Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Hoog opgolvende gedachtestromen

Hoog opgolvende gedachtestromenKunst & Cultuur

Ooit werd Hugo Raes in één adem vernoemd met Hugo Claus en Gerard Reve, later raakte hij in de vergetelheid. Nu is zijn debuut 'De vadsige koningen' heruitgegeven. Meer dan verdiend, vindt Christophe Vekeman.

Hugo Raes is Vlaamse literatuurgeschiedenis

Hugo Raes, geboren in hetzelfde jaar als Hugo Claus, 1929, werd veel gelauwerd en op brede schaal gelezen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, maar behoorde toen hij stierf in 2013 allang tot de vergetelheid, ook wel ‘literatuurgeschiedenis’ genoemd.

Nadat hij twee gedichtenbundels had gepubliceerd, verscheen in 1957 bij De Bezige Bij zijn verhalenbundeling Links van de helikopterlijn, en vier jaar later zijn eerste roman, De vadsige koningen. Andere min of meer – in elk geval eertijds – bekende werken van zijn hand zijn Een faun met kille horentjes, waarin hij zijn ervaringen in het onderwijs verwerkte, maar ook De lotgevallen en het vervolg daarop, Reizigers in de antitijd, een soort van sciencefictionroman die achter een opvallend, seksueel behoorlijk expliciete voorflap schuilging – het boek verscheen in 1970.

Al deze titels zouden overigens in de loop van de nabije toekomst opnieuw het licht moeten zien, als uitgeverij Karakters tenminste bij haar voornemen blijft, en dat is, afgaand op de kwaliteit van De vadsige koningen, best prima nieuws voor lezers die bereid zijn zich te laten charmeren door romans die weliswaar heel duidelijk het stempel van hun tijd dragen, maar ons wellicht ook juist daardoor diets maken hoezeer de (literaire) tijdsgeest in de loop van de decennia veranderd is.

© Joost Evers/Anefo
Hugo Raes in 1971

Het autobiografische De vadsige koningen speelt zich, zoals dat ging in de wat experimentelere ‘nieuwe’ romans van toen, in de loop van een enkele zomernacht af, tijdens welke nacht ik-figuur Herman, de vroegoude dertigjarige echtgenoot van Deborah en vader van twee kleuters, bepaald niet goed in zijn vel zit.

Van enig welbehagen blijkt geen sprake te zijn: ‘Zelfs boven op het laken is het klam warm. Deborah is vanochtend vergeten het laken uit te kloppen, want de zandkorreltjes die er van eergisteren toen wij naar zee zijn geweest nog in liggen, kleven aan mijn rug. Zodra ik me opricht breekt het zweet me over mijn ganse lichaam uit, alsof de klamme lucht mij bevochtigt.’

Het woord ‘klam’, dat in deze passage twee keer voorkomt, keert hierop maar liefst dríé maal terug wanneer er na een kort wijlen gewag gemaakt wordt van ‘klamme ziltplekken op de muren. De lucht in de kamer wordt klam, en de lakens en de kleren op de stoel vochtig. Op een morgen staat men op: klamme schimmelplekken op delen van het lichaam.’

Dit is natuurlijk wel heel nadrukkelijk – of misschien ook gewoon een tikje slordig – proza, en als je je vervolgens ook nog eens gaat ergeren aan het uitgesproken Vlaamse niet-Nederlands waarvan Raes zich voor de vuist weg bedient (‘Zoek een andere gedachtegang, denk ik, terwijl ik me aan tafel zet’), zal moeite ondervinden om zijn initiële enthousiasme intact te houden.

De vergelijking met De Avonden van Gerard Reve speelt in het nadeel van Raes' boek

Zelfs de – bij verschijning van de roman reeds gemaakte – vergelijking met het veertien jaar eerder verschenen De avonden van Gerard Reve lijkt bij momenten enigszins in het nadeel van Raes’ boek te spelen, met name waar De vadsige koningen bij momenten wel héél sterk – verdácht sterk – aan de roman over Frits van Egters doet denken.

Zie bijvoorbeeld de passage waarin Frits en de genaamde Jaap zich in De avonden naar hartenlust en hardop zitten te verkneukelen in het lot van mensen met een houten been of een door vuur verminkt gezicht, ‘zonder neus en met natte ogen in een holte zonder oogleden’, en die eindigt met deze tussenkomst: ‘“Schei jullie eens uit,” zei Joosje, “met die onzin”’.

In De vadsige koningen wordt een dergelijke tussenkomst als volgt weergegeven: ‘Vind je dat nu geestig, vraagt Deborah, als jullie eens niet over oorlogsdreiging of de zinloosheid spreken, dan gaat het over griezelige onderwerpen.’ Of neem een zin als ‘De halfuren zeilen voorbij. De avonden thuis zijn ze vaak moeilijk leefbaar’, die wel een onomwonden knipoog richting het boek van Reve lijkt te zijn.

Ook de afkeer van het burgerlijk benepene, de worsteling met de moraal en de mores van een vorige generatie, de lusteloosheid en verveling, en de angst voor het lichamelijk verval zijn een aantal thema’s die de beide boeken met elkaar delen.

Misschien is dit boek zelfs beter geworden met de jaren

Gelukkig echter blijkt naarmate het boek vordert De vadsige koningen almaar oorspronkelijker te worden, eigenzinniger en krachtiger, en de verschillen tussen Frits en Herman zijn wel degelijk even groot als die tussen Reve en Raes.

Die laatste toont zich in zijn eerste roman vooral een zeer vaardig bevaarder van woest kolkende, hoog opgolvende en moeilijk in te tomen gedachtestromen, die met het veel zuinigere, kabbelende gemompel van de veel jongere Van Egters maar weinig te maken hebben.

Raes’ hoofdfiguur is een kettingrokende veeldrinker die vandaag aan ons verschijnt als de representant van een tijd waarin zowat álle mannen kettingrokende veeldrinkers waren, gevangen in hun huwelijk, gevangen in hun professie, gevangen in hun bestaan.

Herman geeft er regelmatig blijk van in opstand te willen komen tegen die gevangenschap én tegen al het onrecht in de wereld, waarvan hij zich terdege bewust is – maar het zelfverklaarde ‘slaapdier’ ziet geen mogelijkheid om een en ander daadwerkelijk in de praktijk te brengen. Zo veel er gedacht en gevoeld en herinnerd wordt, zo weinig gebeurt er of wordt er ondernomen. 

Een en ander brengt met zich mee dat de roman vandaag, in deze tijd van jeugdige, al met al optimistische daadkracht, nog beklemmender aandoet dan in 1961 al het geval moet zijn geweest. Het valt moeilijk in te schatten, maar misschien is dit een boek dat zelfs beter geworden is met de jaren. Het heeft deze herdruk hoe dan ook ten volle verdiend.

Christophe Vekeman

'De vadsige koningen' van Hugo Raes is verschenen bij Karakters

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram