziel en vrouwelijke vrijheidsdrang

Een ondoorgrondelijke mannenziel en vrouwelijke vrijheidsdrangKunst & Cultuur

Christophe Vekeman beschrijft deze roman van Kristine Bilkau als een sieraad en een geschenk voor de lezer.
Cossee

Kristine Bilkau, 'Een liefde in gedachten'

Wat vrijwel alle stervenden met elkaar gemeen lijken te hebben, is dat voor de nabestaanden hun dood steevast, ongeacht de omstandigheden, alsnog als een verrassing komt, en dat is in 'Een liefde, in gedachten' niet anders.

Ondanks het feit, namelijk, dat ten gevolge van haar zwakke hart de moeder van de ik-figuur hier al een hele tijd ‘geen tien traptreden meer op’ kon ‘zonder me zwaar ademend en verwijtend aan te kijken’, laat ze na haar dood haar dochter achter met een gevoel van verbijstering en leegte dat blijkbaar groot genoeg is om de vrouw in kwestie onder meer te doen fantaseren dat haar moeder nog altijd leeft. In de eerste zin van de roman hoort – en ziet – de vertelster wijlen haar moeder tenminste vragen: ‘Wie heeft me gevonden? Hoe zag ik eruit?’

Maar in plaats van gek te worden gaat de vertelster – of de schrijfster van dit boek – op basis van een aantal brieven en foto’s die bewaard zijn gebleven, maar bovenal toch zich baserend op wat haar moeder haar in de loop van de jaren uitvoerig verteld heeft, de belangrijkste en meest intense liefdesrelatie reconstrueren die haar moeder in haar leven heeft gekend. ‘Ik verlangde naar Toni en Edgar, naar hun geluk, naar hun gezamenlijke toekomst, die er eens was geweest. Naar die twee mensen die Toni en Edgar waren geweest. Ik wou dat ik die tijd van hen beiden kon terughalen, ergens vandaan, om hem aan mijn moeder terug te kunnen geven. Als een verloren gewaand sieraad, dat altijd gemist en nooit vergeten was. Hier, dit heb ik voor jou gevonden, het is van jou.’

Cossee
Kristine Bilkau

En een sieraad is deze tweede roman van de Duitse, in 1974 geboren Kristine Bilkau inderdaad, alsook een echt geschenk voor de lezer, zeker wanneer deze lezer een zwak heeft voor psychologische liefdesverhalen over moedige vrouwen met een goed ontwikkelde vrijheidsdrang en al te voorzichtige minnaars die het leven en de liefde onbewust als iets afschrikwekkends lijken te ervaren.

Het jaar is 1964 als Antonia op straat wordt aangesproken door de genaamde Edgar Janssen en de twee algauw verliefd worden op elkaar, met allerlei plannen voor een in rozengeur en roze kleuren badende toekomst tot gevolg, uiteraard. Al blijft de lucht dan niet heel erg lang volkomen vuiltjeloos. Edgar blijkt bijvoorbeeld een kind te hebben, dat hij weliswaar nooit ziet, en later zal Antonia een miskraam te verwerken krijgen, waar zij Edgar niet van op de hoogte brengt. Wel stimuleert zij hem op een bepaald moment voor zijn werk naar Hong Kong te gaan en daar een carrière op te bouwen, wat hij ook doet, en dit met de bedoeling dat zij hem zo snel mogelijk achterna zal vliegen. Maar als die carrière van Edgar niet al te soepel van de grond komt, blijkt ‘zo snel mogelijk’ absoluut niet hetzelfde te zijn als ‘algauw’…

Wat vrijwel alle stervenden met elkaar gemeen lijken te hebben, is dat voor de nabestaanden hun dood steevast, ongeacht de omstandigheden, alsnog als een verrassing komt.

Problemen te over, dus, al zijn het al met al niet deze praktische beslommeringen en tegenslagen die Antonia in het ongelijk stellen met haar geloof ‘dat er geen verschil was tussen toekomst en droom’. Uit alles blijkt, immers, dat ze sterk genoeg is om de stormen en de stormpjes van het leven het hoofd te bieden, zoals zij tevens steeds geweigerd heeft zich uit het lood te laten slaan door haar beknottende moeder die ter begroeting dingen vraagt als ‘Zijn je schoenen nieuw?’, en dit ‘op een toon, met een gezicht, waarmee ze ook gezegd had kunnen hebben, “wat die wel niet gekost hebben”’. Nee, het probleem is Edgar zelf. Die hetzij te laf is om te kiezen voor het geluk, hetzij zich al te zeer gebukt weet onder de verantwoordelijkheid voor zijn onbesuisde geliefde (‘Toni, jou moet je in de gaten houden’) – tenzij hij natuurlijk helemaal niet echt, op de een of andere manier, naar het geluk verlangt, want ook een mannenziel mag je soms echt niet onderschatten wat de ondoorgrondelijkheid ervan aangaat…

Echt duidelijk waarom de liefde teloor is gegaan, wordt het kortom nooit helemaal voor de vertelster, ook niet wanneer zij na haar moeders dood de oude Edgar Janssen opzoeken gaat. Het enige wat als een paal boven water staat en blijft staan, is dat de liefde die in de gedachten van de vertelster en in deze roman herleeft, wel degelijk echt en groot genoeg geweest is om ervoor te zorgen dat de levens van de twee protagonisten zich vervolgens, na het stuklopen van hun relatie, hebben afgespeeld onder een stolp van spijt en vergeefsheid

Is Een liefde, in gedachten van Kristine Bilkau een beetje een brave, wel héél erg klassieke roman? Jazeker, dat klopt. Maar dan wel een brave, héél erg klassieke roman waar verder en zeldzaam genoeg haast niets op aan te merken valt.

Christophe Vekeman

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Gerrit Valckenaers

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram