Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Georgia O! O! O! O’Keeffe!

Georgia O! O! O! O’Keeffe!Kunst & Cultuur

Het heeft me wat tijd gekost om het werk van Georgia O’Keeffe te begrijpen. Ik had lang een te eenzijdig beeld van haar. Bovendien kende ik haar schilderijen vooral uit boeken. Dan heb je geen idee van kleuren en formaten.
Afbeelding van Jimson Weed/ White Flower No.1

Georgia O'Keeffe Jimson Weed/White Flower No. 1 1932 Crystal Bridges Museum of American Art, Arkansas USA (c) 2016 Georgia O'Keeffe Museum/DACS, London. Foto door Edward C. Robison III

Door veel en vaak Amerikaanse musea te bezoeken en haar werk in the flesh te bekijken, ben ik compleet overstag gegaan. Waar een bloem lang een afbeelding van een bloem was, zag ik plots een oefening in vorm en kleur.

Geen enkel Brits museum bezit werk van O’Keeffe. Dat Tate Modern in die wetenschap alsnog de grootste tentoonstelling ooit buiten de VS rond haar opzet, getuigt van moed. Voor de retrospectieve werden bruiklenen verzameld uit 23 verschillende collecties. Het resultaat mag er zijn. Voor wie O’Keeffe nog moet leren ontdekken is dit een droomkans, voor wie haar al kent evenzeer, want er werden prachtige ensembles bijeengebracht.

Zou O’Keeffe (1887-1986) het nooit tot pionier van de Amerikaanse abstractie in de schilderkunst hebben gebracht als ze fotograaf en galeriehouder Alfred Stieglitz niet had ontmoet? Toch wel. Want O’Keeffe ging altijd haar eigen weg, ondanks Stieglitz. Hij was het wel die in 1916, exact een eeuw geleden dus, haar eerste tentoonstelling organiseerde in zijn druk bezochte 291 gallery in New York. Het was een vriendin van O’Keeffe die hem een aantal houtskooltekeningen had opgestuurd. ‘At last: a woman on paper!’ was zijn reactie. En kan het mooier? De twee begonnen een relatie en trouwden enkele jaren later. O’Keeffe, die een tijd les had gegeven in Texas, woonde nu in een skyscraper in New York. Stieglitz fotografeerde haar aan één stuk door. Ze was model en muze. Liefde, in fotografie. Die beelden, van een naakte Georgia, samen met de psychoanalytische saus die haar bewonderaar en echtgenoot erover goot, zouden de interpretatie van haar werk later erg beïnvloeden. Meer en langer dan haar lief was ook. ‘When people read erotic symbols into my paintings, they’re really talking about their own affairs’, zei ze daarover. 

Maar wat te denken als je voor ‘Grey lines with Black, Blue and Yellow’ (1923, Museum of Fine Arts, Houston) staat? Kijk ik dan naar een vulva? Wel neen, het is een formele studie van grijs, blauw en geel. En van roze en rood en alles daartussen. O’Keeffe’s werk gaat over kleur en vorm en later ook licht. Wat er me niet van weerhoudt zeer emotioneel te worden bij die schilderijen. Maar daarvoor heb ik geen vulva van doen. Net zo bij de sublieme werken die ze van bloemen maakte. Haar ambitie was om ons, mensen die te snel leven en in steden geen bloemen zien, traag te doen kijken. Op de tentoonstelling is ‘Jimson Weed/ White Flower No.1’ (1932, Crystal Bridges Museum of American Art, Bentonville, Arkansas) te zien, het duurste schilderij (voor 44.450.000 $ geveild bij Sotheby’s, NY in 2014) ooit van een vrouwelijke kunstenaar, te zien. Het gaat, ondanks alle projectie, over een bloemetje.

O’Keeffe maakte in de jaren 20, tijdens haar eerste jaren met Stieglitz. heel veel schilderijen waar de stad New York in voorkomt. Het zijn harde werken, vol vertikalen. Niet zo anders dan de canyons die ze later in het zuiden van de States zou maken. Het is alsof ze naar een diepte peilt, om kleuren tegenover elkaar te zetten. O’Keeffe, the urbanite, met een vakantiehuisje in Lake George (upstate NY) waar ze graag de zomers doorbracht, ging haar heil uiteindelijker zuidelijker zoeken. In New Mexico vond ze haar echte plek. Haar ‘faraway’. Ze kocht er een huis, en later nog één. Bij gebrek aan bloemen schilderde ze er de landschappen, de huizen. Ze verzamelde beenderen en schedels van dieren die door de droogte waren omgekomen. Wat op de tentoonstelling in Tate Modern duidelijk wordt gemaakt is dat O’Keeffe op haar manier op zoek was naar ‘the great American thing’. Door dat ‘ding’ te schilderen werd ze Amerikaanser dan sommige kunstenaars die, met een half oog op Europa gericht, in Soho, NY voor hun plek in de kunstgeschiedenis aan het vechten waren. O’Keeffe verbeeldde namelijk niet the American life, maar the American landscape.

Haar rol als pionier van de abstractie in de Amerikaanse schilderkunst is zeer groot. Getuige daarvan ook haar laatste werken. ‘Sky with Flat White Cloud’ (1962, National Gallery of Art, Washington) is Mark Rothko en Agnes Martin inéén. Het is alsof ze tijdens haar lange leven een almaar bredere scope kreeg. Van de detailopname van een bloem tot het landschap dat ze vanuit het raam van een vliegtuig zag.

Deze tentoonstelling is een revelatie. De curator legde ook boeiende verbanden tussen O’Keeffe en Stieglitz en de rest van de bende artistiekelingen in the roaring twenties. Er is uitzonderlijk werk te zien. Een aantal keren ging ik een halve meter boven de grond fladderen, zoals bij ‘Abstraction’ (1926, Whitney Museum NY) en ‘Black Place III’ (1944, Georgia O’Keeffe Museum, Santa Fe). Het is pur sang schoonheid. Maar ik had in Tate Modern niet de coup de foudres die ik wel in Amerikaanse musea kreeg. Wellicht omdat het toen altijd de eerste keer was. En dit is een uitgepuurde tentoonstelling die O’Keeffe door een zo groot mogelijk publiek wil doen ontdekken. Het is duidelijk: ik moet naar Santa Fe, en zo snel mogelijk. O! O! O! O’Keeffe.

Chantal Pattyn

Georgia O’Keeffe. Tate Modern. Londen. Tot 30 oktober.