Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Karl Böhm – Tien hoogtepunten uit een lange carrière

Karl Böhm – Tien hoogtepunten uit een lange carrièreKlassieke muziek

Decca

Karl Böhm in de vierde van Bruckner: een nagenoeg ideale versie


Veertig jaar geleden overleed de Oostenrijkse dirigent Karl Böhm (1894-1981). Bij Universal classics herdenken ze dat in stijl en in het groot met twee omvangrijke uitgaven: ‘The complete Orchestral Recordings on Deutsche Grammophon’ (67 cd’s) en ‘The complete Decca & Philips Recordings’ (38 cd’s).

In de week van 25 oktober kiezen we in Maestro elke dag twee hoogtepunten uit die enorme discografische erfenis van Karl Böhm. Waarbij we meteen beseften dat het evengoed tien andere opnames hadden kunnen zijn!
Maar hier zijn ze dan:


Maandag 25 oktober:

1. Ludwig van Beethoven - Symfonie nr.6 in F op.68 Pastorale.
Deze mooie, gloedvolle Pastorale uit 1971 is nog altijd een van de best gespeelde (door een Wiener Philharmoniker in bijzonder goeden doen) en in zijn tijd ook een van de best opgenomen versies van dit werk.
2. Wolfgang Amadeus Mozart - Die Zauberflöte.
Voor deze opname uit 1965 van de beroemdste van alle opera’s van Mozart beschikte Böhm over een mannelijke droombezetting. Met zijn heldere, glanzende timbre en zijn unieke lyrische stijl zong Fritz Wunderlich de rol van Tamino op een niveau dat sindsdien misschien niet geëvenaard is. En dan was er – het kon in die tijd niet op - ook nog Dietrich Fischer-Dieskau als Papageno!

Dinsdag 26 oktober:

3. Anton Bruckner - Symfonie nr.4 in Es Romantische
Aan het hoofd van een weelderig klinkende Wiener Philharmoniker bracht Böhm van deze vierde van Bruckner een nagenoeg ideale versie. De precisie in de opbouw, de aandacht voor het kleinste detail, het grote romantische gebaar: deze opname mag in geen enkele Bruckner-discotheek ontbreken.
4. Richard Strauss – Capriccio
Het belang van Karl Böhm als dirigent van opera’s van Richard Strauss kan moeilijk overschat worden. Hij was bevriend met de componist en hij dirigeerde de premières van o.a. ‘Die Schweigsame Frau’ en ‘Daphne’. Voor zijn opname van ‘Capriccio’ in 1972 stelde Böhm het best mogelijke solistenteam samen. Maar de echte ster van deze versie was toch Böhm zelf, door zijn nauwgezette aanpak van de partituur, maar ook door de manier waarop hij zijn zangers tot een juiste spreekstijl wist te inspireren. En die Wiener Philharmoniker, die leken hier wel kamermuziek te spelen. Wat een orkest!

Woensdag 27 oktober:

5. Wolfgang Amadeus Mozart - Concerto in Es voor 2 piano's en orkest KV365
Een ontmoeting in 1974 tussen twee reuzen: Karl Böhm en de Russische pianist Emil Gilels, die in die tijd voor Deutsche Grammophon de sonates van Beethoven opnam. Samen namen ze het 27e pianoconcerto van Mozart op, maar ook dit concerto voor 2 piano’s. Bijzonder: de tweede piano werd bespeeld door Elena Gilels, de talentvolle dochter van Emil. Een uniek document.
6. Gustav Mahler - Rückert-Lieder
Symfonieën van Mahler heeft Böhm nooit opgenomen. Daarvoor was toen de concurrentie van dirigenten als Rafael Kubelik en Herbert von Karajan te groot. Gelukkig hebben we wel deze opname van de Rückert-Lieder uit 1963 met een ontroerende Dietrich Fischer-Dieskau op het toppunt van zijn kunnen. Grote kunst.

Donderdag 28 oktober:

7. Johannes Brahms - Symfonie nr.1 in c op.68
Voor sommige van zijn studio-opnames kreeg Karl Böhm wel eens de kritiek dat hij te routineus, zelfs oppervlakkig klonk. Bij de opnames van zijn live concerten was dat nooit het geval. Probeer maar eens zijn ‘Fidelio’ uit 1955, of deze concertopname, op 2 oktober 1969 gemaakt in de Herculeszaal in München. Dit is een bewogen, dramatische Brahms, zoals je die niet dikwijls hoort, en de muzikanten van het Symfonieorkest van de Beierse Radio speelden alsof hun leven ervan afhing.
8. Richard Wagner – Götterdämmerung
De opnames van de volledige ‘Der Ring des Nibelungen’ o.l.v. Karl Böhm werden gemaakt tijdens de live-uitvoeringen in Bayreuth in de zomers van 1966 en 1967. De gerenommeerde vocale solisten, de bewogen en dramatische benadering van Böhm, maar ook de unieke sfeer en akoestiek van het Festspielhaus maken dit nog altijd een hoogst aanbevelenswaardige (instap)Wagner-luisterervaring.

Vrijdag 29 oktober:

9. Peter Tsjaikovsky - Symfonie nr.5 in e op.64
Dit zijn misschien niet meteen een componist en een orkest (het London Symphony Orchestra) waarmee je Karl Böhm verbindt. Maar in 1980, een jaar voor zijn dood, toonde een ontspannen Böhm, in deze verfijnde en toch opwindende opname, zijn grote affiniteit met het werk van Tsjaikovsky. En het Londens orkest speelde prachtig voor de oude meester. Böhm nam trouwens ook, even overtuigend, de symfonieën 4 en 6 op.
10. Joseph Haydn - Die Jahreszeiten
Deze uitgave was in zijn tijd (1967) een ware sensatie, want het was de eerste ‘moderne’ opname die de partituur in ere herstelde. Het is nog altijd een mooie, klassiek evenwichtige versie, niet het minst ook door de uitstekende solisten: sopraan Gundula Janowitz, tenor Peter Schreier en bas Martti Talvela.

- Bart Tijskens