Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Lassus: Psalmi Davidis Poenitentiales

Lassus: Psalmi Davidis PoenitentialesBlijf verwonderd!

Uitvoerders: Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe Label: harmonia mundi HMC 901831.32
Lassus: Psalmi Davidis Poenitentiales

Lassus: Psalmi Davidis Poenitentiales

Programma: Orlandus Lassus: Psalmi Davidis Poenitentiales cd. 1

Op het moment dat Orlandus Lassus’ Boetepsalmen werden gepubliceerd in München in 1584, was hij de meest gevierde componist in Europa. Dit werk had hij echter 25 jaar voordien gecomponeerd, maar het had nog niet aan kracht ingeboet. En vier eeuwen later worden de Boetepsalmen nog altijd beschouwd als een meesterwerk. Toch is er op discografisch vlak zeker geen overaanbod. Het Hilliard Ensemble en het Tölzer Knabenchor namen ooit een versie met instrumentale begeleiding op en Henry's Eight koos voor een a capella versie. Philippe Herreweghe heeft met eerdere opnames met het Collegium Vocale al bewezen dat hij een enthousiast verdediger is van het werk van Lassus. Zijn nieuwste opname van de Boetepsalmen is een bijzonder intieme a capella-versie geworden. In de boetepsalmen staan schuld en boetedoening centraal. De zeven polyfone zettingen van gelijkaardige klaagzangen, die samen ongeveer 140 minuten duren, vormen dan ook een bijzondere uitdaging, zelfs voor vooraanstaande uitvoerders als het Collegium Vocale. De werken bevatten onder meer zeer subtiele tekstschildering. Om daartoe door te dringen moet men op de kleinste details letten: een onverwachte syncope of een bescheiden buiging in een monotone melodielijn kunnen reeds extreme opwinding uitbeelden. Herreweghe evoceert deze expressie op microkosmosniveau uitstekend onder meer dankzij een perfecte controle van dynamiek en timing. Hij creëert ook een transparante en heldere klank met de kleine groep zangers van het Collegium Vocale die zeer overtuigend voor de dag komen. Dat zorgt voor een bijzonder welluidende, kleurrijke en ietwat esthetiserende lezing van deze werken, waarin de pure muzikale schoonheid van deze late polyfonie goed tot zijn recht komt. Hoogtepunten vormen de derde psalm ‘Domine, ne in furore tuo’ en de vierde psalm ‘Miserere mei’. Toch kan men zich afvragen of de 21ste-eeuwse luisteraar niet beter gediend is met een uitvoering die iets meer variatie nastreeft en die nu en dan wat aardser of extraverter klinkt. Want in Herreweghes versie blijft een stuk van de expressieve rijkdom die in tekst en muziek van Lassus’ Boetepsalmen aanwezig is, onderbelicht. We krijgen in deze interpretatie bijvoorbeeld nooit de uitbeelding van de goddelijke woede te horen, maar enkel de verinnerlijking ervan. Door bijvoorbeeld de dissonantie meer in de verf te zetten, door een individuelere stemexpressie toe te laten en door nu en dan iets snellere tempi te nemen, zou een gevarieerder en menselijker beeld van dit meesterwerk gecreëerd worden. Het grote voordeel van Herreweghes benadering is echter dat ze consequent is en dat ze deze muziek haar functie als meditatiemuziek in alle integriteit teruggeeft.

Tom Eelen

Klara's oordeel