Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Een onnavertelbaar avontuur

Een onnavertelbaar avontuurKunst & Cultuur

De Mexicaanse schrijfster Fernanda Melchor maakt kans op de International Booker Prize. Haar roman 'Orkaanseizoen' is een avontuur, ontdekte Christophe Vekeman.

Fernanda Melchor kruipt in de donkerste krochten van het menselijk bestaan

Je hebt zo van die mensen die altijd van alles meemaken – ze begeven zich de straat op teneinde een doordeweeks broodje kaas te gaan halen en keren pas drie dagen later in hun woning terug, gehuld in kleren die de hunne niet zijn, met een nieuwe, vreemdsoortige tatoeage op hun schouder en hun foto op de voorpagina van de regionale krant – terwijl anderen drie weken met het openbaar vervoer door pakweg Mexico trekken en bij thuiskomst niet over genoeg materiaal blijken te beschikken om een minuut lang over hun reis te vertellen (‘Het was buitengewoon warm, dat kan ik je zeggen’).

Speciaal voor deze laatsten, lijkt het wel, is er nu Orkaanseizoen, de tweede roman van voormalig journaliste Fernanda Melchor (1982), waarvan de Duitse vertaling al twee keer bekroond is met een belangrijke literatuurprijs. En ik zeg nu ‘roman’, maar Orkaanseizoen is wat mij betreft nog heel wat meer dan dat. ‘Roman’ is veel te zuinig uitgedrukt: Orkaanseizoen is een heus avontuur, vernietigend, adembenemend en dermate opzwepend dat je tijdens het ondergaan ervan amper nog in staat bent om te blijven zitten.

Het is een – en ik doe dit in het volste besef dat het altijd een zwaktebod is om het betreffende adjectief te gebruiken – onbeschrijflijk boek, en meer bepaald is het behalve een onnavertelbaar ook een onbeschrijflijk goed boek. De leeservaring – nog zo’n woord, maar geloof me vrij, een ervaring ís het – kent min of meer het volgende verloop.

 

Fernanda Melchor schrijft zinnen als wurgslangen

Eerst denk je: wat een lange zinnen zijn het, zeg, die Fernanda Melchor schrijft – zinnen als wurgslangen die zich om je weerloze lezersbrein heen wikkelen, tot je algauw bleek en bang achteruit wenst te deinzen voor dit vervaarlijke proza. Als volgt eindigt bijvoorbeeld, over slangen gesproken, het eerste hoofdstuk op pagina twee van de roman, en het is belangrijk om te weten dat zowel het hoofdstuk in kwestie als de zin zelf nog ontypisch kort moeten heten. Zinnen die eraan voorafgaan en die er vrijwel meteen op volgen, tellen bijvoorbeeld respectievelijk tweeëntwintig en niet minder dan vijfendertig regels… ‘Maar de aanvoerder wees naar de oever van de beek, en alle vijf, op handen en voeten op het verdorde gras, de vijf die tot één enkel lichaam waren samengedrongen, de vijf die omgeven werden door groene vliegen, herkenden ten slotte dat wat boven het gele schuim op het water uitstak: het vergane gezicht van een dode tussen het riet en de plastic zakken die door de wind vanaf de grote weg daarheen waren geblazen, het donkere mombakkes dat kolkte in een myriade van zwarte slangen en dat glimlachte.’ 

Het vergane gezicht blijkt toe te behoren aan wie vroeger ‘de Kleine Heks’ genoemd werd, toen zij zelf jonger was en haar moeder, ‘de Heks’, zich nog in leven bevond. Die laatste zou haar eigen man hebben vermoord, en vervolgens ook, met hulp van de duivel, diens twee zonen, die op de dag van de begrafenis verpletterd werden ‘door een lading ijzeren staven die losraakten van een vrachtauto die voor hen reed’. Moeder Heks zelf ‘werd van de wereld weggevaagd’ tijdens een dagenlang om zich heen razende orkaan, waarbij zij wellicht begraven werd ‘onder de modder die het halve dorp had meegesleurd: een lelijke dood’.

Dat is het moment dat je denkt: best wel een ellendig en ook gewelddadig oord, dat Mexicaanse La Matosa waar dit boek zich afspeelt. Vervolgens, echter, blijkt het voorgaande maar heel klein bier te zijn geweest in vergelijking met wat er van dan af zoal gebeurt. De ‘Kleine Heks’, inmiddels volwassen, die avond na avond jongens en mannen betaalt om hen oraal te mogen plezieren en schuilgaat achter een voile die jammer genoeg niet dik genoeg is om ‘de blauwe plekken die haar oogleden deden opvlammen, de korsten die haar mond kloofden en haar dichtbegroeide wenkbrauwen’ te verhullen blijkt geen dochter maar een man te zijn, en Fernanda Melchor trekt je met zich mee de dieperik in en gidst je met vurig opgestoken wijsvinger doorheen de kelderlabyrinten van de menselijke seksualiteit, waar niets dan verdorven duisternis heerst.

Aan het einde van het boek zit je volkomen uitgeput en afgemat en duizelig in je stoel.

Door de lezer zo hardhandig met de neus op de smerigste feiten te drukken en een zwembadgrote cocktail van hoererij, krankzinnigheid, kannibalisme, snuffvideo’s, drugs, drugs, drank en drugs en magisch denken over hem uit te gieten, lijkt ze zelfs de Amerikaanse Donald Ray Pollock naar de kroon te willen steken, in wiens werk tenminste altijd nog wat ademruimte is te vinden voor een scheve grijns of twee, en soms gewoon ook voor een schaterbui. Zo mild is Fernanda Melchor niet, en zoveel wordt haar lezers niet gegund. Aan het einde van het boek zit je dan ook volkomen uitgeput en afgemat en duizelig met slap neerhangende armen en je tong uit je mond in je stoel. Je weet niet goed wat je overkomen is.

Orkaanseizoen is een storm die je driehonderd bladzijden lang in zijn greep houdt, jazeker, en je omver blaast en tegen de vlakte werpt, wild, woest en genadeloos, maar die tezelfdertijd, en in tegenstelling tot wat je zoal met stormen en orkanen zou associëren, ook buitengewoon goed en doordacht in elkaar blijkt te zitten en aangenaam genoeg een hoogst doortimmerde indruk maakt, alsof de compositie van het boek bedoeld is om de erin beschreven chaos van het lage leven enigszins te bezweren. Magnifiek. Maar je moet wel avontuurlijk genoeg zijn als lezer, natuurlijk, om van een en ander te kunnen genieten.

Christophe Vekeman

'Orkaanseizoen' van Fernanda Melchor is verschenen bij Wereldbibliotheek

Uit het Spaans vertaald door Bart Peperkamp

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram