Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Geilen op misdaad

Geilen op misdaadKunst & Cultuur

Is 'Dagboek van een dief' van Jean Genet nu echt het meesterwerk waarvoor het altijd gehouden wordt? Christophe Vekeman zegt volmondig ja!

Kiki Coumans maakte een nieuwe vertaling van Dagboek van een dief

Het blijkt overvloedig uit het recent verschenen Bowie’s Books van John O’Connell: David Bowie was waarlijk nooit te beroerd om in zijn werk duidelijk te maken dat de belletrie hem na aan het hart lag en hem terdege kon inspireren. Denk aan songs als ‘1984’, ‘Big Brother’ of ‘Black Tie, White Noise’, denk ook aan zijn nummer uit 1973 ‘The Jean Genie’, titel die later door de zanger zelf ‘a clumpsy pun upon Jean Genet’ werd genoemd.

Wat de Franse schrijver in kwestie op zijn beurt van een en ander vond – hij was op dat moment drieënzestig jaren oud en zou nog dertien jaar leven –, is bij mijn weten niet geweten, maar feit is wel dat het woord ‘rock-’n-roll’ lang niet toereikend is om de sfeer van contestatie die het oeuvre van Genet ademt doeltreffend te omschrijven.

Zijn leven alleen al: zeven maanden oud was hij toen hij door zijn alleenstaande moeder noodgedwongen afgestaan werd, waarna hij zich aanvankelijk ontpopte tot het prototype van de rustige koorknaap, die zich evenwel vanaf zijn tiende regelmatig ging bezondigen aan diefstal, vanaf zijn dertiende om de haverklap werd opgepakt wegens treinreizen zonder kaartje, nog weer later legers diende die hem in Syrië, Marokko en Libanon terecht deden komen, en op een bepaald moment in zijn hoedanigheid van Vagebond-met-hoofdletter en – ik citeer uit het nawoord van vertaalster Kiki Coumans – als ‘specialist in diefstal van zeldzame boeken’ tot levenslang veroordeeld werd.

In de gevangenis begint hij echter te schrijven, met tot gevolg dat belangrijke bewonderaars als Jean Cocteau en Pablo Picasso ijveren voor zijn vrijlating en er zelfs in slagen kwijtschelding van elke vorm van bestraffing ter zijner attentie te bewerkstelligen. In 1943 verschijnt zijn eerste roman, Notre-Dame des Fleurs, maar het zal tot 1965 duren eer er op instigatie van Simon Vinkenoog werk van hem in het Nederlands het licht ziet, bij De Bezige Bij meer bepaald, uitgeverij die heden ook een tweede vertaling van Journal du voleur (1949) op de markt brengt, Dagboek van een dief getiteld.

© International Progress Organization
Jean Genet in 1983

Ondanks deze titel hebben we hier wel degelijk te maken met een – autobiografische – roman. Niet zozeer met een dagboek dus, wel met een caleidoscopisch uitgevoerde zelfportrettering van iemand die zichzelf even bijzonder vindt als hij daadwerkelijk is. Het bijzondere aan Genets persoonlijkheid laat zich in de eerste plaats situeren op het gebied van de seksualiteit en houdt meer bepaald in dat zowat alles en iedereen geseksualiseerd geraakt zodra de schrijver er zijn blik op laat vallen en er zijn woorden aan vuilmaakt of juist aan schoonwast – twee begrippen die bij Genet volstrekt inwisselbaar zijn, zoals alles nu eenmaal altijd bij Jean Genet het omgekeerde kan wezen van wat het in werkelijkheid is of lijkt te zijn: het goede wordt het kwade, het kwade wordt goed, de crimineel is heilig, de heilige een zondaar, het mooie is afschuwelijk, het afgrijselijke verheft de ziel, en een mannenlijf is nooit zo prachtig als wanneer langs de machtige dijen ervan gele diarree omlaag druipt. Of kort samengevat door Genet zelf in zijn inleiding op de roman: ‘ik geilde op misdaad’.

De smerigheid van Jean Genet is één van zijn grootste kwaliteiten.

Kleinburgers die nu niet weten wat ze horen, zullen dit allemaal waarschijnlijk erg – of op zijn minst toch stiekem – interessant vinden en merken dat hun aandacht gewekt is, maar let wel: Genet is niet een sensatielustblusser, hij is een literator, een denker, een diepzeeduiker in de eigen psyche, en ook dat belieft hij niet, evenmin als zijn homoseksuele identiteit of wat dan ook, onder stoelen of banken te steken, zodat je als lezer af te rekenen krijgt met stellingen als ‘Geweld is de naam die ik geef aan een onverschrokkenheid in rust die belust is op gevaar’, ‘Luizen waren kostbaar, aangezien ze net zo nuttig waren geworden voor het besef van ons verval als sieraden voor het besef van wat men triomf noemt’ en ‘De schoonheid van een morele daad hangt af van de schoonheid van zijn expressie. (…) Een daad is mooi als hij een lied oproept (…) Dat betekent dat verraad mooi is als het ons laat zingen.’

Quod erat demonstrandum, zeg maar – maar wat voor bewijzen vallen er nu eigenlijk te vinden voor het feit dat Dagboek van een dief het meesterwerk is waarvoor het door zo velen wordt gehouden. Wel, het boek zich af in Antwerpen, Maastricht, Marseille, nazi-Duitsland en Spanje, maar vooral toch altijd in de universele, onvergankelijke onderwereld van dronken bedelaars, tandeloze hoeren, gedeserteerde soldaten en clochards en moordenaars in urinoirs, kortom: op de laagste wal van elke maatschappij, welke wal consequent als paradijselijk omschreven wordt in dit omgekeerde evangelie van de obsceniteit.

Enkel dit al creëert een kijk op het concept ‘samenleving’ die bouleverserend en daarom juist ook verrijkend valt te noemen. De drie ‘goddelijke deugden: diefstal, verraad en homoseksualiteit’ worden op volkomen schuldgevoelloze wijze verheerlijkt, en dit met een nietsontziendheid en een fanatisme die naar adem doen happen, en de kale durf waarmee hij ons de afgrond in zichzelf presenteert brengt duizelingen teweeg die van de weeromstuit ook de grond onder onze eigen voeten doen verdwijnen. En dan is er nog – daarmee gepaard gaand, natuurlijk –, gewoon de smerigheid. De smerigheid van Jean Genet is een van zijn grootste kwaliteiten, en Dagboek van een dief is er een ode aan. Was de Franse literatuur een pantalon, het werk van Genet zou de stevige bult in het kruis ervan zijn – en wellicht ook nog de gerafelde scheur aan de achterzijde…

Christophe Vekeman

'Dagboek van een dief' van Jean Genet is verschenen bij De Bezige Bij
Uit het Frans vertaald door Kiki Coumans

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Vincent Goris

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram