Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Het leven als logeerpartij

Het leven als logeerpartijKunst & Cultuur

Het bruisende Berlijn in het interbellum staat centraal in Grand Hotel. Deze roman van Vicki Baum uit 1929 werd wereldwijd herontdekt na een lovende kritiek in The New York Review of Books. En Christophe Vekeman valt dat eerbiedwaardige blad volmondig bij.
Querido

Vicki Baum, Grand Hotel

Grand Hotel van Vicki Baum verscheen in 1929, werd vijf jaar later succesvol verfilmd met onder meer John Barrymore en Greta Garbo, en kent vandaag dankzij een uiterst effectieve stoot op de loftrompet in The New York Review of Books een wereldwijde revival – met ook een nieuwe Nederlandse vertaling tot gevolg.

Vicki Baum was een Oostenrijkse schrijfster die in 1931 vanwege oprukkende Jodenhaat naar de Verenigde Staten verkaste, maar haar bekendste bestseller speelt zich af in Berlijn, die ‘wrede stad’, zoals zij in de roman wordt omschreven, die ‘rare stad’ ook, waarin de etalages zelfs ’s nachts verlicht zijn en je om halftien in de avond nog naar de bioscoop kunt. Het hotel dan weer dat het decor vormt van de gebeurtenissen ademt niets dan interbellum uit: ‘De jazzmuziek uit de tearoom en de smachtende vioolklanken uit de serre kwamen hier samen, daardoorheen klonk het gemurmel van een verlichte fontein in een namaak-Venetiaans bassin, het gerinkel van glazen, het geknister van rieten stoelen en het subtiele geruis waarmee dames in bontjassen en zijden jurken zich voortbewegen. Iedere keer als de piccolo gasten binnenliet of uitgeleide deed, wervelden er door de draaideur koele vlaagjes maartlucht naar binnen.’

Het zijn deze gasten die de dienst uitmaken in Grand Hotel en die aanvankelijk – de meesten toch – nog wildvreemden voor elkaar zijn, maar vanzelfsprekend in de loop van het verhaal op amoureuze, zakelijke, vriendschappelijke of juist allesbehalve vriendschappelijke wijze met elkaar te maken krijgen. Wat hen sowieso van bij het begin echter verbindt, zonder dat zij dit zelf beseffen, is dat zij er zonder uitzondering behoorlijk dramatisch aan toe zijn. Zo is er de ouder wordende Russische ballerina Groezinskaja, die tot haar eigen onbegrip avond aan avond dient vast te stellen dat de wereld haar het grote succes en de triomfen van weleer zowaar begint te weigeren en ’s nachts krankzinnig wordt bij het aanhoren van de snel tikkende klokken in haar kamer. Of neem de genaamde Kringelein, een zesenveertigjarige, ongelukkig getrouwde loonslaaf die in het spotlicht van zijn nakende dood – hij heeft hooguit nog een handvol weken – de rol van zijn leven speelt, namelijk die van rijke, kwistig met geld strooiende vrijgezel.

Querido
Vicki Baum

Of denk aan Flämmchen, een charmant schoonheidje van een jaar of twintig dat, zoals het charmante schoonheidjes van een jaar of twintig in die tijd nu eenmaal betaamde, ervan droomt ‘bij de film’ te gaan en in afwachting daarvan bepaalde diensten verleent aan elke man met een geldbiljet in zijn borstzak. De grootste tragiek, evenwel, schuilt in het lot en de persoonlijkheid van dr. Otternschlag, een man die aan de Eerste Wereldoorlog een ‘souvenir uit Vlaanderen’ heeft overgehouden in de vorm van een voor de helft tot op het bot danig verminkt gezicht, waarin sindsdien ook een glazen oog prijkt, en die zijn dagen slijt, week na week, maand na maand, jaar na jaar, door om de haverklap en telkens tevergeefs te informeren bij de receptie of er een telegram of andersoortige post op hem ligt te wachten. Het hele hotel, pleegt hij te mopperen, is een zootje, en dat heeft het gemeen met het leven zelf. Iedereen is eenzaam, immers, en niemand bekommert zich om een ander, niet in het hotel, maar ook niet daarbuiten. En trouwens, wat is het leven anders dan iets wat zich altijd elders afspeelt en stilletjes wegsluipt wanneer degene die het najaagt op de plek arriveert waar het zich zonet nog bevond?

Verrukkelijk genoeg blijkt alles altijd net iets anders te lopen dan je voorspeld had

Het leven en het verblijf in een hotel laten zich hoe dan ook beide als volgt samenvatten: ‘Je komt, je blijft een poosje, je vertrekt’, en dat is ook de reden waarom deze wervelend geschreven roman, waarin verrukkelijk genoeg alles altijd net iets anders blijkt te lopen dan je voorspeld had, wemelt van de personages maar geen hoofdfiguren kent. Sommige gasten zijn rijker of belangrijker dan andere, jazeker, dat wel, maar in wezen zijn wij allen figuranten in het leven, figuranten die door dezelfde draaideur weer naar buitengaan als waardoor zij naar binnen zijn gekomen en die vervolgens algauw worden vergeten en vervangen. ‘Ga in de lobby maar eens een uur naar de draaideur zitten kijken. Gekkenwerk. In, uit, in, uit, in, uit.’ Het is deze wijsgerige benadering van het leven als iets eindeloos futiels waar Grand Hotel van is doordesemd, en dat de roman in weerwil hiervan niet enkel bruist als een coupe champagne, maar zich op de koop toe op de een of andere manier even zorgeloos en gretig als het genoemde drankje laat degusteren, bewijst wel dat we hier te maken hebben met een boek dat de etiketten ‘schitterend’ en ‘meesterlijk’ verdient.

Christophe Vekeman

Grand Hotel van Vicki Baum verscheen bij Querido
Uit het Duits vertaald door Josephine Rijnaarts

 

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram