Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Il Trittico in de Munt: even de wereld vergeten in drie tinten

Il Trittico in de Munt: even de wereld vergeten in drie tintenBlijf verwonderd!, Podium

Suor AngelicaSimon Van Rompay

Suor Angelica

(dit is de uitgeschreven versie van een audio-bespreking in Music Matters)


Il Trittico van Giacomo Puccini omvat drie eenakters die -geheel volgens de wens van de componist- samen worden opgevoerd op één avond en dat is niet altijd het geval geweest sinds de creatie in 1918 in New York. Puccini die een dramaturg is in hart en nieren wilde hier drie “tinte”: drie verschillende kleuren, sferen, werelden samenbrengen. Hij wist dat dit zou werken die overgang van een brutaal veristisch gegeven in Il Tabarro naar een oversentimenteel drama in Suor Angelica om te eindigen met een ontlading in de bitterzoete komedie Gianni Schicchi. Het werkte alvast tijdens de première in de Munt waar het publiek de zware beslommeringen van de huidige realiteit op het wereldtoneel even van zich af kon zetten en iedereen met een glimlach het theater verliet.

Il Tabarro is een verwoestend liefdesverhaal. Michele, een wat oudere schipper, draagt altijd een overjas (il tabarro) waaronder hij ooit zijn vrouw en hun (helaas vroeg overleden) kind kon koesteren. Zijn vrouw Giorgetta bedriegt hem nu met een jongere man Luigi en een geheim afspraakje tussen de twee eindigt fataal: Michele vermoordt Luigi en verbergt hem onder zijn mantel.

Suor Angelica leeft in een klooster. Ze is zeven jaar eerder door haar rijke familie weggestuurd omdat ze een onecht kind had. Ze hoort van haar tante die op bezoek komt dat haar zoon het niet overleefd heeft en ze drinkt de gifbeker. Terwijl ze sterft, wordt ze verenigd met haar zoon in de hemel, op voorspraak van Maria.

Gianni Schicchi, het slot van Il Trittico, is dan weer een ietwat cynische komedie die om een hebberige familie draait die de outsider Gianni Schicchi inschakelt om de plaats in te nemen van de net overleden, rijke Buoso Donati. Dat doen ze om zijn testament ten voordele van de familie aan te passen maar Gianni Schicchi weet daarbij vooral zichzelf te bedienen.

De drie werken gaan elk over een verholen dood: het lijk onder de mantel in Il Tabarro, de verzwegen dood van het kindje in Suor Angelica en de weggestopte dode in Gianni Schicchi. Het contrast tussen de werken is echter belangrijker dan het verband en dat heeft regisseur Tobias Kratzer goed begrepen. Zijn enscenering is heel helder, voelt juist aan, is goed uitgekiend zonder te complex of intellectualistisch te worden. Hij laat veel ruimte voor het acteerspel zowel op het toneel als in de verfilming die een grote rol speelt in Suor Angelica. Flarden uit de andere opera’s zie je opduiken in elke eenakter: In Il Tabarro proberen de bootmensen hun miserie wat te vergeten door naar de sitcom Gianni Schicchi te kijken. In Suor Angelica wordt het stripverhaal Il Tabarro doorgegeven waar de zusters in het geniep van genieten en in Gianni Schicchi verandert de stervende Donati zijn testament in het voordeel van een klooster na de beluistering op plaat van de finale uit Suor Angelica. Veel moet je daar niet achter zoeken, het is gewoon goed gevonden.

Het scènebeeld van elke opera is wel totaal anders ook al verlopen zowel Il Tabarro als Suor Angelica in zwart wit tinten met een zeldzaam kleurelement: een rode vlek die uitdeint over het schipdek in Il Tabarro tijdens het liefdesduet van de echtbrekers (ze zijn tenslotte ten dode opgeschreven), en het stripverhaal in Suor Angelica dat in de kloosterkamertjes angstvallig wordt gekoesterd. De gedempte tinten in deze twee opera’s contrasteren met de uiterst kleurrijke orkestratie van Puccini. Die is modern in Il Tabarro: je waant je in een haven met geluidseffecten zoals de toeters op de boten of een lichtjes dissonerend straatorgel op de kade. In Suor Angelica overwegen de hoge tonen met alleen vrouwenstemmen, klingelende klokjes, een zingende vogel in de kloostertuin, en de tenhemelopneming van Angelica is een orgie van klankkleuren. De grote troef van deze productie vind ik de verfilming op groot scherm in Suor Angelica. Daarin merk je de muzikale gevoeligheid van de regisseur die de filmbeelden helemaal laat samenvallen met accenten en ritmen in de partituur. Het is ook knap om te zien hoe een non wegloopt van het toneel en dan verder stapt op het grote scherm door de kloostergangen. De verfilming gebeurde trouwens in de abdij Ter Kameren. Door een inkijk te geven in de bezigheden van de nonnen buiten het gebeuren van de opera om krijg je een verdieping van de psychologische dimensie. De onderdrukte verlangens die leiden tot boulimie bijvoorbeeld of zielsleed door het gebrek aan aanraking.
Gianni Schicchi ziet er dan weer totaal anders uit met een spiegeling van het publiek in de zaal naar dat op het toneel. Bij elke uitvoering is het een ander deelpubliek dat aangevuurd wordt door een applausmeester. Alles in deze komedie is gericht op het ensemblespel, de snelle actie en de humor, zoals ook deze muziek van Puccini gericht is op vinnige ritmen in een complexe polyfonie met hier en daar een glansaria zoals O mio Babbino caro.

Die toparia die iedereen wel eens ergens gehoord heeft, wordt met veel glans gebracht door Benedetta Torre wier vocale kwaliteiten ook in Suor Angelica mij bijzonder opvielen.
De twee belangrijkste vertolkers op de première waren Lianna Haroutounian die plots moest inspringen voor Corinne Winters die geveld is door covid. Haroutounian veroverde de harten van het publiek als Giorgetta (Il Tabarro) en vooral als Suor Angelica met een enorme vocale hartstocht en ingetogen acteerwerk. Peter Kalman, de moordenaar in Il Tabarro en de gewiekste Gianni Schicchi is een rasacteur, een macho met gevoelige nuances in de stem.
Een speciale pluim voor Giovanni Furlanetto die vocaal en muzikaal boeit en de nodige dosis italianità aanbrengt als Talpa in Il Tabarro en Simone in Gianni Schicchi.
Het is heel fijn om ook zangers van bij ons aan het werk te horen. Daarbij valt Emma Posman op als lentefrisse novice in wie ik een mogelijke Constance hoor in Dialogues des Carmélites van Poulenc. Mooie samenzang en goed acteerwerk krijgen we van Tinneke Van Ingelgem en Karen Vermeiren, een ontwapenende Raphaële Green is te zien en te horen als Suor Dolcina. Dat de Afro-Amerikaanse Raehann Bryce-Davis de show zou stelen als Zia Principessa (de koele en chique tante van Angelica) stond in de sterren geschreven, wat een podiumpresence!
Tot slot: niemand beter dan Alain Altinoglu kan de “tinte” van Puccini uit het orkest toveren en de radde ritmiek en passionele lyriek in elkaar laten overvloeien.
Sylvia Broeckaert

Il Trittico nog tot 9 april in de Munt

Sylvia bij Olav over Trittico

Fidelio

Fidelio, uw trouwe gezel op zondagmiddag, neemt u mee in een denkbeeldige opera met alles erop en eraan: een spetterende ouverture, een aandoenlijke aria, een dromerig duet of een levendig ensemble. Een imaginair concert krijgt u er bovenop met heel wat kamermuziek, concerto’s of symfonisch werk en de zangers blijven aanwezig om ons een liedbundel aan te prijzen, een cantate of aanstekelijke koormuziek en wie weet ook nog een verrassend toemaatje.

Presentatie: Sylvia Broeckaert

Samenstelling: Sylvia Broeckaert

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via fidelio@klara.be

Fidelio, elke zondag van 15 tot 18 uur via Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.