Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Frisse spray van impressionisme in Klassiek Leeft, een hele week lang

Frisse spray van impressionisme in Klassiek Leeft, een hele week langKlassieke muziek

Impressionisme. Wat betekent de ‘impressie’ in de muziek? Debussy was bang dat hij zelf een zoveelste laatromanticus zou worden. Ook de excentrische Erik Satie raakte flink uitgekeken op het Wagneriaans ideaal. We nemen een frisse duik, deze week, in hun gloednieuwe, pittorekse vormentaal. Zowel Debussy als Ravel schreven o.a. ‘sfeervolle’ muziek bij de gedichten van de symbolisten. Klassiek Leeft zal inzoomen op de immense betekenis van die poëzie in de ‘nieuwe’ muziek van de 20e eeuw.
Instrumenten met hun eigen, sfeervolle poëzie

sfeertekenende klank, in woord en muziek

Waar komt het impressionisme in de muziek vandaan? Dat gaan we in Klassiek Leeft onderzoeken, op een frisse, niet-orthodoxe manier. Daarbij willen we ook zijpaden bewandelen. De ‘ismen’ aan het begin van de 20e eeuw hebben immers boeiende raakvlakken.

Erik Satie nam de ‘ismen’ overigens niet al te ernstig. Hij was in elk geval flink uitgekeken op het Wagneriaans ideaal en reageerde liever met beknopte muzikale understatements.
Impressionisme haalde zijn naam uit de gelijknamige kunstbeweging. De muziekstijl had eigenlijk meer gemeen met die van symbolistische dichters als Charles Baudelaire, Maurice Maeterlinck en Stéphane Mallarmé. Zowel Debussy als Ravel schreven muziek bij de gedichten van die dichters.

Iets over die dichters, het zijn namen die een mooie rol gaan spelen in ons impressionisme- special:

Mallarmé, de dichter van het niets, of beter gezegd het niets geplaatst in de ruimte, inspireerde ook grotere, impressionistische muziekwerken zoals het symfonisch gedicht van Debussy, ‘L’après-midi d’un faune’. 
De aantrekkingskracht van Mallarmé’s werk voor musici is niet verwonderlijk. Denk aan de zovele eenvoudige begeleidingen bij zijn liedteksten, denk ook aan de hartstochtelijk toegewijde partituren van Milhaud, Sauguet, Freitas-Branco, Hindemith en ook Maurice Jaubert en Pierre Vellones. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd Mallarmé's structurele en intellectuele potentieel in de muziek benut.
Maeterlincks ‘Pelléas et Mélisande’ heeft eveneens heel veel componisten geïnspireerd, niet alleen impressionisten trouwens. Debussy schreef een opera in vijf bedrijven met die titel, Fauré een suite voor orkest, Schönberg een symfonisch gedicht, Sibelius toneelmuziek, William Wallace een orkestsuite, Paul Dukas schreef – gebaseerd op hetzelfde thema – een opera, net als Dimitri Mitropoulos en Sergei Rachmaninov (hoewel diens opera onvoltooid bleef). Verder zijn er nog Henry Février (‘Monna Vanna’) en Alexander Zemlinsky (‘Sechs Gesänge nach Gedichten von Maeterlinck’).

Baudelaire inspireerde dan weer een haast eindeloze rij van componisten, o.a. Emmanuel Chabrier (L'invitation au voyage), Gabriel Fauré, Henri Duparc (La vie antérieure), Vincent d'Indyn, Ernest Chausson (L'albatros), Taneyev, Charpentier, Louis Vierne, Alexander Zemlinsky, Déodat de Séverac, Joseph Jongen, Jean Cras, Alban Berg, Ned Rorem e.v.a. 

Debussy was een gedevoueerde leerling van Cesar Franck en Charles Gounod. Hij had de pelgrimstocht naar Wagners festival in Bayreuth ondernomen, maar was bang dat hij zelf een zoveelste laatromanticus zou worden. Twee dingen brachten hem op andere gedachten: zijn vriendschap met de eccentrische Erik Satie, die hem aantoonde dat er echt geen andere weg was dan dit impressionisme; en dan zijn kennismaking met de exotische Javaanse gamelan op de wereldtentoonstelling in Parijs. Satie was weg van de Oosterse timbres. Dit voerde hem naar een eigen stijl waar kleur en textuur vooropstonden.
Satie ging samenwerken met de Franse dichter, schrijver en filmmaker Jean Cocteau, ze werkten oa samen voor het ballet Parade, dat in opdracht van balletimpressiario Diaghilev werd uitgewerkt.
Cocteau had grote bewondering voor de Stravinsky van de Rite of Spring, met zijn barbaarse ritmes. De relaties tussen de twee mannen waren echter vaak stormachtig. Ze leidden echter tot een van de meesterwerken van de lyrische muziek in de 20e eeuw, Oedipus Rex.

In 1918 publiceerde Cocteau Le Coq et l'Arlequin, een klein boekje van vierenzeventig pagina's dat de vorm aannam van een manifest ten gunste van jonge muziek. Daar pleitte hij voor een eenvoudige en directe Franse kunst die zowel tegenover het Wagneriaanse maar zeker ook tegen de ‘gratuite’ geneugten van het impressionisme stond. Cocteau's belangrijkste doelwit was Wagner, die in zijn gedachten de hoogste graad van Germanisme in de kunst vertegenwoordigde. Debussy vond geen gunst meer in zijn ogen, die volgens hem onder de ‘schadelijke invloed’ stond van Mussorgsky en Rimsky-Korsakov.

Hoe dan ook, een van de eerste componisten die ‘verleid’ of verregaand geïnspireerd werd door het impressionisme is Maurice Ravel. Vooral het idee van ‘kleur’ in zijn muziek vond hij aantrekkelijk. Hij werd een inventieve orkestrator. Hij speelde in zijn eigen idioom met barokke klanken, jazz, Weense wals en Spaanse folk.

Klassiek Leeft

Uw gedroomde speelruimte voor klassieke muziek met de beste nieuwe vertolkingen van dit ogenblik.

Presentatie: Bart Stouten / Anne-Marie Segers

Samenstelling: Els Van Hoof

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via klassiekleeft@klara.be

Elke weekdag, telkens van 09 tot 12 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 24 uur lang te herbeluisteren via de site en de app.