Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Je kent je vader toch

Je kent je vader tochKunst & Cultuur

Christophe Vekeman zette zijn tanden in ‘Het beroep van mijn vader’ van Sorj Chalandon.
© Uitgeverij Atlas Contact

‘Het beroep van mijn vader’ van Sorj Chalandon.

Het beroep van mijn vader, de tragisch genoeg zeer autobiografisch getinte roman van de Franse, in 1952 te Tunis ter wereld gekomen bestsellerauteur Sorj Chalandon is typisch zo’n boek dat je in een bespreking eigenlijk veel liever niet inhoudelijk zou willen samenvatten.

Maar goed, anderzijds, het staat ook allemaal reeds op de achterflap van de roman, zodat sowieso slechts erg weinig lezers het genoegen zouden smaken, of ik er nu discreet het zwijgen toe doe of niet, om er zelf achter te komen, stapje voor stapje, bladzijde na bladzijde, dat de vader uit de titel geen held is, geen – zoals hij zelf tegen zijn zoon beweert – voormalige parachutist, geen vroegere vriend van Charles de Gaulle of Edith Piaf, en al helemaal geen geheim agent, maar louter een krankzinnige. Zijn naam is André Choulans, en als er aan het begin van de roman, in 1961, een militaire coup plaatsvindt in Algiers en De Gaulle in soldatenuniform op het televisiescherm verschijnt, is de huiskamer te klein voor de woede die het gezinshoofd ventileert ten aanzien van de generaal, de ‘vriend’ die zich nu plots tot ‘verrader’ ontpopt blijkt te hebben.

Zijn zoon Émile is op dat moment twaalf, en dat zal hij een groot deel van de roman blijven. Pas naar het einde toe, wanneer de hoogbejaarde André aan de rand van het graf staat en ten slotte ook gestorven is, leren we de verteller kennen als een volwassen man die goed en wel beseft dat hij eertijds is opgegroeid in een helse waanwereld waaruit hij slechts ternauwernood en godlof zonder al te grote kleerscheuren op te lopen heeft kunnen ontsnappen. De enkele keren dat hij, inmiddels zelf vader geworden, in dat laatste deel zijn ouders opzoekt, leveren de schrijnendste passages van de roman op, wat toch echt heel wat wil zeggen als je weet dat wij op dat moment al talloze bladzijden vol adembenemend sadisme en – letterlijk – slaande waanzin achter de rug hebben. Neem deze vaderlijke poging, bijvoorbeeld, om Émile van zijn astmatische problemen te verlossen.

‘Hij legde mijn handen over mijn oren, zodat ik niets kon horen. “Satan, arglistige god, ik hoor je zwerm dienaars!” Ik hield mijn hoofd achterover. Ik ademde steeds moeilijker. “Je hebt je meester gemaakt van mijn zoon om hem tot knecht van Abaddon te maken!” Hij sloeg op mijn oren als een cimbaalspeler. (…) Ik huilde. Ik moest mijn siroop hebben. Dubbele klap tegen mijn slapen. “Verlaat dit lichaam, Lucifer!” Nog een klap, die op mijn trommelvliezen dreunde, zoals wanneer je abrupt een treintunnel in rijdt. Ik verroerde me zachtjes. Bijna niet. Boog mijn hoofd van de pijn. “Teringlijer!” schreeuwde mijn vader. Hij deed zijn stool af en zei dat ik alles had verknoeid. Bij een duiveluitdrijving mocht je niet bewegen, zelfs niet met je ogen knipperen.’

© VRT rr
Sorj Chalandon

Dat de roman niet verstoken is van uiteraard zeer wrange humor, noch van werkelijke spanning (op een bepaald moment gebeurt het dat Émile, goed op weg, immers, om in de voetsporen van zijn vader te verdwalen, een klasgenoot inschakelt om Charles de Gaulle te vermoorden…) helpt gelukkig om de pijn die de medelevende lezer voelt te verzachten en draaglijk te maken en hem in staat te stellen, deze lezer, tot afstandelijke bespiegelingen over de curieus dunne grens tussen megalomanie en paranoia, of over hoe het in hemelsnaam toch mogelijk is dat iemand op een terras in Frankrijk met een Amerikaans accent in een walkie talkie zonder batterijen zit te praten, daarbij het gevoel heeft dat hij de achterlijke medeterraszitters met zijn toneelspel bedot en er in weerwil hiervan tezelfdertijd ook zélf van overtuigd blijft, in alle ernst, dat hij een geheim agent in dienst van de CIA is.


En dan is er nog de moeder van Émile, het levende bewijs van het feit dat ook het slachtoffer schuldig kan zijn, en ook de schuldige slachtoffer. ‘Je kent je vader toch,’ blijft zij de hele roman lang, Émiles kindertijd lang, tot aan het overlijden van haar echtgenoot op plusnegentigjarige leeftijd uitentreuren en vergoelijkend herhalen. ‘Je kent je vader toch.’

Wij kennen hem nu ook, de vader van Émile Choulans en deels ook de vader, kennelijk, van Sorj Chalandon, de schrijver die naar verluidt van 1974 tot 2007 als oorlogsjournalist voor het dagblad Libération werkzaam was in Libanon, Iran, Irak, Somalië en Afghanistan. We zullen het maar geloven allemaal.

Christophe Vekeman

'Het beroep van mijn vader' van Sorj Chalandon is verschenen bij Uitgeverij Atlas Contact - ISBN9789025448967
Vertaald door Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laten ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram