Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Krachtige vrouwen, krachtige taal

Krachtige vrouwen, krachtige taalKunst & Cultuur

De verhalenbundel van Daisy Johnson is een ode aan de kracht van de vrouw en de taal. Christophe Vekeman kan niet wachten om haar te ontmoeten.
Koppernik

Daisy Johnson, Veenland

Op 21 februari zal de Engelse, negenentwintigjarige Daisy Johnson, die in 2018 met haar roman 'Everything Under' de jongste auteur was die ooit de shortlist van de Man Booker Prize haalde, de eregast zijn op het door mijzelf gepresenteerde KORT-festival te Gent, en dat laatste feit dan weer heeft zij te danken aan het zopas vertaalde boek waarmee zij in 2017 debuteerde: de verhalenbundel 'Fen' ofte 'Veenland'. Ik moet zeggen dat ik zeer benieuwd ben om haar te ontmoeten en naar het soort van persoon dat zij zal blijken te zijn, want één ding is wel duidelijk: als Veenland een vrouw zou wezen, ze was allesbehalve your average girl.

Dat blijkt meteen al uit het eerste verhaal van de bundel, waarin – over average girls gesproken – een meisje, de zus van de vertelster, in een paling verandert. Mocht u zich afvragen hoe je dat doet, wel: door te stoppen met eten. Maar zelfs wie behoort tot het gemakkelijke type en bijgevolg met dit antwoord vlotweg vrede zou nemen, blijft zich het verhaal lang afvragen, niet dus hoe dit allemaal kan en hoe dat palingworden juist in zijn werk gaat, maar wel wat het meisje bezielt: de kracht van de vertelling zit hem in het feit dat je werkelijk nieuwsgierig bent naar haar motivatie – maar alles wat je aan het eind intuïtief heel zeker weet, is dat ‘Hongerlijder’ gaat over de kracht van vrouwen. Een man zou nooit kunnen veranderen in een paling, hoe veel of weinig hij ook eet of wat hij ook doet of laat…

The Times
Daisy Johnson

In het tweede verhaal van de bundel, ‘Bloedritus’, worden de verschillen in kracht tussen mannen en vrouwen nog veel scherper gesteld, meer bepaald wanneer een aantal vriendinnen zich niet tot palingvorm uithongeren, maar integendeel hun honger stillen door zich aan in kroegen opgepikte mannen tegoed te doen en kannibalistisch-ga-weg hun buikje aan hen rond te eten. ‘We vroegen haar of hij de smaak had van liefde en ze gaf alleen een scharlaken glimlach en zei dat hij proefde als jezelf ingraven in de aarde met wijd open mond.’ De aandachtige lezer zal op basis van dit korte citaatje terstond twee dingen opmerken: ten eerste dat Daisy Johnson een zeer aparte, zinnelijke, perfect bij haar animale thema’s passende schrijfstijl hanteert, en ten tweede dat ‘proefde’ hier fout is gebruikt en dat er ‘smaakte’ had moeten staan. Het is helaas niet de enige buitengewoon ontsierende kemel die op rekening van vertaalster Callas Nijskens moet worden geschreven: elders komen wij onder meer ‘jonger dan jou’ tegen, alsmede zinnen als ‘Harrow Williams was een van die jongens die met van alles wegkwam’. Het vermag godlof de leespret niet te drukken, maar jammer is het wel, temeer omdat naast de kracht van vrouwen, die af en toe met regelrechte misandrie gepaard lijkt te gaan, want er komen maar weinig mannen in dit boek voor die noch meelijwekkend slachtoffer, noch irritante sukkel zijn, in heel wat verhalen juist de kracht van taal centraal staat. En ook de taal wordt door Daisy Johnson voorgesteld als iets heel uitdrukkelijk tastbaars, als iets wat het in zich heeft fysiek te martelen en zelfs ronduit te vernietigen.

Het gaat over de kracht van vrouwen. Een man zou nooit kunnen veranderen in een paling, hoe veel of weinig hij ook eet of wat hij ook doet of laat…

In het verhaal dat ‘Taal’ heet berokkenen de nochtans mooie woorden van de geliefde de vertelster lichamelijk ondraaglijke pijnen, terwijl in het verhaal ‘Vol overgave’ een zoon zich alle woorden die zijn moeder uitspreekt definitief toe-eigent en op die manier ook onbedoeld al haar herinneringen steelt. Dat de jongen zich ‘opgekruld achter in de inloopkast’ terugtrekt, ‘handen tegen zijn oren gedrukt’, biedt helaas geen soelaas: ‘Hij praatte over dagen waarvan ik zeker wist dat ze van mij waren geweest, mensen waarvan ik dacht dat ik ze moest hebben gekend. (…) Maar al snel kon ik me mijn naam niet meer herinneren’. Uit weer een ander verhaal deze zin: ‘In plaats daarvan kwam hij bij haar met een verhaal dat zo hard in zijn mond brandde dat hij het niet voor zich kon houden’.

Het heeft er alle schijn van dat Daisy Johnson heel goed wist waarover zij het had toen zij dit schreef, want de brandende, vurige noodzaak om deze heel bijzondere verhalen met de wereld te delen spreekt uit dit boek op zonder meer oorverdovende, aardverschuivende, overdonderende wijze. Nee, niet alle verhalen zijn even sterk. Maar de sterkste zijn van de hand van een meesteres.

Christophe Vekeman

'Veenland' van Daisy Johnson is verschenen bij Koppernik
Uit het Engels vertaald door Callas Nijskens. 

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laten ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram