Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Kelner aan het woord

Kelner aan het woordKunst & Cultuur

De Noorse kunstenaar Matias Faldbakken schrijft ook romans. 'De Hills' is volgens Christophe Vekeman een exquis hapje.
Meulenhoff

Mattias Faldbakken, De Hills

Negentien jaar geleden verscheen er een door mij geschreven boek, mijn debuut namelijk, 'Alle mussen zullen sterven', waarin het volgende te lezen stond: ‘De glazen worden op de tafel vóór ons neergezet en ik zeg: “Het wordt al laat en ik wil nog zwemmen en straks verliest de zon haar kracht,” en de kelner werpt mij bij ’t horen van deze woorden een afkeurende blik toe. Alweer zo’n typisch geval van misplaatst superioriteitsgevoel. Dat komt tegenwoordig vaak voor bij kelners.’

Hoe jong, naïef en wereldvreemd ik in die tijd nog was, kan je wel merken aan het gebruik, in die laatste zin, van het woord ‘tegenwoordig’. Blijkbaar had ik er geen idee van dat de curieuze combinatie van onderdanigheid en hoogmoed, van slaafsheid en pretentie, die kelners nu eenmaal per definitie typeert, helemaal niet gebonden was aan het jaar 1999, maar wel degelijk van alle tijden is.

Dat laatste wordt ook bevestigd door 'De Hills', een roman van de vijfenveertigjarige Noorse schrijver en beeldend kunstenaar Matias Faldbakken die zich afspeelt in het honderdvijftig jaar oude café-restaurant dat in de titel van het boek genoemd wordt. De verteller van het boek is kelner van professie, en dús wil het geval dat hij zwelgt in beroepstrots en vanzelfsprekend zwijgzaam en discreet is, maar tezelfdertijd, zijn pokerface ten spijt, niet te beroerd is heel subtiel te laten merken dat hij er niettegenstaande het zijne van denkt. Als alle kelners – of alle goede kelners – neemt hij zijn beroep even ernstig als een hersenchirurg het zijne: ‘Met de klok mee deel ik de menu’s uit, als eerste aan het Vrouwmeisje. Niet om te pochen, maar de elegante manier waarop ik het boekwerk met één hand opensla, precies op de bladzijde met de lunchkaart, en het haar in een prettig leesbare hoek aangeef, is zowel efficiënt als zorgzaam en getuigt van ervaring.’

Meulenhoff
Matias Faldbakken

Het genoemde Vrouwmeisje is de tweede hoofdfiguur van de roman, in die zin dat zij het is die de zo strak en geruststellend gerangschikte wereld van De Hills, dit groezelige toonbeeld van gestaag vervallende glorie met de uitstraling van een Weens koffiehuis waar ook dampende schotels opgediend worden, met haar opeenvolgende verschijningen, dag na dag, langzaam maar zeker op zijn kop zet.

De wereld van De Hills, maar ook het leven en de persoonlijkheid van de kelner, die zich aanvankelijk nog ergert aan het feit dat zij in dit paradijs van de tijdloze stilstand met nieuwerwetse technologische snufjes in de weer zit te zijn (‘Als je voortdurend je telefoon moet pakken om die te “checken”, ben je een kind of een soort dwaas’), maar allengs meer van haar in de ban komt, tot zijn interesse zelfs iets obsessioneels krijgt en de totale instorting van zijn ego op de loer komt te liggen. Met name de onvatbaarheid en raadselachtigheid van het zo door hem genoemde Vrouwmeisje draagt tot deze dreigende ineenstorting bij – zoals haar bijnaam al aangeeft, weet hij zelfs niet bij benadering haar leeftijd te schatten.

Faldbakken lijkt niet per se een grote boodschap kwijt te willen. Godlof!

Het ligt enigszins voor de hand de kelner en het etablissement waar hij werkzaam is, en waar een oude huispianist voortdurend Bach en Rachmaninov ten gehore brengt, te zien als de belichaming van het Oude Europa, en om het Vrouwmeisje dat voor zo’n heftige identiteitscrisis zorgt te interpreteren als een symbool voor de moderne, snel veranderende tijd, maar godlof ligt het er allemaal niet al te dik op en lijkt Faldbakken niet per se een grote boodschap kwijt te willen. In de plaats daarvan schetst hij vooral heel knap, spits en secuur het deconstructieproces van een ego, waarbij hij daarenboven geenszins de humor en de lichtvoetigheid schuwt. Onder meer de satirische passages waarin hij de doorgeslagen fijnproeverscultuur van onze tijd op de korrel neemt, zijn naar mijn smaak allervermakelijkst.

‘“En heeft u die bieslook uit de tuin van de moeder van de kok ook?”
“Volgens mij gebruikt hij die altijd,” bevestig ik.
“Kunt u hem vragen die juist níét te gebruiken?”
“Absoluut,” zeg ik.
“De grond in de tuin van de moeder van de kok heeft te lijden onder het feit dat ze vlak bij de drafbaan woont,” zegt Sellers zachtjes tegen de tafel. “Daardoor krijgt de bieslook een wat weeë bijsmaak.”’

Heerlijk boek.

Christophe Vekeman

'De Hills' van Matias Faldbakken is verschenen bij Meulenhoff.
Uit het Noors vertaald door Lucy Pijttersen.


 

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram