Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Het falen van de taal

Het falen van de taalKunst & Cultuur

Christophe Vekeman las 'De Kalligrafieles' van Michaïl Sjisjkin (uitgeverij Querido). Sjisjkin is te gast op het Passa Porta-evenement 'Kort dag' en op de Russian Days in Flagey.
Michaïl Sjisjkin, De kalligrafieles, Querido

Michaïl Sjisjkin, De kalligrafieles, Querido

Op 18 december is de grote Russische, sinds 1995 weliswaar in Zwitserland wonende schrijver Michaïl Sjisjkin te gast in Flagey om daar te praten over zijn romans Onvoltooide liefdesbrieven en Venushaar, en ongetwijfeld ook over zijn eerste, zopas verschenen verhalenbundel De kalligrafieles.

Dostojewski beweerde ooit dat de gehele Russische literatuur van onder Gogols Mantel vandaan is gekomen, een stelling waaraan je onwillekeurig moet denken bij de titel van het openingsverhaal van het boek, ‘Jas met halve ceintuur’, dat met de volgende zin begint: ‘Er is een bekende foto van Robert Walser, genomen op de plek waar hij is gestorven’. Een ander verhaal, ‘De behouden tong’, begint dan weer met de begraving, naast het graf van Joyce, van Elias Canetti. Om maar te zeggen: behalve van de dood zijn de verhalen van Sjisjkin doortrokken van literatuur, schrijvers en bijgevolg ook taal. In ‘De behouden tong’ komt Robert Walser trouwens wederom ter sprake, en gaat het meer bepaald over het feit dat hij aan het einde van zijn leven, verteerd door waanzin en schrijvend als een bezetene, letters neerpende ter grootte van een punt – zijn gepriegel was onleesbaar. Maar waarom schreef hij dan nog? En ‘voor wie werd Finnegans Wake eigenlijk geschreven?’ En: ‘In welke taal begrepen Sint-Franciscus en de vogels elkaar?’ 

Moge in de vaak essayistisch aandoende verhalen van Michaïl Sjisjkin de taal een zeer voorname rol spelen, echter, toch wordt zij allesbehalve aanbeden of op een voetstuk geplaatst. Het tegendeel is waar. Taal is voor Sjisjkin een vat vol onbegrip, het is zelfs ‘de taak van de taal’, sinds de toren van Babel, om misverstanden te scheppen, met woorden kun je niets uitdrukken, want zelfs ‘binnen eenzelfde taal is horizontale communicatie onmogelijk’. Hoe als schrijver om te gaan met deze onoplosbare problemen? De antwoorden die Sjisjkin formuleert, verschillen van verhaal tot verhaal (of liever: van tekst tot tekst). Hier luidt het: ‘Om iets te kunnen uitleggen, moet hij zich van de taal ontdoen’, daar lezen we: ‘Je moet gewoon een taal vinden die zo rigide is dat je er iets mee kunt verklaren. Dat je er iets mee kunt zeggen en begrepen wordt.’

Michaïl Sjisjkin

Michaïl Sjisjkin

Een proeve van het praktiseren van zulk een rigide taal treffen we aan in het titelverhaal, uit 1993, het eerste verhaal dat Sjisjkin ooit publiceerde en het sterkste uit de bundel. ‘De kalligrafieles’ is een lange dialoog tussen een rechtbanksecretaris die schoonschrijven onderwijst aan een dame die telkens met de naam van een ander befaamd romanpersonage van Dostojewski, Poesjkin, Pasternak et cetera wordt aangesproken. De secretaris gebruikt de esthetische schoonheid van het door hem geschrevene om de gruwel van de misdaden die hij dag in dag uit te horen krijgt te compenseren, maar vooral komt hier de klare taal vermakelijk genoeg tot uiting in de goudeerlijkheid van de beide personages. Nadat de secretaris zijn leerlinge heeft medegedeeld dat hij haar en haar man bij nacht door het raam van hun huis heeft staan bespioneren, roept zij uit ‘Wat bent u toch een rakker! Dat u zich niet schaamt!’, waarop zij bekent dat haar man walgelijk is, stinkt, onsmakelijk eet, en dat zij onlangs op het punt stond haar hatelijk huilende baby van het balkon te gooien. ‘Moet u luisteren, een moeder kan het toch zeker niet in haar hoofd halen haar eigen kind te doden!’ De reactie van de secretaris: ‘Wat u zegt!’

Ook het eerste verhaal is erg goed, omdat Sjisjkin hier de problemen en gevaren van de taal weet aan te duiden in een autobiografisch stuk waarin hij onder meer te kennen geeft dat rond zijn zeventiende de relatie met zijn moeder zo slecht was dat hij een jaar lang weigerde zijn mond tegen haar open te trekken. ‘Ik denk dat mijn stilzwijgen ook haar leven heeft verkort.’ Ook dit verhaal staat bol van de bespiegelingen, over Rusland, over het belang van onderwijs, over de menselijke existentie, maar het blijft narratief proza dat weet te boeien en te ontroeren. Op andere plaatsen in dit overigens belangwekkende boek heeft Sjisjkin net iets te veel de neiging, naar mijn smaak, om zijn fascinatie voor de taal in een al te theoretische vorm te gieten. 

Christophe Vekeman

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laat ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: pompidou@klara.be

Pompidou wordt als podcast aangeboden.